In dit grootse werk schept Siri Hustvedt een
caleidoscopisch beeld van kunstenares Harriet Burden die naar erkenning streeft
voor haar werk. Hustvedt belicht op vernuftige wijze thema’s als man-vrouwverhoudingen,
waarheid en verzinsel, gekte en normaliteit, liefde en erkenning en de relatie
tussen kunst en het leven. Dit doet de schrijfster door diverse mensen die Burdens
werk en persoon kenden aan het woord te laten. Het boek is de weerslag van het
onderzoek dat een hoogleraar esthetica naar de kunstenares heeft gedaan nadat
een ernstige ziekte haar het leven heeft benomen. Het palet aan getuigenissen
verbeeldt de veelzijdigheid die de realiteit kan aannemen.
De vorm die Hustvedt heeft gekozen is geniaal; hiermee gebruikt ze haar eigen
ervaring als schrijfster en ‘vrouw van’, maar ze kan er ook tal van filosofische
verwijzingen in kwijt die de samensteller bij ieders bijdrage plaatst. Op zeker
moment verwijst hij zelfs naar haar zelf als ‘een obscure schrijfster van romans
en essays, wier standpunt Burden ‘een bewegend doel’ noemt.’
De naam van de kunstenares is veelzeggend: Burden, het is haar meisjesnaam
waarmee ze belast is. Haar wederhelft heet Lord en naar die patriarchale naam
wil ze ook niet genoemd worden. Temeer omdat ze dan als zijn vrouw benaderd
wordt. De vrouw van de kunsthandelaar die een goede kijk heeft op kunst. Haar
eigen werk wordt tot haar grote frustratie gemarginaliseerd.
Om haar werk alsnog op de kaart te zetten benadert ze achtereenvolgens drie
jonge mannen met de vraag om haar werk in eerste instantie onder hun naam te
exposeren. De onthulling achteraf zal spectaculair zijn en haar tot grote
hoogten doen stijgen. Haar wraak op de gevestigde kunstwereld zal zoet zijn.
Maar het loopt finaal anders. De kunstenaars hebben een eigen wil en het lot
keert zich tegen haar. Haar coming out verstomt in de waan van de dag. Ze
sterft zonder ooit de erkenning te krijgen waarop ze gehoopt had, de roem die
haar vader trots op haar zou hebben gemaakt. Tegelijkertijd draagt dit kleine
meisje de wijze man in zich die haar vader was. Harriet, Harry voor intimi. Een
dijk van een verhaal.
donderdag 16 juli 2015
maandag 29 juni 2015
Brand
Voor
jou is het niet moeilijk, vriend
het zit niet in je hoofd
drukt niet op je gedachten
knaagt niet aan je geloof
Je hoeft niet eens te spreken
ik heb je al verstaan
vecht door totdat het doodgaat
rust niet zolang het leeft
Ik ben in staat van oorlog, vriend
en jij, jij bent neutraal
wij zien hier niet hetzelfde
spreken niet dezelfde taal
Blaas het op of brand het af
maar laat het niet begaan
The Scene
het zit niet in je hoofd
drukt niet op je gedachten
knaagt niet aan je geloof
Je hoeft niet eens te spreken
ik heb je al verstaan
vecht door totdat het doodgaat
rust niet zolang het leeft
Ik ben in staat van oorlog, vriend
en jij, jij bent neutraal
wij zien hier niet hetzelfde
spreken niet dezelfde taal
Blaas het op of brand het af
maar laat het niet begaan
The Scene
maandag 15 juni 2015
Zomervakantieboek
Peter Pellenaars stelt op zijn blog de vraag:
Welk boek mag volgens jou niet ontbreken op de #50books zomerleeslijst 2015?
