dinsdag 3 januari 2012

De grote Joseph

Het verhalendebuut van Anneloes Timmerije, ‘Zwartzuur’ (2005), werd met veel lof ontvangen. Het werd beloond met de Vrouw & Kultuur debuutprijs en sleepte daarnaast nog enkele nominaties in de wacht. Haar familiekroniek ‘Indisch zwijgen’ kreeg wat minder aandacht, maar in 2010 verscheen ‘De grote Joseph’, een dijk van een boek.

In dit verhaal krijgt Lila te maken met bizarre gebeurtenissen als ze op zoek gaat naar het verleden van haar vermiste moeder. Op Lila’s verjaardag komt Carine, haar moeder, niet opdagen. Lila houdt het enige tijd vol om te denken dat ze wel weer zal verschijnen, totdat haar lichaam gevonden wordt. Carine blijkt er een geheime geschiedenis op na te hebben gehouden.  
Anneloes Timmerije weet de spanning goed te doseren. Na de dood van Carine volgen we Lila naar Frankrijk waar de broer van haar moeder, Joseph, woont en waar broer en zus oorspronkelijk vandaan komen.  Joseph kan niet meer praten maar lijkt nog wel bij de tijd. Hij verblijft in een mannenhuis waar mannen terecht kunnen voor wie de maatschappij te snel gaat. Met veel liefde en geduld probeert ze hem weer aan de praat te krijgen over het verleden van hem en haar moeder. Ook gaat ze te rade bij de inwoners van hun oorspronkelijke woonplaats waar ze op veel weerstand stuit.

Waarom heeft haar moeder haar oom in Frankrijk achtergelaten toen ze naar Nederland vertrok? Waarom heeft ze haar naam veranderd? Wat is er in hun woonplaats in Frankrijk tijdens de oorlog gebeurd? Wat houden de dorpsbewoners achter? Langzaam ontvouwt zich een bewogen geschiedenis, niet alleen van de familie van Lila, maar ook van het dorp in Frankrijk. De schrijfster houdt je tot het laatste moment geboeid door telkens een beetje meer weg te geven van het wezen van het verhaal.  
Anneloes Timmerije gebruikt meermalen mooie one-liners, zoals bijvoorbeeld: ‘Als je niet zoekt, is er alleen wat je denkt te weten’ en over de onmacht van oom Joseph om zich uit te drukken: ‘Alsof ik te Sotsji aan de Zwarte Zee in het Tsjerkessisch moet uitleggen wat ik doe voor de kost.´ Ze heeft een verkwikkend taalgebruik  en weet bovendien de nuance te bewaren, ook als het gaat over ´goed of fout´ in de oorlog. Een boek dat je, in een bizar maar geloofwaardig verhaal, meevoert naar een onheilspellend einde.   

zondag 25 december 2011

Logboek van een onbarmhartig jaar

Het begint rauw, ongepolijst, zoals je dat van een logboek verwacht. Connie Palmen heeft pijn, ook fysiek, na de dood van haar man, Hans van Mierlo. Ze weegt bijna niets meer en voelt zich gemankeerd. Wekenlang blijft ze het liefst in hun gezamenlijke bed, waar ze het dichtst bij hem komt. Ze verlangt naar hem, naar zijn lijf. Als ze zich vervolgens weer op straat vertoont schaamt ze zich voor haar alleen zijn. ‘Ik ben iemand niet.’  

Anderhalve maand na zijn dood begint ze aantekeningen te maken. Om ditmaal haar gevoelens van rouw vast te leggen, om deze niet te vergeten. Aanvankelijk is het nog  niet het begin van een boek, maar een vastklampen aan de taal, om te overleven. ‘Rouw is verliefdheid zonder verlossing. Ik ben panisch zonder hem.’

Ruim een maand later spreekt ze Kristien Hemmerechts, die ook haar man heeft verloren. Connie Palmen uit haar verbazing over het feit dat ze met haar schrijven in een dagboekvorm terecht is gekomen, terwijl dit niet haar genre is. ‘Logboek’ klinkt beter, maar dat was het alleen bij aanvang van haar schrijven over haar verlies. Tegen Hemmerechts zegt ze dat ze het dagboek romanesker wil maken om het op en hoger plan te tillen dan alleen een chronologisch verhaal over een ik –figuur.    

Haar neiging tot filosoferen en analyseren van de herkomst van taal maakt dat dit dagboek het particuliere ontstijgt. Maar toch blijft het een persoonlijk verhaal over rouw. Dit overigens in tegenstelling tot haar boek ‘ I.M.’ dat voornamelijk een liefdesverhaal was. Toen Hans van Mierlo dat boek las, herkende hij er zoveel in, dat het hem met gemengde gevoelens opviel de tweede ‘enige man’ in haar leven te zijn.

