vrijdag 20 oktober 2017

Hoe alles moest beginnen

In zijn nieuwe boek gaat Thomas Verbogt opnieuw terug in het verleden net als in zijn eerdere Als de winter voorbij is. Ook dit verhaal ademt lichtheid en vluchtigheid. Het gaat over herinneringen en de onbetrouwbaarheid daarvan. Dat weerhoudt hem er niet van het verleden zo te verwoorden als hij het nu bedenkt. Gedachten zijn waar, net als dromen, en de waarheid betekent iets, ook al is het een fictie, zo redeneert hij. Hij gaat terug naar zijn kindertijd, een belangrijke vriendin van toen, en hun minimale en bizarre contact door de jaren heen waarin zij ver van elkaar verwijderd zijn.

De scheiding van zijn vriendin in zijn jonge jaren is voor Thomas’ leven zeer bepalend geweest, net als een ziekenhuisopname die hij als kind onderging. Beide vormden een breuk met de eerdere veiligheid en betrouwbaarheid van zijn leven en hebben gemaakt dat hij zich moeilijk kan overgeven aan het sociale leven en de liefde. Pas laat in het verhaal blijkt hij nu samen met Stella te zijn, maar daarvoor gaat het telkens over Licia, zijn jeugdvriendin.

Hij heeft bij haar afwezigheid een romantisch beeld van haar en hun gezamenlijke jeugd gecreëerd. Ook zij heeft ondanks haar verhuizing naar het buitenland en jaren van afstand, ergens nog een zwak voor hem. Het maakt dat ze elkaar heel sporadisch treffen, wat geen onverdeeld succesvolle ontmoetingen zijn. Er is afstand, een verleden, een illusie en misschien teveel verwachting.

De ketting aan herinneringen, gebeurtenissen en gedachten vond ik op zeker moment een beetje zijig worden, maar dan zorgt een geheim van Licia voor een verrassende wending. Ze draagt het al sinds vroeger met zich mee en het lijkt haar en Thomas’ leven voor een groot deel bepaald te hebben. In hun zestiger jaren ontmoeten zij elkaar nog een keer. Weer zijn er het licht, de gedeelde gedachten, het afscheid. Ditmaal voorgoed? We weten het niet.    

zaterdag 14 oktober 2017

Zwemmen in de oceaan

Ik was heel benieuwd naar de verhalen van Miriam Rasch over onze postdigitale wereld en werd aangenaam verrast. Ze verstaat de kunst om vanuit een persoonlijke invalshoek dingen die algemeen gelden te belichten. Met haar achtergrond van literatuurwetenschap en filosofie zegt ze hier interessante dingen over. Ze is van een ‘overgangsgeneratie’ die het overwegend offline leven nog heeft meegemaakt, maar zich nu volop online beweegt, zoals de meesten van ons. Ze biedt niet alleen een kritisch geluid, maar belicht ook de positieve kanten van onze nieuwe wereld en het onomkeerbare karakter ervan.

De term ‘postdigitaal’ verwarde me even, maar al gauw verklaart de schrijver deze nader. Postdigitaal verwijst niet naar een tijdperk na een digitale periode, maar omvat de vanzelfsprekendheid van de huidige digitale werkelijkheid. ‘De digitale wending is volbracht.’ Sociale en andere media maken dat de wereld binnen handbereik is. De vertraging in informatievoorziening en onderlinge communicatie is niet meer van deze tijd. Dit heeft zijn weerslag op onze manier van leven en werken.

In de muziek en de kunst hebben postdigitale uitingen al gestalte gekregen, in de literatuur ligt dit nog redelijk open, stelt Rasch. Ze noemt Knausgard als uitzonderlijk voorbeeld, vanwege zijn zoektocht naar de ‘harde werkelijkheid’ in zijn persoonlijke reeks onder de noemer ‘Mijn strijd’. Aan de hand van meer literatuur en films verkent ze de postdigitale wereld. Ondanks alle techniek en big data houdt de schrijver vast aan haar geloof in het mysterie van het individu, dat niet kenbaar is door al die gegevens. 