Een mooie aanleiding om weer eens wat te schrijven over het lezen van boeken. Laatst bedacht ik me dat boeken me soms roepen. Nieuwe boeken die klaar liggen op de bank, maar ook de aanwinsten in de bieb en de boeken die geduldig wachten op mijn nachtkastje. Te zien aan de diverse stapeltjes is het een kakafonie van roepende boeken bij mij thuis. Maar het moet tijd zijn voor een boek om het te gaan lezen. De redenering ‘een boek ligt klaar dus lezen maar’ gaat niet op. Je moet het gevoel hebben dat je aan een boek toe bent.
Zo begon ik laatst eindelijk in ‘De zomer hou je ook niet tegen’ van Dimitri Verhulst. Het lag al een paar maanden te wachten, maar nu was het tijd. Mijn vooroordelen (veel gevloek en onfunctioneel naakt) erover waren weggeëbd en ik had zin in dit overzichtelijk kleine boekje. En ik las het met plezier. Zo moet het zijn.
Het nadeel van roepende boeken is dat de andere alweer roept als je de ene nog niet uit hebt. Zo ontstaat ook het stapeltje waar ik nog niet van vertelde, met de bladwijzers ergens halverwege, op de stoel achter de bank. In de strafhoek, zou je bijna denken. Dat stapeltje groeit gestaag. Iemand vroeg me over een boek dat daartussen lag: Vind je het geen mooi boek dan? Maar dat is het niet. Er zijn alleen zoveel mooie boeken en je kunt nu eenmaal niet alles tegelijk. En nieuw roept soms harder.
Op dat stapeltje in de hoek bevindt zich, zoals ik sinds kort weet, mijn aanstaande vakantieboek. Van de zomer ga ik een paar dagen naar een dorpje in Zeeland waar je waarschijnlijk niet veel meer te zoeken hebt dan rust. Dus dan moet er een fijn boek mee, niet te dun en zeker boeiend. Dit is ‘Efter’ van Hanna Bervoets. Ik won het van www.ingeleest.nl, even geleden alweer en ik stelde het beginnen eraan telkens nog even uit, al het geroep ten spijt. Totdat ik bedacht dat ik het bewaar voor de vakantie, als een bonbon voor bij de koffie.
Ik ben heel benieuwd naar dit boek. Hier borduurt Bervoets weer voort op de wereld zoals die nu is, wat ze ook al deed in ‘Alles wat er was’. Ook ‘Lieve Céline’ vond ik een goed boek. Ze heeft volop fantasie en een vlotte schrijfstijl, dus ik kijk uit naar mijn vakantie! Tot die tijd is het hier thuis nog gewoon een Babylonische spraakverwarring…
Welk boek mag volgens jou niet ontbreken op de #50books zomerleeslijst 2015?
Een mooie aanleiding om weer eens wat te schrijven over het lezen van boeken. Laatst bedacht ik me dat boeken me soms roepen. Nieuwe boeken die klaar liggen op de bank, maar ook de aanwinsten in de bieb en de boeken die geduldig wachten op mijn nachtkastje. Te zien aan de diverse stapeltjes is het een kakafonie van roepende boeken bij mij thuis. Maar het moet tijd zijn voor een boek om het te gaan lezen. De redenering ‘een boek ligt klaar dus lezen maar’ gaat niet op. Je moet het gevoel hebben dat je aan een boek toe bent.
Zo begon ik laatst eindelijk in ‘De zomer hou je ook niet tegen’ van Dimitri Verhulst. Het lag al een paar maanden te wachten, maar nu was het tijd. Mijn vooroordelen (veel gevloek en onfunctioneel naakt) erover waren weggeëbd en ik had zin in dit overzichtelijk kleine boekje. En ik las het met plezier. Zo moet het zijn.
Het nadeel van roepende boeken is dat de andere alweer roept als je de ene nog niet uit hebt. Zo ontstaat ook het stapeltje waar ik nog niet van vertelde, met de bladwijzers ergens halverwege, op de stoel achter de bank. In de strafhoek, zou je bijna denken. Dat stapeltje groeit gestaag. Iemand vroeg me over een boek dat daartussen lag: Vind je het geen mooi boek dan? Maar dat is het niet. Er zijn alleen zoveel mooie boeken en je kunt nu eenmaal niet alles tegelijk. En nieuw roept soms harder.