Ik heb het boek in kleine stukjes moeten lezen; anders was het teveel. Het geschrevene heeft een grote intensiteit. Het is wonderlijk dat je van het verhaal weet hoe het afloopt en toch tot op het einde geboeid blijft. Dat is de grote verdienste van Connie Palmen. Het logboek wil geen literatuur worden omdat de fictie ontbreekt en het lijden een grote passiviteit in zich draagt, zo zegt ze zelf. ‘In de rouw ontbreekt de meervoudige zin.’ Ik hoop dat ze zich op haar voorgenomen boek over Judas gaat storten, waar ze mee bezig was toen ze werd overvallen door het verraad van de dood.  

zondag 18 december 2011

Eenvoudig gelukkig

Het idee dat je eigen geluk maakbaar is, is de laatste jaren nogal in zwang. Esoterische, maar ook reguliere boekhandels puilen uit van de zelfhulpboeken om je te helpen op het pad naar je geluk. Zelfs als leed je onevenredig veel treft, heb je nog steeds de keuze hoe je daarmee om gaat, is het idee. In deze manier van denken ga je bijvoorbeeld strijdbaar om met ziekte en laat je jezelf geen slachtoffer worden. Begin jaren ´90 is Karin Spaink hier al hevig tegen in verzet gekomen, omdat het vanuit deze opvatting lijkt alsof een zieke zelf schuld heeft aan zijn ziekte of aan het niet beter worden. Zij haalt fel uit tegen wat ze noemt ´de orenmaffia´ (alles zit tussen de oren).   

Toch valt uit een positieve benadering van geluk, of hoe om te gaan met problemen, een hoop te leren. Zeker als dit mooi en makkelijk gepresenteerd wordt. Dat gebeurt in het boek ´Eenvoudig gelukkig´ van Karin Bosveld (2009). Het is een zeer mooi vormgegeven boek, dat uitnodigt tot lezen. Het gaat uit van de principes van mindfulness; alles doen met aandacht. In elk hoofdstuk leer je iets van een bepaald thema, bijvoorbeeld: kiezen, loslaten of accepteren. In elk hoofdstuk staan toepasselijke oefeningen, tips en inspirerende uitspraken van diverse bekende en onbekende mensen.   

Waarmee je moet beginnen om je door een boek te laten coachen, is de tijd ervoor nemen. Elke dag een hoofdstukje van genoemd boek lezen is geen grote opgave. Om er werkelijk mee aan de slag te gaan, is het goed om ook de oefeningen te doen. Je zult je  verbazen over hoeveel je ´moet´  van jezelf en hoeveel ingesleten patronen je hebt. En hoeveel mogelijkheden er zijn om grote, maar ook kleine dingen in het leven anders aan te pakken, die een grote impact kunnen hebben op hoe je in het leven staat. Met de praktische oefeningen kun je jezelf aanleren om balans in je leven te vinden. Bijvoorbeeld tussen actief zijn en ontspannen en tussen alleen zijn of onder de mensen.

Een treffende uitspraak die in dit boek wordt aangehaald is: ´Niemand is zo ijverig bezig steeds weer nieuwe indrukken te vergaren, als hij die niet weet hoe hij de oude moet verwerken´ (Marie von Ebner). Dit boek inspireert en vraagt om gelezen, maar ook herlezen te worden. Het kan je helpen om wat rustiger in het leven te staan.

zondag 4 december 2011

Het laatste oudejaar van de mensheid

Als je dit boek van Niccolò Ammaniti hebt uitgelezen, wordt je totaal overrompeld achtergelaten. Je vraagt je af onder invloed van welk geestverruimend middel hij het heeft geschreven. Het verhaal is zo hilarisch en over the top dat als je het zou navertellen niemand je zou geloven. Toch trekt Ammaniti  je mee het verhaal in, hoe bizar het ook is. Het plezier van het schrijven, straalt van elke pagina af.

Voor ‘Het laatste oudejaar van de mensheid’ heeft Ammaniti een mooie constructie bedacht. Het hele verhaal speelt zich af op oudjaarsavond  en -nacht en elk hoofdstukje begint met de tijd en de persoon in wiens leven hij een inkijkje geeft. Verbindend element is dat al deze mensen in een luxe wooncomplex net buiten Rome wonen of daar zijn om oudjaarsavond te vieren. Zo ontstaat een soort soap met aan het eind van elke scène een cliffhanger die de spanning erin houdt.

Er worden personages uit alle rangen en standen opgevoerd; van een gravin op leeftijd met siliconenlippen en bewoners die zich deze woonplek maar net kunnen veroorloven tot voetbalsupporters die alleen maar kunnen vernielen en eeuwige hasjrokers met telkens dezelfde goede voornemens. En allemaal zet de schrijver ze geloofwaardig neer.