De neiging om negatieve ervaringen en emoties niet te uiten via social media komt ook aan bod, gerelateerd aan The circle van Dave Eggers. De essays belichten verder met een filosofische inslag zaken als transparantie, afleiding en algoritmen die bepalend zijn voor wat we zien. Stof tot nadenken en content om over te communiceren!

zaterdag 7 oktober 2017

Queer

Op de tafel met nieuwe boeken in de bieb stuitte ik op Queer. In dit boek een bundeling van verhalen die elk op hun eigen wijze blijk geven van seksuele diversiteit. Nienke van Leverink, redacteur in de uitgeverswereld, heeft hiervoor een selectie gemaakt uit de naoorlogse literatuur uit Nederland en Vlaanderen. De teksten en gedichten verschillen in de mate waarin ze expliciet zijn. Vooral in de gedichten is meer ruimte voor een brede interpretatie. Er komen belangrijke thema’s aan bod zoals aids, onbegrip voor en veroordeling van seksuele geaardheid. Het geheel wil ruim baan maken voor een dimensie ver weg van de hetero-normatieve dominantie. Ik denk dat dat goed is gelukt.

Het mooie van de bundel is dat diverse bekende en minder bekende schrijvers aan bod komen van nu en even geleden. De tijd waarin verhalen spelen klinkt er in door. Tijdens lezing merkte ik hoezeer je geneigd bent om schrijvers in gangbare hokjes te plaatsen, terwijl de werkelijkheid vaak veel meer schakeringen behelst. De natuurlijkheid waarmee de verhalen dit verbeelden is lovenswaardig. Ze vertellen over genegenheid, liefde en seksualiteit. Veelal komt het aftasten van de nieuwe liefde aan bod, of de fascinatie voor diens fysiek, maar ook de onderlinge communicatie binnen een jarenlange relatie. Eigenlijk alles wat het leven en de liefde omvatten.    

In het voorwoord schrijft Xandra Schutte dan ook dat het winst is te noemen dat homoseksuele personages zijn doorgedrongen tot de literatuur. Ook al vertegenwoordigen ze geen anti-establishment meer zoals voorheen, wat Komrij er in 2008 toe bracht om de homoseksualiteit dood te verklaren. In de jaren vijftig was je als homoseksueel nog een rebel, later is de status ervan vertrut in de optiek van Komrij. Schutte spreekt dit tegen door te zeggen dat personages in goede literatuur nooit heel gewoon zijn, homo, hetero of wat ze dan ook zijn. In die zin biedt literatuur met personages die homo- of biseksueel zijn evengoed verhalen over de liefde.  

dinsdag 26 september 2017

Er gebeurde dit, er gebeurde dat

Aanvankelijk dacht ik dat dit boek in zijn geheel ging over de periode dat Kristien Hemmerechts borstkanker had gehad. Dit bleek echter alleen het eerste verhaal te betreffen. Dat is wel het langste in de verzameling verhalen die dit boek bergt, en het meest recente, samen met het amusante slotverhaal over het geven van etentjes. De titel ‘Er gebeurde dit, er gebeurde dat’ is kenmerkend voor de manier waarop Hemmerechts schrijft. Het gaat allemaal over ogenschijnlijk banale zaken uit het dagelijks leven, maar ondertussen vertelt ze toch op bijna terloopse wijze over essentiële thema’s van het leven. Dat is haar kracht. Ze maakt grote zaken tot leesbare verhalen en het gewone bijzonder.

