vrijdag 19 december 2014

Hier wonen ook mensen

‘Kijk, hier wonen ook mensen’ is een uitspraak van de oom van de hoofdpersoon in het titelverhaal van deze mooie bundel verhalen van Rob  van Essen. Hij wordt gedaan als ze samen door een enigszins verlepte en verlaten wijk fietsen door een dorpse plaats dat geen stadje kan zijn. Het stemt de hoofdpersoon enigszins treurig, zowel als hij teruggaat in zijn herinnering als in het heden. Hij is nu op zoek naar het  verleden van zijn vader, dat een geheimzinnig tintje kreeg in de vakantie die de hoofdpersoon met hem en genoemde oom maakte, na het overlijden van zijn moeder. Tijdens deze zoektocht ontmoet hij een vrouw die in een droom over zijn vader opdook en welwillend met hem meegaat in het verleden. Totdat haar man deze poging hard afstraft en de illusie van een betekenisvol verleden doorbreekt.

Wat het mooie is aan de verhalen van Rob van Essen vind ik de manier waarop zijn hoofdpersoon zich telkens op een filosofische manier realiseert dat alles minder mooi is dan in zijn dromen of herinneringen en hijzelf een nietig wezen is in het geheel. Zo bedenkt hij in het genoemde verhaal dat ‘mijn eigen verhalen nooit zouden loskomen van de verhalen van anderen, dat er voor niemand een hoofdrol is weggelegd omdat er alleen maar bijrollen zijn, dat onze kringen altijd met elkaar zullen interfereren omdat we allemáál stenen in de vijver gooien.’ In de meeste verhalen komen dergelijke relativerende overwegingen terug.

Van Essen komt ook met een verhaal dat zo ongeloofwaardig is dat het bijna niet verzonnen lijkt te kunnen zijn. Dat gaat over monniken die op zo’n manier samen fietsen dat ze het spinnenweb tussen hun fietsen daarbij intact laten. Hieromheen ontstaat een hele cultus waar de hoofdpersoon in verzeild raakt. Hij probeert zelf deze kunst te beoefenen met een mede-adept. Hij ervaart dan dat hij daarvoor zijn individualiteit moet loslaten. ‘Om die samenwerking te laten slagen, moesten wij onze persoonlijke muizenissen achter ons laten, moesten wij die samenwerking wórden.’ Aan het eind van dit verhaal is de hoofdpersoon weer een illusie armer.

Toch zijn de verhalen niet alleen maar treurig. Er spreekt ook een zekere gelatenheid uit over hetgeen een mens zou moeten bereiken. Hij relativeert de opvatting dat een mens zoveel mogelijk zou moeten weten en een zo diepgaand mogelijke baan zou moeten hebben. Want waar wordt een mens echt gelukkig van? En is al die jacht daarop niet modieus opgeklopt gedoe? Het leven lijkt te zijn wat het is en al lijkt de hoofdpersoon van zijn zoektochten telkens berooid terug te keren, hij vindt daarbij ook een soort gelatenheid. De rustgevende blik van een man die de leeftijd heeft om met wijsheid terug te blikken. Wellicht tijd om zijn  laatste roman ‘Alles komt goed’ ook eens te lezen!    

zaterdag 13 december 2014

Misschien wel niet

Net als in haar vorige roman, ‘Hoe laat eigenlijk’, vertelt Jannah Loontjens in ‘Misschien wel niet’ over een stel dat uit gewoonte bij elkaar lijkt te zijn. We kijken mee in het hoofd van Masje, die samen is met Tom, een goedzak die haar ondanks alles toch steeds weer weet te ontroeren. Ze vraagt zich af of ze het leven leidt dat ze wil. Ze werkt als microbioloog bij een laboratorium, heeft twee zoons en dus Tom, haar vriend die universitair docent is. Al dat keurige leven wringt met haar wens meer uit het leven te halen, terwijl ze tegelijkertijd  niet weet wat. Zo krijgt ze een Facebookrelatie met een jongen die in New York woont en haalt ze met Tom en hun vrienden af en toe een nacht door met drank en drugs. Dan overlijdt haar oma en denkt ze terug aan de verdwijning van haar moeder.

