zondag 13 mei 2018

Do not go gentle into that good night



Do not go gentle into that good night,
Old age should burn and rave at close of day;
Rage, rage against the dying of the light.

Though wise men at their end know dark is right,
Because their words had forked no lightning they
Do not go gentle into that good night.

Good men, the last wave by, crying how bright
Their frail deeds might have danced in a green bay,
Rage, rage against the dying of the light.

Wild men who caught and sang the sun in flight,
And learn, too late, they grieved it on its way,
Do not go gentle into that good night.

Grave men, near death, who see with blinding sight
Blind eyes could blaze like meteors and be gay,
Rage, rage against the dying of the light.

And you, my father, there on the sad height,
Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray.
Do not go gentle into that good night.
Rage, rage against the dying of the light.

Dylan Thomas, 1914 – 1953

woensdag 9 mei 2018

Ze zullen denken dat we engelen zijn


Het is alweer tien jaar gelden dat Bert Natter zijn debuut als romanschrijver maakte met Begeerte heeft ons aangeraakt. Wat toen al opviel, was dat hij subtiel en invoelbaar kan schrijven over mensen die afwijken van het gangbare. Hij neemt je mee in de gedachten van de hoofdpersoon waarmee je het verhaal beleeft vanuit zijn perspectief. Ook in het doseren van informatie en het geven van kleine vooruitwijzingen die je als lezer krijgt is hij goed. Dat maakt dat het verhaal de nodige spanning behoudt. 

Ze zullen denken dat we engelen zijn (2018) gaat meteen van start met de beschrijving van een terroristische aanslag op een zomerse dag in een Nederlandse stad. Alfred zit op een terras naast een vrouw die zich net aan hem heeft voorgesteld als het geweld losbarst. Alles gaat in een stroomversnelling als de twee onder de tafel duiken om zichzelf buiten schot te houden. Het is het begin van iets dat er niet mag zijn, de start van een relatie die nooit een naam mag hebben. De beleving van het heftige moment van de aanslag verbindt de twee, verder zijn ze eigenlijk vreemden voor elkaar.

Het is mooi hoe de schrijver het dralen van de twee verbeeldt. Verstand en gevoel op het strijdtoneel, met het bijbehorende aantrekken en afstoten. Na veel tegenslag heeft Alfred een zekere vrede gevonden met zijn leven en dat wordt nu finaal overhoopgegooid. Hem is vaak verweten te veel een denker te zijn. ‘En nu sta ik weer na te denken over geluk. Geluk is geen abstract begrip, het staat met tranen in haar ogen voor me.’

Natter beschrijft heel goed hoe subjectief de beleving en herinnering van een situatie zoals de aanslag is. Die van Alfred en de vrouw zijn al verschillend. Zelfs met beelden ervan die hij bij de politie moet komen bekijken, is deze weer anders dan in zijn hoofd. Thema’s in dit verhaal zijn niet alleen relaties en rouw, maar ook de actuele situatie waarin we verkeren. Met alle bijkomende maatregelen die niet voor iedereen even goed uitpakken.

Veiligheid boven alles. En een zeker verleden, dat in je nadeel kan werken, draag je altijd met je mee. Alfred is stellig in zijn opvatting dat hij zijn vertrouwde modus waarin hij alleen is moet aanhouden: ‘Verlangens doen niemand pijn, alleen jezelf.’ Telkens wast hij symbolisch zijn handen of zijn gezicht met zuiver water en uiteindelijk, als hij alleen op het strand is, voelen zijn ‘kleren zo zwaar aan, nog niet opgedroogd van de vorige bui en nu alweer doorweekt’. Niemand zei dat het leven eerlijk was.     

vrijdag 4 mei 2018

Motel songs


Al even had ik het boek Motel songs van Auke Hulst opzij gelegd, nog tegoed. Ik had al wel zijn cd beluisterd, maar nu ik het boek erbij las, kwam die pas echt tot leven. Het is de weerslag van de reis die hij in 2016 maakte door de Verenigde Staten na een verloren liefde. Zijn manier om afstand te nemen en ruimte voor zichzelf te zoeken. Het leverde waardevolle overdenkingen op, over zijn eigen leven, maar ook over de wereld van nu.