Op dat stapeltje in de hoek bevindt zich, zoals ik sinds kort weet, mijn aanstaande vakantieboek. Van de zomer ga ik een paar dagen naar een dorpje in Zeeland waar je waarschijnlijk niet veel meer te zoeken hebt dan rust. Dus dan moet er een fijn boek mee, niet te dun en zeker boeiend. Dit is ‘Efter’ van Hanna Bervoets. Ik won het van www.ingeleest.nl, even geleden alweer en ik stelde het beginnen eraan telkens nog even uit, al het geroep ten spijt. Totdat ik bedacht dat ik het bewaar voor de vakantie, als een bonbon voor bij de koffie.
Ik ben heel benieuwd naar dit boek. Hier borduurt Bervoets weer voort op de wereld zoals die nu is, wat ze ook al deed in ‘Alles wat er was’. Ook ‘Lieve Céline’ vond ik een goed boek. Ze heeft volop fantasie en een vlotte schrijfstijl, dus ik kijk uit naar mijn vakantie! Tot die tijd is het hier thuis nog gewoon een Babylonische spraakverwarring…
zondag 14 juni 2015
Vreemd
Wanen willen niet weg
beelden blijven bezig
schade en schande stemmen schuldig
Het leven lijkt me te leven
zonder zeggenschap
noch van mij, noch van jou, van geen
Of juist van iedereen?
Tijd tikt onverbiddelijk
consequent continu
langs mij heen
als langs geeneen
Ik voel haar wel
maar ze doet me niks
Immuun wederom, als voorheen
Welke wezenloze wil
kan zo koel zijn en zo kil
Weet waarom
en weet nog niet
wat te doen...
donderdag 14 mei 2015
Virginia Woolf
Ik had een gedachtenkronkel die ertoe leidde dat ik de nieuwe biografie van Virginia
Woolf kocht, terwijl ik eigenlijk zo min mogelijk boeken wil kopen. Want: volle
boekenkast en een uitnodigende bibliotheek. Ik zag dat de biografie van Hedy d’Ancona
van een paar jaar terug in de aanbieding was bij de Opzij, maar met
verzendkosten alweer wat minder goedkoop. Ook zo bij Bol.com, tenzij ik er een
boek bij kocht. Dat zou Virginia Woolf van Alexandra Harris kunnen zijn. Maar
ik gun het de échte boekhandel, Adriaan Heinen, veel meer. Daar geen Hedy, maar
wel Woolf en dus ga ik door een aanbieding verleid met een nieuw boek voor de
volle prijs naar huis! En Hedy kan ik altijd nog via de bieb lezen…
En zo’n gekke kronkel was het nou ook weer niet, want het is een heel fijne biografie van Woolf. Alexandra Harris schetst een genuanceerd en eerlijk beeld van de vrouw en schrijfster die Woolf was. Ze geeft de lezer inzicht in de manier waarop de schrijfster inspiratie vond voor de vorm en inhoud van haar diverse boeken. Dat Woolf veel experimenteerde ontlokt Harris de opmerking: ‘Ze kon nooit vertrouwen putten uit haar eigen succes omdat ze nooit twee keer hetzelfde deed.’ De momenten dat haar boeken uitkwamen waren voor Woolf gevaarlijke momenten, ingegeven door haar onzekerheid en stemmingswisselingen.
Harris gaat opvallend weinig in op ‘de ziekte’ van Virginia Woolf. Ze noemt ook nergens de term ‘manisch depressief’ terwijl deze toch gangbaar is in verband met de grote schrijfster. Wellicht heeft dit te maken met de nuance die Harris wil aanbrengen in het beeld dat door de jaren heen van Woolf geschetst is. Als tegenwicht van de labiele, hysterische vrouw die zich bezighield met kleinigheden op het sociale vlak, zet zij een intelligente vrouw neer, die in haar werk het persoonlijke tot een hoger (politiek) niveau tilt en die zelf, en door haar man geholpen, op een verstandige manier omgaat met haar ziekte. De ziekte brengt haar niet alleen somberheid, maar ook creativiteit.