Als alle verwikkelingen op gang komen en de onderlinge banden tussen de personages duidelijk worden, gaat het van kwaad tot erger. Tegen middernacht wordt niet meer de tijd maar de seconden vermeld die worden afgeteld. Totdat de jaarwisseling daar is en de buurt zijn dieptepunt, maar het verhaal zijn hoogtepunt bereikt.

Niccolò Ammaniti heeft dit verhaal al in 1998 geschreven en dit jaar is een goedkope editie verschenen van de Nederlandse vertaling. Een aanrader!

vrijdag 25 november 2011

Moeilijk te geloven

Mimi was een Nederlandse zenlerares. Een jonge filosofe die zich heeft verdiept in het boeddhisme sluit zich bij haar aan. Zij wil na haar wetenschappelijke benadering deze stroming nu wel eens in praktische zin ervaren. Ze krijgt een goede band met Mimi en vraagt haar in haar laatste levensdagen honderduit om haar leven op te kunnen tekenen. Dat resulteert in het boek dat filosofe Christa Anbeek schrijft met de titel ‘Mimi & Akiko’ (2005).     

Mimi en Akiko wilden samen een Graalbeweging opzetten in Japan, het thuisland van Akiko. Mimi raakte geïnspireerd door het boeddhisme, terwijl Akiko steeds fanatieker werd in haar christelijke geloof. Het zou beide vertrouwelingen uiteindelijk uit elkaar drijven.

Je wordt in dit  boek deelgenoot van de twijfels en overdenkingen van de filosofe. En van de dagelijkse gang  van zaken in het Graalcentrum dat veel structuur biedt, maar ook vragen oproept. Dat het geloof geen status quo is, blijkt ook uit het verhaal ‘Moelijk te geloven’ (2006) van Suzanne van der Schot. Zij is begin dertig en op zoek naar verstilling en de essentie van het leven als tegenwicht tegen de waan van de dag en het consumentisme.    

Vanuit Amsterdam besluit ze om zich aan te sluiten bij een klooster in Parijs. Aan haar omgeving is haar besluit moeilijk uit te  leggen. ‘Het voelt alsof ik aan een Eskimo uit moet leggen wat een aardbei is. Ik kan wel vertellen dat die klein en rood is, maar daarmee zeg je niets over de smaak en daar gaat het toch om.’     

Het kloosterleven biedt stilte, rust en overdenking, maar ook veel  vervelende huishoudelijke taken. Ook de ik-figuur in het boek van Christa Anbeek ondervindt dat er veel praktische werkzaamheden te doen zijn binnen de gemeenschap. Suzanne mist bovendien voor een deel haar vrijheid. Ze heeft geen eigen geld en moet om op pad te gaan toestemming vragen. Soms piept ze er stiekem tussenuit om zich weer even vrij te voelen. Nu ze nog maar pas ingetreden is, draagt ze nog geen habijt, zodat dat nog ongemerkt kan.  

Ze beschouwt God als ‘stille aandacht voor alles wat het leven voortbrengt’ en vraagt zich tegelijkertijd af of je daarvoor in een klooster moet gaan zitten. Ze streeft naar een innerlijke stilte zonder de onnodige afleiding van materiële zaken. Als ze tot de slotsom komt van haar moeilijke  keuze om te blijven of het klooster te verlaten, ben je als lezer een stuk wijzer over hoe het leven in een klooster kan zijn en met hoeveel twijfels een non omgeven kan zijn. Het is net filosofie: de kunst is niet zozeer het beantwoorden van vragen, maar het stellen ervan.  

woensdag 16 november 2011

Connie Palmen on tour

In de mooie theaterzaal van Perron 3 in Rosmalen komt Connie Palmen als eerste over haar nieuwe boek vertellen. ‘U komt ook in dit boek voor. Of in elk geval Rosmalen’, is een van de eerste dingen die ze zegt. Ze heeft zich goed laten voorlichten over de klemtoon op de eerste lettergreep van deze plaats. Het blijkt dat ze begin 2010 een lezing in Rosmalen af heeft moeten zeggen, omdat Hans van Mierlo toen ernstig ziek was. Nu, anderhalf jaar na zijn overlijden, zit ze hier alsnog met haar ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’.

Dit logboek verscheen op 11 november 2011, precies twee jaar na haar trouwdag met Hans van Mierlo. Ze vertelt dat ze zich aan het schrijven heeft vastgeklampt. Ook om later nog te weten hoe erg het was; ‘anders vergeet je dat, net als barenspijn, naar men zegt’, zegt ze. Pas na anderhalve maand was ze zover dat ze een begin kon maken met schrijven, ‘met de pen op de huid’.