Ze put veel uit haar eigen leven. Zo ook met het verhaal over borstkanker. Als om zichzelf te beschermen loopt ze op de zaken vooruit door van het ergste uit te gaan. Ze denkt over de dood en speelt met dat idee, zonder dat ze er op een pathetische manier mee koketteert. Het is een reële mogelijkheid waar ze rekening mee moet houden. Ze overdenkt de dingen op nuchtere wijze, maar kan ook heel overgevoelig uit de hoek komen als mensen op haar ziekte reageren op een manier die haar niet aanstaat. Eigenlijk is de schrijver een toonbeeld van menselijkheid, met alle onhebbelijkheden die daarbij horen. Zelf zegt ze: ‘Gek dat ik ook nu schrijfster blijf, meer aan de zinnen loop te denken die ik over de ziekte zal noteren, dan aan de ziekte zelf.’

Waar ze verder over schrijft varieert van haar jeugdige armoede, de verschillen tussen werken met je hoofd en met je handen, het verloop van relaties in een mensenleven, de veranderende tijdgeest. Allemaal op zo’n manier dat je het wegleest alsof het niks is en je je achteraf realiseert hoeveel het inhoudt en dat de essentie beklijft. Een kunst die de schrijver verstaat als geen ander. Lees Hemmerechts! Alsnog of nogmaals.   

zaterdag 16 september 2017

Superleuk, maar voortaan zonder mij

Oorspronkelijk heette dit verhaal van David Foster Wallace A supposedly fun thing to do I’ll never do again en was een verslag van een cruise geschreven voor een glossy. In uitgebreide vorm verscheen het in 1997 als boek en pas na zijn zelfmoord in 2008 werd het in het Nederlands vertaald. Hij doceerde Engelse literatuur en zijn werk werd hoog gewaardeerd. De indrukwekkende voorstelling van Wunderbaum op theaterfestival de Boulevard bracht me op dit bijzondere boek.

De titel laat al enigszins doorschemeren dat het een verhaal met een kwinkslag betreft. Het is relatief makkelijk om als dertiger met enige afstand over een zevendaagse verwencruise te schrijven waar vooral ouderen aan deelnemen, maar de schrijver spaart in dit verhaal zichzelf ook niet. Dit levert een amusant betoog op dat van het ene superlatief in het andere valt, gelardeerd met de nodige persoonlijke preoccupaties. Als relatieve buitenstaander probeert hij zich te mengen onder het publiek en wetenswaardigheden los te krijgen bij het personeel, wat vaak tot kolderieke situaties leidt.

Hij neemt de lezer mee in de verwennerij van het leven op het cruiseschip, waarvan hij merkt dat het zijn standaard verlegt. Oorspronkelijke luxe verwordt soms tot ergernis dat het niet nog beter is. De zogenaamd ingesleten dienstbaarheid van het personeel leidt tot ongemakkelijke situaties. Het aanmeren naast een ander cruiseschip leidt tot enige jaloerse gedachten dat het daar vast nog beter toeven is.

Het schijnbaar objectief beschrijven van de reis en het schip bergt uiteraard de nodige ironie in zich. Hij laat zich verrassen en meenemen door het leven aan boord en beschrijft zijn eigen onhandigheden. Zo heeft hij uit een soort baldadigheid geen smoking meegenomen om zich vervolgens doodongelukkig te voelen in zijn sterk uit de toon vallende oude tweed jasje. Zijn fantasie leidt tot creatieve ideeën zoals dat het vacuüm rioolsysteem hem mee zou kunnen zuigen de afvoer in. Al met al een hilarisch verhaal, met een irritant aantal voetnoten, dat constant op een hoogtepunt lijkt te verkeren, waardoor je een zucht van verlichting slaakt als je het uit hebt. Waarschijnlijk net zo’n zucht als hij slaakte toen hij eenmaal weer voet aan wal zette. 

zaterdag 9 september 2017

Bermuda

De hoofdpersoon in het tweede boek van Basje Boer heet heel toepasselijk Meis. Het is een meisjesachtige jonge vrouw die zich makkelijk voegt naar haar omgeving. Ze is nogal op zoek naar wie ze eigenlijk is en lijkt zich daarbij vaak te verliezen in aspecten van de buitenkant. Na haar verjaardagsfeestje dat haar vriendin Elfriede voor haar heeft georganiseerd met al haar eigen vriendinnen omdat Meis er geen heeft, en een veel te groot en ongewenst cadeau, vlucht Meis haar leven uit. Het lijkt een veelbelovend keerpunt.