Woolf’s relaties met mannen en vrouwen komen zonder veel effectbejag als vanzelfsprekend thema aan bod. Het lijkt recht te doen aan de persoon die Woolf was. De biografe bespreekt enkele eerdere biografieën, waarvan de vroegere Woolf ook neerzetten als slachtoffer van misbruik in haar jeugd. Harris vindt dit een te eenzijdige blik, Woolf was zoveel meer dan dat. Ze noemt haar zelfs een snob! Woolf bevond zich dan ook in de luxe positie van het hebben van een stads- en een plattelandswoning met de nodige dienstmeisjes. Maar ze maakte ook de realiteit van de eerste wereldoorlog mee. De opsomming nodigt uit tot het lezen van de biografie door Hermione Lee.
Sowieso vraagt het boek om (her)lezing van Woolf’s boeken. ‘Orlando’ wat ik jaren geleden met enige moeite las, is in de terminologie van Woolf een ‘vakantieboek’ of ‘tussendoortje’. Evenals ‘Tussen de bedrijven’ wat veel subtiele verwijzingen naar de oorlog bevat. Nog genoeg te ontdekken dus in het werk van Woolf!
En zo’n gekke kronkel was het nou ook weer niet, want het is een heel fijne biografie van Woolf. Alexandra Harris schetst een genuanceerd en eerlijk beeld van de vrouw en schrijfster die Woolf was. Ze geeft de lezer inzicht in de manier waarop de schrijfster inspiratie vond voor de vorm en inhoud van haar diverse boeken. Dat Woolf veel experimenteerde ontlokt Harris de opmerking: ‘Ze kon nooit vertrouwen putten uit haar eigen succes omdat ze nooit twee keer hetzelfde deed.’ De momenten dat haar boeken uitkwamen waren voor Woolf gevaarlijke momenten, ingegeven door haar onzekerheid en stemmingswisselingen.
Harris gaat opvallend weinig in op ‘de ziekte’ van Virginia Woolf. Ze noemt ook nergens de term ‘manisch depressief’ terwijl deze toch gangbaar is in verband met de grote schrijfster. Wellicht heeft dit te maken met de nuance die Harris wil aanbrengen in het beeld dat door de jaren heen van Woolf geschetst is. Als tegenwicht van de labiele, hysterische vrouw die zich bezighield met kleinigheden op het sociale vlak, zet zij een intelligente vrouw neer, die in haar werk het persoonlijke tot een hoger (politiek) niveau tilt en die zelf, en door haar man geholpen, op een verstandige manier omgaat met haar ziekte. De ziekte brengt haar niet alleen somberheid, maar ook creativiteit.
Woolf’s relaties met mannen en vrouwen komen zonder veel effectbejag als vanzelfsprekend thema aan bod. Het lijkt recht te doen aan de persoon die Woolf was. De biografe bespreekt enkele eerdere biografieën, waarvan de vroegere Woolf ook neerzetten als slachtoffer van misbruik in haar jeugd. Harris vindt dit een te eenzijdige blik, Woolf was zoveel meer dan dat. Ze noemt haar zelfs een snob! Woolf bevond zich dan ook in de luxe positie van het hebben van een stads- en een plattelandswoning met de nodige dienstmeisjes. Maar ze maakte ook de realiteit van de eerste wereldoorlog mee. De opsomming nodigt uit tot het lezen van de biografie door Hermione Lee.