Hij spaart zichzelf daarbij niet en ook zijn melancholieke kant komt aan bod zonder dat hij deze dramatiseert. Ook heeft hij een prettig soort relativerende humor die hier en daar opduikt. Onderweg nam hij de cd op in motels en een enkele studio die hij tegenkwam. Het lezen van zijn verhaal en tegelijkertijd luisteren van de songs was een reis op zich. Een thuisreis die je toch verder brengt.

Van tevoren stond alleen vast dat zijn reis van oost naar west zou gaan. De richting van de groei in het boeddhisme en die van de vooruitgang in de moderne wereld. Verder stond de schrijver open voor alles wat zich aandiende. Hij bezocht diverse literair en muzikaal betekenisvolle plaatsen en al gauw leek de dood het thema te vormen. De combinatie van verhalen over grote namen die niet meer onder ons zijn en zijn persoonlijke verhaal vond ik een genot om te lezen. Hij zet de groten der aarde niet alleen op een voetstuk, maar belicht ook hun minder mooie kant. Daarnaast biedt hij mensen aan de rafelrand een podium. Ook zij hebben veel te vertellen. 

Zijn schrijfstijl is op een bepaalde manier poëtisch maar niet overdadig, eerder sober. Over Fitzgerald, die aanvankelijk voor een luxe begrafenis ging maar uiteindelijk de goedkoopst mogelijke in zijn testament zette, zegt de schrijver: ‘Dat zei veel over hoe de tijd hem had afgeschminkt.’ Hij heeft oog voor het bijzondere, ook in schijnbaar gewone dingen. Al lezend merkte ik dat hij vaak gedachten verwoordt die sluimerden in mijn hoofd en daarmee concreet maakt. Het zette mezelf weer verder op mijn eigen spoor.

In de zoektocht van de schrijver naar zin en eeuwigheidswaarde beslaat geluk slechts een deel ervan. De sombere kant heeft ook bestaansrecht en vormt een mens net zo goed. Hij benoemt de zelfmoord van mensen om hem heen. Zelf ontdekt hij als hij verdwaalt in een desolaat bos dat hij nu toch teveel hangt aan het leven om daarvoor te kiezen. Naast de feeble momenten kent hij dan ook momenten dat hij zich man van de wereld voelt. Het gevoel dat je hebt als je alleen reist en je vrij bent om een verbinding voor het moment aan te gaan met de mensen die je tegenkomt. De tekst van het eerste nummer van zijn cd verwoordt het verlangen naar vrijheid in de tussentijd die de reis hem biedt:

I’m freedom bound
let me stay
on this transcendental highway         

donderdag 26 april 2018

Glorie


Alweer een debuut te pakken, dit keer van Patricia Jozef. Met Glorie vertelt ze het verhaal van een kunstenares die tegen haar eigen verwachting in moeder wordt en een man die zich de kunstwereld in bluft en uiteindelijk blijkt wat hun onderlinge relatie is. De kunstwereld staat er gekleurd op in dit boek en hangt aan elkaar van interessante contacten tussen mensen die zich omhoog willen werken. Mensen met ideeën en een visie halen Marcel, de man die bluft, binnen en niemand die er iets van merkt. Hij voelt zijn eigenwaarde stijgen in zijn nieuwe functie van eventmanager nadat hij langere tijd geen werk heeft gehad. Tegelijkertijd maakt de schrijver de spanning voelbaar die Marcel ervaart vanwege de angst om ontmaskerd te worden.

Jozef vertelt het verhaal eerst vanuit het perspectief van Marcel, daarna vanuit dat van Bodine, de kunstenares, en tot slot dat van hen beiden. Ook wat betreft de andere personages heeft ze voor elk een duidelijke eigen stem gecreëerd. Het is leuk om te lezen hoe de kunstenares stuit op het onbegrip van een van de organisatoren van een groot kunstcongres in Berlijn waaraan ze deelneemt na een lange niet productieve periode qua werk. Het botst en schuurt. Het lijkt een gevecht tussen oorspronkelijkheid en clichés. ‘Er zijn er die zo getroffen zijn door de kunsten dat ze verder verlamd door het leven gaan. Alleen de kunst doet er echt toe, al het andere verbleekt door banaliteit.’ Bodine haat het heilig verklaren van kunst.