Jannah Loontjens geeft een beeld van twee dertigers in het Amsterdam van nu, die hun leven zo goed en zo kwaad als dat gaat proberen vorm te geven. Een leven vol  verplichtingen en onderlinge misverstanden. De kinderen met hun onschuldige vragen en haar vader, die haar verwijt geen keuzes te maken, stimuleren haar in het onder ogen zien van de situatie. Ze realiseert zich dat ze het  goed heeft en ondanks dat toch twijfels heeft bij haar leven. De schrijfster biedt je als lezer levensechte dialogen, die erg herkenbaar zijn. Tom zeg tijdens een college: ‘Helaas lijkt met het wegvallen van de moeite die het kostte om kennis te verwerven, ook het verlangen, of zelfs de waardering voor inzicht te verdwijnen.’ Juist dat inzicht lijkt hetgene dat Masje nastreeft. Ze is trots op Tom en maakt aan het einde van het verhaal een keuze in haar leven, die een keus voor hem impliceert.     

zaterdag 6 december 2014

Blauwbaard

Amélie Nothomb is een Franstalige Belgische, geboren in Japan doordat haar vader daar werkte. Eenmaal terug in België voelt ze zich alleen en onbegrepen en begint ze te schrijven. En met succes. Ze brengt elk jaar wel een boek uit. Zoals dit jaar ‘Nostalgie van het geluk’. Maar ik las een eerder boek van haar, ‘Blauwbaard’. 

Blauwbaard is het bekende verhaal over een oude seriemoordenaar die het gemunt heeft op jonge meisjes. Amélie Nothomb maakt daar haar hedendaagse versie van in haar gelijknamige boek. De mooie Saturnine is op zoek naar woonruimte in Parijs als haar blik valt op een advertentie waarin een onwaarschijnlijk goedkope woonruimte wordt aangeboden. Als ze daarvoor op gesprek gaat blijkt ze een van de vele vrouwelijke gegadigden. Maar ze wordt wel de uiteindelijke bewoner, vanwege haar schoonheid.

Er doen vele verhalen de ronde over de oude verhuurder. Zo heeft de nieuwe huurder acht voorgangers gehad die allemaal op duistere wijze zijn verdwenen. Saturnine is vastbesloten dat zij de voortdurende gang van zaken zal doorbreken.

Nothomb schetst een levendig beeld van de oude man en de jonge vrouw middels hun scherpe dialogen waarin vooral de vrouw de man uitdaagt. Zij probeert zijn beweegredenen te achterhalen en zijn methoden waardoor haar voorgangers verdwenen. Ondertussen doet de man zijn werk en krijgt haar door overvloedige maaltijden en cadeaus zover dat zij bepaalde gevoelens voor hem krijgt. Maar zij verliest haar doel niet uit het oog en als hij haar al te zeer deelgenoot maakt van zijn werkwijze weet zij hem in zijn eigen val te strikken. Dan is het sprookje voorbij. Beiden transformeren op hun eigen wijze zodat ze niet langer tot de stoffelijke wereld horen.

zaterdag 29 november 2014

Een goed nest

De band tussen twee zussen is vaak een bijzondere en dat kan zowel in positieve als in negatieve zin uitpakken. Tessa de Loo zet in ‘Een goed nest’ twee zussen tegenover elkaar die echte tegenpolen zijn. Aanvankelijk komt de typering van beiden enigszins karikaturaal over, maar gaandeweg het verhaal brengt de schrijver steeds meer nuances aan. Noor, de zus uit de stad die kunstenares is, komt op bezoek bij haar oudere zus op het platteland, die een veel conventioneler leven leidt. Noor komt met een belangrijke reden, die je als lezer de eerste helft van het boek in spanning houdt.