Sowieso vraagt het boek om (her)lezing van Woolf’s boeken. ‘Orlando’ wat ik jaren geleden met enige moeite las, is in de terminologie van Woolf een ‘vakantieboek’ of ‘tussendoortje’. Evenals ‘Tussen de bedrijven’ wat veel subtiele verwijzingen naar de oorlog bevat. Nog genoeg te ontdekken dus in het werk van Woolf!
maandag 4 mei 2015
Twee minuten stilte
Het is 4 mei, we zijn even stil om de doden te herdenken. Ik zie de mensen op
de Dam, volwassenen en kinderen, en vraag me af waar ze aan denken, hoe hun
gedachten verlopen. Hun opa of oma die er niet meer is? Hun zoon die in een
latere ‘vredesmissie’ omkwam? Van de doden tot de dagelijkse beslommeringen die
hen afleiden?
Ik weet nog dat ik als kind, toen ik me voor het eerst bewust was van de betekenis van de dodenherdenking, er heel erg op gericht was om de volle twee minuten te besteden aan datgene waar ze voor bedoeld waren. Ik zag de wandelwagen van mijn moeder voor me, doorzeefd door kogels, terwijl zij en haar moeder in een schuilkelder zaten. Het was een indrukwekkend beeld. Mijn opa die ik nooit echt heb gekend, maar waarover ik gehoord had dat hij de bezetter was ontglipt. Het waren sterke beelden in mijn hoofd.
Maar op tv zag ik ook beelden. Kinderen die de camera zagen en moesten lachen, waarop ik vond dat ik me in moest houden. Kinderen op de schouders van hun vader, die opvallend stil waren. Mensen met nette kleding, maar ook mensen in hun dagelijkse kloffie. Kon dat wel? Was dat wel respectvol?
Nu denk ik dat het gaat om wat je het hele jaar door denkt en waar je voor staat. En niet alleen die twee korte minuten van bezinning, die me even deden denken aan het gebed in stilte waar de dominee in de kerk in mijn kindertijd wel eens gelegenheid voor gaf. Bad ik wel voor het goede? Het gaat om je intentie, om wat je je medemens gunt. Ik hoop van harte dat hoe sterk actuele gebeurtenissen onze afkeur ook oproepen, we alles in perspectief blijven zien en de lijn van toen naar nu door durven te trekken en we ons realiseren: ‘Dat nooit meer’. Bovendien hoop ik dat de juiste mensen zich aangesproken voelen door de stem van degenen die vinden dat ieder mens het waard is om te leven.
Ik weet nog dat ik als kind, toen ik me voor het eerst bewust was van de betekenis van de dodenherdenking, er heel erg op gericht was om de volle twee minuten te besteden aan datgene waar ze voor bedoeld waren. Ik zag de wandelwagen van mijn moeder voor me, doorzeefd door kogels, terwijl zij en haar moeder in een schuilkelder zaten. Het was een indrukwekkend beeld. Mijn opa die ik nooit echt heb gekend, maar waarover ik gehoord had dat hij de bezetter was ontglipt. Het waren sterke beelden in mijn hoofd.
Maar op tv zag ik ook beelden. Kinderen die de camera zagen en moesten lachen, waarop ik vond dat ik me in moest houden. Kinderen op de schouders van hun vader, die opvallend stil waren. Mensen met nette kleding, maar ook mensen in hun dagelijkse kloffie. Kon dat wel? Was dat wel respectvol?
Nu denk ik dat het gaat om wat je het hele jaar door denkt en waar je voor staat. En niet alleen die twee korte minuten van bezinning, die me even deden denken aan het gebed in stilte waar de dominee in de kerk in mijn kindertijd wel eens gelegenheid voor gaf. Bad ik wel voor het goede? Het gaat om je intentie, om wat je je medemens gunt. Ik hoop van harte dat hoe sterk actuele gebeurtenissen onze afkeur ook oproepen, we alles in perspectief blijven zien en de lijn van toen naar nu door durven te trekken en we ons realiseren: ‘Dat nooit meer’. Bovendien hoop ik dat de juiste mensen zich aangesproken voelen door de stem van degenen die vinden dat ieder mens het waard is om te leven.