Maar er worden meer gevechten geleverd in dit verhaal. Dat tussen vrijheid en gebondenheid, wat Bodine ervaart na de komst van haar kind, maar ook in haar relaties. Dat levert mooie bespiegelingen op over vrijheid binnen een vast verband en afhankelijkheid. Het ruige leven dat ze vroeger leidde komt met vlagen terug als ze in een meer routineus leven is beland. Beide hebben hun waarde en aantrekkingskracht. Zowel voor haar kunst als relaties lijkt te gelden dat het erover filosoferen het vaak moeilijker maakt dan het is. ‘In het discours dat nadien over mijn werk op gang kwam, werd de complexiteit van de filosofische taal verward met de eenvoud van mijn werk.’

vrijdag 20 april 2018

Dichtersvisioen



Ik zag laatst bij iemand een boek liggen dat mijn aandacht trok. Het ging over het mystieke gehalte van de gedichten uit de postuum verschenen bundel van Joost Zwagerman, Wakend over God. Dat was destijds een verrassende bundel, vooral door de verwijzingen van Zwagerman naar het hogere, dat hij dan maar God noemde. De verwijzingen waren niet eenduidig. Het kon zijn dat hij dit hogere aanhing of dat hij met een kwinkslag naar zijn lot verwees. 

Achteraf lijken zijn gedichten een vooruitwijzing naar zijn zelf verkozen dood. Net zoals zijn muziekkeuze voor Opium op 4 dat was, toen hij niet op kwam dagen en bleek dat hij eigenhandig een einde aan zijn leven had gemaakt. De expositie Silence out loud en het boek De stilte van het licht verwezen ook naar een verlangen naar meer dan de afwezigheid van geluid, naar een eeuwige waarheid. Vanaf de tweede druk van het boek verscheen niet alleen zijn geboortejaar, maar ook het jaar dat hij stierf (2015) op de achterkant. 

Het boek over de dichtbundel heet Dichtersvisioen en is geschreven door Jos Huls en Hein Blommestijn. Zij begeven zich op het terrein van de mysteriën, met name op het religieuze vlak, en geven beiden geestelijke begeleiding. Luuk de Haan, wiens werk Zwagerman bewonderde, heeft het boek van beeld voorzien. Met een hardcover maakt dit het een mooie uitgave qua vorm. De inhoud viel me enigszins tegen. 

Waar Jaap Goedegebuure, die de inleiding schreef, en Luuk de Haan zoeken naar aansluiting bij het leven en de dood van Zwagerman, lijken de twee schrijvers vooral op zoek te zijn naar God. Het is niet zozeer hetgeen de dichter in zijn werk heeft gelegd, als wel hun eigen voortborduren op de gedichten in de richting van wat God en het geloof in hun optiek te bieden heeft. Ze verwijzen dan ook nergens naar Joost Zwagerman, maar alleen maar naar het abstracte ‘de dichter’. Hun streven lijkt de lezer dichter bij God te willen brengen, wat Zwagerman geen recht doet. Juist zijn dubbelzinnige verhouding met het goddelijke komt hiermee in het gedrang. 

Het is ook heel storend dat er veel spel- en stijlfouten in de tekst staan. Aan het einde is een lezing van Zwagerman opgenomen die hij tweeëneenhalf jaar voor zijn dood gaf over het religieuze aspect in de moderne beeldende kunst. Het lijkt eerst een verademing dat het nu op een genuanceerde manier over dit thema gaat, maar vervolgens staan hier ook tal van taalfouten in, waarvan me het gevoel bekroop dat ze er niet hadden gestaan als Zwagerman er zelf naar had gekeken. Maar hij is er niet meer en niet alles is wat het lijkt.     


vrijdag 13 april 2018

Macht en verbeelding


Het essay van Femke Halsema voor de Maand van de Filosofie was wel een must voor mij. In de tijd dat ze in de politiek zat, las ik ook een paar boeken van haar, vaak bevlogen woorden voor een betere wereld, te beginnen vanuit de macht. En ook dit essay, met de titel Macht en verbeelding, is eigenlijk meer een politieke tekst dan een filosofische. Maar ze haalt wel de verbeelding erbij, al is het zijdelings. Een interessant boekje met haar duiding van de politiek van de afgelopen tijd en die van vandaag de dag. 

Het verhaal is bekend. Over links dat zijn idealen onderweg verloor, te beginnen met Kok die zegt zijn ideologische veren af te willen schudden. In de slag om de populistische kiezer schuiven van oorsprong progressieve partijen steeds meer op naar rechts. Overigens hanteert Halsema wel de nodige nuance als het om het oude links-rechts-denken gaat. En ook wat betreft het bijbehorende denken in tegenstellingen. Daar volgt ze minder begane paden.