Maar wat volgt is een lange trage opsomming van wat de eenzame Meis meemaakt als ze al haar pasjes en mobiel heeft weggegooid, door de stad zwerft en in een hotel verblijft tot het geld op is. De details van het leven van de einzelgänger zijn er teveel in aantal om lang te kunnen boeien. Als lezer ben je blij dat ze op een bepaald moment weer andere mensen ontmoet. Daarmee brengt de schrijver weer meer vaart in haar verhaal.

Ze laat Meis belanden in een soort rijkeluisstudentenhuis waar ze zich weer aan de anderen aanpast en opgaat in een klein geheel. Totdat ze daar om onduidelijke redenen genoeg van heeft en belandt bij haar alter-ego, een door haar bewonderde kunstenares.   

De schrijver geeft een beeld van de hoofdpersoon als iemand die onpeilbaar is en duistere beweegredenen heeft. Ze houdt ervan als haar leven op een film lijkt en diverse films worden dan ook in het verhaal betrokken. Schijn, werkelijkheid, dromen, gedachten en realiteit lopen door elkaar heen. De ultieme drijfveer van Meis lijkt het eeuwig willen vluchten te zijn, waarmee het verhaal ook eindigt. Ze belandt weer op een eigen plek in haar eentje. Of ze ditmaal haar eigen identiteit zal vinden is de vraag. 

zaterdag 2 september 2017

Gebarsten wit

Gebarsten wit is geschreven door Corina Engelbrecht. Zij is journalist en letterkundige, en schreef eerder een novelle. Gebarsten wit gaat over een man van halverwege de vijftig, Zeggelaar, die weet dat hij binnenkort zal sterven. Voordat hij de rust heeft om dat te laten gebeuren wil hij nog wat zaken uit zijn eigen leven en dat van zijn vader ophelderen. Beide mannen leefden met een geheim.

De schrijfster zet de laatste tijd van Zeggelaars leven neer als een relatief drukke periode van deze eenzame man, in een beeldende taal. Soms gebruikt ze veel staccato zinnen achter elkaar, wat me enigszins stoorde tijdens het lezen, maar haar taalgebruik is meestal trefzeker. Zeggelaar heeft zijn baan opgezegd en krijgt onverwacht contact met zijn jonge opvolger, die hij bij gebrek aan intimi,  de naleving van zijn testament toevertrouwt.

Je ziet Zeggelaar in een oude man veranderen. Hij loopt met een stok en krijgt hulp in huis. Maar ook wordt hij van een formele, degelijke man een wat opener persoon, die meer kan genieten, maar evengoed boos kan zijn. Bijvoorbeeld als zijn ex-vrouw hem onverwacht komt bezoeken en zich met hem wil bemoeien. Zijn jonge hulp daagt hij uit om samen iets te ondernemen en hij voelt zich heel even jonger, en als een vader. Eindelijk is hij er aan toe om in het dagboek van zijn vader te lezen over zijn oorlogsverleden en hem daarmee wat beter te begrijpen. Hij lijkt nog meer een zoon van zijn vader met zijn driften en ingehouden emoties. 

Het geheim van Zeggelaar zelf wordt langzaamaan duidelijk en hij kiest ervoor het mee te nemen in zijn graf. Voordat het kleine clubje mensen om hem heen hun eigen visie op zijn leven zullen geven bij zijn begrafenis, laat hij zijn eigen woorden die dan uitgesproken moeten worden bij de notaris vastleggen. De doorbroken onschuld van het gebarsten wit maakt plaats voor het zwarte wezen van de dood.