zondag 12 april 2015
Bloeitijd
Ik ben weg van alles, ben alleen, heb een kamer voor
mezelf en voel me vrij. Ik slenter doelloos door een onbekende stad en laat me
meevoeren naar waar mijn voeten me brengen. Dat zijn de stadswallen, het ver
uitgestrekte park, het imposante gebouw van een museum, de steegjes, de
straatjes, de terrasjes. Ik neem plaats en bestel een kop koffie. De zon
streelt mijn gezicht, even sluit ik mijn ogen en voel de warmte van een
voorzichtige lente.
Ik ben mezelf, sta open voor de wereld, ik hoor de taal der mensen. De serveerster zet de koffie met een glimlach voor me neer. Vogeltjes kwetteren in hun kooitjes aan de stadswal. Vrolijk en licht zingen ze het voorjaar tegemoet. Een kerkklok luidt in de verte, maar dwingt me tot niets. Het geluid ademt het wezen van de stad. Mijn koffie drink ik langzaam, ik heb de tijd aan mezelf. Geen afspraken, geen verplichtingen, geen bereikbaarheid, geen nieuws, geen waan van de dag.
Na mijn koffie wandel ik rustig verder door de kleine straatjes vol met bijzondere winkeltjes met elk hun eigen specialiteit. Boeken, verse vis, Turkse lekkernijen, mooie cadeautjes. Ik hoef niets te hebben, de etalages zien is al voldoende. De gezellige drukte van darrende mensen en het rustige geroezemoes dat in de lucht hangt, stemmen me mild. Net buiten het centrum voelt de stad ongedwongen en eigen. Al ben ik niet van hier, ik voel me thuis. Thuis is waar je hart is.
In het park is het eerste groen aan de bomen al zichtbaar. Geitjes staan volop te grazen. Moeders lopen met hun kleine kindjes door het goed bezochte park. Honden snuffelen aan elkaar tot vermaak van hun baasjes die enthousiast praatjes aanknopen. Het leven neemt zijn loop. Mijn horloge ligt thuis. De tijd is nu. ‘Wat ben je aan het schrijven?’ vraagt een jongen die voorbijkomt me. Ik moet stoppen, de wereld roept me.
Ik ben mezelf, sta open voor de wereld, ik hoor de taal der mensen. De serveerster zet de koffie met een glimlach voor me neer. Vogeltjes kwetteren in hun kooitjes aan de stadswal. Vrolijk en licht zingen ze het voorjaar tegemoet. Een kerkklok luidt in de verte, maar dwingt me tot niets. Het geluid ademt het wezen van de stad. Mijn koffie drink ik langzaam, ik heb de tijd aan mezelf. Geen afspraken, geen verplichtingen, geen bereikbaarheid, geen nieuws, geen waan van de dag.
Na mijn koffie wandel ik rustig verder door de kleine straatjes vol met bijzondere winkeltjes met elk hun eigen specialiteit. Boeken, verse vis, Turkse lekkernijen, mooie cadeautjes. Ik hoef niets te hebben, de etalages zien is al voldoende. De gezellige drukte van darrende mensen en het rustige geroezemoes dat in de lucht hangt, stemmen me mild. Net buiten het centrum voelt de stad ongedwongen en eigen. Al ben ik niet van hier, ik voel me thuis. Thuis is waar je hart is.
In het park is het eerste groen aan de bomen al zichtbaar. Geitjes staan volop te grazen. Moeders lopen met hun kleine kindjes door het goed bezochte park. Honden snuffelen aan elkaar tot vermaak van hun baasjes die enthousiast praatjes aanknopen. Het leven neemt zijn loop. Mijn horloge ligt thuis. De tijd is nu. ‘Wat ben je aan het schrijven?’ vraagt een jongen die voorbijkomt me. Ik moet stoppen, de wereld roept me.
Abonneren op:
Posts (Atom)