Onderbouwd met de nodige denkers pleit ze voor een samenleving waarin mensen zich trots op hun land voelen. Emotionele betrokkenheid, een waardering van de gezamenlijke geschiedenis en een geloof in een hieruit voortvloeiend toekomstperspectief kunnen van grote waarde zijn. De vaak negatief gebruikte term ‘nationalistisch’ geeft ze hiermee een nieuwe lading. Het is niet zozeer een verwerpelijke rechtse hobby, maar een nastrevenswaardige staat van zijn voor een land waarin democratie kans van slagen en waarde heeft. Net zoals een individu ook zelfvertrouwen nodig heeft om zich te kunnen ontplooien in het leven. Dus dit nationalisme zou breder omarmd moeten worden. Dan wel zonder in polarisatie te vervallen.

Daar komt de verbeelding om de hoek kijken. Verbeelding in het publieke domein maakt de voorstelling van onze samenleving en voedt de gezamenlijk gevoelde identiteit. Maar verbeelding in verkeerde handen roept reacties in termen van schuld en boete op, een scheef beeld van de actuele wereld en niet productieve polarisatie. Niet heel verrassend eindigt ze met een oproep tot samenwerking binnen de progressieve hoek. Na het geschetste beeld van onze huidige situatie klinkt dit een beetje als een hopeloze en plichtmatige kreet waarop ze geen antwoord verwacht. Je hebt dan ook wel veel verbeelding nodig om nu een positieve toekomstvisie te kunnen hebben. Helaas dient de macht die niet altijd even adequaat deze dagen. Misschien moet ook buiten de politiek de verbeelding meer aan de macht komen!

vrijdag 6 april 2018

Mooie lieve schat


Joubert Pignon debuteerde al in 2012 en heeft een abonnement op intrigerende titels. Zo heette zijn debuut Er gebeurde o.a. niets. Hiermee behaalde hij een plekje op de longlist van de Academica Literatuurprijs. Huil maar, ik wens je uitstel toe heettte zijn tweede boek in 2015. En nu dan, of eigenlijk afgelopen jaar, verscheen Mooie lieve schat. Waar het heen gaat met deze zoete woorden is niet de goede kant op, maar een absurde en levensechte richting, die je inlevingsvermogen volop aanspreekt. De ik-figuur is een hedendaagse zoekende in het leven en stuit dagelijks op de praktische problemen die dit met zich mee brengt en zijn onhandige manier van daarmee om te gaan.   

De schrijver speelt met zijn eigen personage. Is hij het zelf of is hij een bedenksel van zijn ware zelf en een andere schrijver? Al gelijk voorin het boek meldt hij: Iedere gelijkenis met bestaande personen berust op louter etc. Vervolgens biedt de uitgever zogenaamd de mogelijkheid om jezelf als lezer als hoofdpersoon te laten opvoeren voor een passende prijs. Wie biedt? In het nawoord neemt Robert Schuit afscheid van Joubert Pignon. Wie is wat en wat is waar? En maakt het uit? Wat blijft is een verzameling quasi trieste verhalen die een beeld geven van het dagelijks leven van iemand die het net zo min makkelijk heeft als zijn lezers.

Wel heeft hij een bepaald soort luiheid en absurde blik op het leven van alledag waarmee hij je meesleept en verrast, wat de verhalen een bepaalde aanrekkingskracht geeft. Ik was eerder geneigd de hoofdpersoon sympathiek te vinden dan een luie donder. Hoe hij dat precies voor elkaar krijgt weet ik niet. Over zijn zwijgend naast zijn vriendin zitten schrijft hij: ‘Eigenlijk wil ik nadenken over vroeger, toen we in elkaars bijzijn nog de leukste versies van onszelf waren.’

Het leuke is ook dat hij op diverse momenten zodanig uit de ware bocht vliegt, dat je weet dat je nu echt bent aanbeland in de fantasie van de schrijver. Een bron van vermaak en louterend inzicht in hoe het nu eenmaal schijnt te moeten gaan in het leven. Of dit nu de schrijver zelf betreft, zijn pseudoniem, of de tot hoofdpersonage gebombardeerde lezer, maakt eigenlijk niet uit. De verhalen boeien en dat is wat telt. Een kleine schat.