Het was een eenzaam proces. Anderen moesten voor haar zorgen; zelf had ze daar geen zin meer in. Ze las veel boeken over rouw. Er bleek zelfs een boek te bestaan over hoe je  om moet gaan met rouwenden; geef ze bouillon als ze niets willen eten. ‘Het werkt wel!’, lacht ze.

De persoonlijke aard van het boek zorgt ervoor dat ze niet alles zomaar voor kan lezen. Ze maakt een selectie. Als ze het begin van het boek voorleest, is de zaal stil. De fysieke pijn  van het verlies komt binnen. ‘Ik ben een gapend tekort’, staat daar. Toch wordt het geen zware avond. Dit is voornamelijk te danken aan haar humor en de afstand die ze nu kan nemen van het onderwerp van haar boek. Deze afstand maakt ook dat ze alle, vaak heel persoonlijke, vragen kan beantwoorden. Het wordt zelfs even hilarisch als ze de katholieke ziel vergelijkt met een veertje en de protestante met een baksteen. ‘Die protestanten verpesten alles’, zegt ze lachend.

Pas na lange tijd heeft ze haar schrijfsels aan Reinbert de Leeuw laten lezen. Haar uitgever heeft het zelfs pas twee maanden voor uitgave te zien gekregen. Op deze avond, drie dagen na verschijning van het boek, is het al aan een tweede druk toe. Het verhaal is nu van het publiek. Ze signeert dan ook met ‘t.t.’. Navraag leert  dat dit staat voor ‘totus tuus’, oftewel  ‘geheel de uwe’.

zondag 6 november 2011

Twee vrouwen

Hoe wonderlijk dat het lot twee vrouwen zulke andere wendingen in hun leven meegeeft. Top Naeff en Etty Hillesum, beiden schrijfster, beiden maakten de tweede wereldoorlog bewust mee. Top Naeff was bij aanvang van de oorlog begin zestig en Etty Hillesum eind twintig jaar. De eerste zou bijna driemaal zo lang leven als de laatste en kreeg daarmee veel meer kansen om haar schrijftalent te benutten.

Hillesum was joods en begon in 1941 haar dagboek dat voor het eerst in 1981 werd gedrukt onder de titel ‘Het verstoorde leven’. Hierin weerklinken allerlei plannen die zij heeft om in haar toekomst nog te schrijven. Het dagboek lijkt een vingeroefening; ze moet haar eigen vorm nog vinden. Toch wordt haar werk wel degelijk als literatuur beschouwd. Het dagboek en haar brieven vanuit een concentratiekamp zijn de enige teksten die er nog van haar zijn. Ze kwam om in het kamp.

Het is bijna onvoorstelbaar hoe Etty Hillesum de oorlog beschouwt. Ze wil niet vluchten of zich verzetten; er gebeurt toch wat er moet gebeuren. Zij wil haar lot niet in angst afwachten, maar haar tijd benutten om het leed van anderen zo  mogelijk ook te verlichten. Zo gaat zij op kamp Westerbork werken als vrijwilliger. Ze heeft een sterk geloof in god die ze in haar gesprekken met hem met ‘je’  aanspreekt. Zie ziet niet hem, maar de mensheid zelf als grote schuldige in de oorlog.

Hillesum heeft een platonische relatie met Julius Spier, haar therapeut, die een stuk ouder is. Over de liefde heeft ze vooruitstrevende opvattingen; monogamie en eeuwige trouw zijn niet alles en verschillen in leeftijd hoeven geen probleem te zijn. Hoe anders gelden zekere normen voor Top Naeff die eind negentiende eeuw geboren werd. Zij sloot een verstandshuwelijk met een weinig inspirerende man en werd hopeloos verliefd op de regisseur Willem Royaards, een getrouwd man. Dit en andere gebeurtenissen in haar leven vonden hun weerslag in haar werk. Hoewel ze vaak herinnerd wordt als schrijfster van het meisjesboek 'School-Idyllen', is haar oeuvre veel groter en serieuzer dan dat boek alleen. In ‘Rebel & dame. Biografie van Top Naeff’ van Gé Vaartjes(2010) wordt duidelijk dat zij ook een behoorlijke staat van dienst had als toneelcriticus.

Ook Top Naeff gaat op een nogal relativerende manier met de oorlog om. Als het in haar situatie niet meer zo gemakkelijk is, bedenkt ze dat het altijd nog veel erger kan. Wel moet ze een jongen die de plaats van een kind voor haar innam, missen doordat hij is omgebracht. Ook Royaards overleeft ze. Beide vrouwen hadden veel zinnigs te vertellen. Helaas heeft het talent van Hillesum niet tot volle bloei kunnen komen. We hebben in elk geval haar dagboek nog.