Het lijkt even dat het terugvragen van haar schilderijen voor een expositie in het buitenland de reden is van het bezoek van Noor aan Eva, haar  oudere zus. De ontdekking dat deze in de schuur liggen te beschimmelen is een schok voor Noor. Maar de schok die Vera vervolgens te verduren krijgt, als Noor haar een jarenlang verzwegen geheim openbaart, is nog heftiger. Het zorgvuldig door haar opgebouwde stelsel van zekerheden in haar leven schudt op zijn grondvesten. Eva is behoorlijk van slag en gaat tegen haar gewoonte in aan de drank en heeft een fikse wandeling nodig om tot bedaren te komen. Uiteindelijk dient ze haar zus van repliek op een zodanige manier dat ze haar veilige leventje zoveel mogelijk in tact kan houden.   

Het is een pakkend verhaal dat zich steeds meer ontvouwt, geschreven in een lichte, vlot leesbare stijl. De schrijver kiest beurtelings voor het perspectief van Noor en Eva in het heden. Dan grijpt ze terug naar het verleden en worden de huidige verhoudingen in perspectief geplaatst. Het mooie van het verhaal is ook dat ondanks de afspraak die de zussen over het geheim hebben gemaakt, het uiteindelijk toch open blijft hoe Noor er daadwerkelijk mee omgaat en of Vera’s idylle schijnbaar onverstoord blijft.    

vrijdag 21 november 2014

De vergeetclub

Even geleden stond Tosca Niterink al in het Volkskrant Magazine met haar vriendin en demente moeder. Dezelfde luchtigheid als die in het artikel overheerste, komt terug in haar boek ‘De vergeetclub’. Niet omdat je nu eenmaal overal maar een lolletje van moet maken, maar omdat humor het contact met iemand met dementie wel draagbaar maakt. En sommige dingen zijn ook gewoon erg grappig. Ik heb mezelf er meermalen op betrapt tijdens het lezen hardop te lachen!

Het verhaal begint ermee dat de schrijfster en haar broer en zus hun moeder eigenlijk helemaal niet naar een verzorgingshuis willen brengen. Maar op een bepaald moment moet het eigenlijk wel. Ze komt terecht bij een afdeling van kleinschalig wonen, waar een tiental mensen samenwoont met een gezamenlijke huiskamer en eigen slaapkamer.

Het wel en wee binnen de afdeling beschrijft Tosca Niterink in korte pakkende hoofdstukken. Ze observeert en registreert en brengt dit levensecht over. Niet alleen de bewoners, maar ook de Surinaamse vrouw die er gaat koken en het meisje dat snuffelstage loopt, hebben elk hun eigen typerende stem. De stagiaire wil arts worden en laat het verschonen van luiers liever aan verpleegkundigen over.

De bewoners hebben elk hun eigen stokpaardje. Allemaal zijn ze even vergeetachtig en herhalen vaak hetgeen ze vlak ervoor ook al zeiden. Tosca Niterink beheerst de manier waarop dit te beschrijven is, zonder dat het gaat vervelen. Je merkt wel dat ze er op bepaalde momenten veel moeite mee heeft en dat ze er moe van wordt, maar overwegend probeert ze met een nuchtere en respectvolle blik haar moeder en de anderen te benaderen. Soms geeft ze met de nodige fantasie antwoord op haar moeders vragen, die vervolgens zegt dat ze haar niks wijs moet maken. 

De afdeling verliest ook bewoners, er gaan mensen dood. De schrijfster heeft daar moeite mee, maar haar moeder is het gelijk vergeten en mist ook niemand, dus heeft er geen last van. Op een verjaardagsfeest van één van de bewoners zegt de moeder bij het weggaan: ´Bedankt voor alle cadeaus. Dat jullie ondanks dat rotweer toch allemaal op mijn verjaardag zijn gekomen.´ Het niet weten kan ook een troost zijn of een klein geluk. Dit maakt Tosca Niterink goed duidelijk met dit boek: dementie hoeft niet alleen maar ellende te zijn. Je moet een manier vinden  om ermee om te gaan.

zaterdag 15 november 2014

Het gestolen leven

Theodor Holman komt nu het tien jaar geleden is met ‘Het gestolen leven’, een verhaal geïnspireerd op de moord op Theo van Gogh, zijn vriend. In het verhaal gaat het om Arend Wassenaar, de vermoorde regisseur. Als je denkt dat de titel slaat op het verloren leven van de regisseur, dan heb je het mis. Het verwijst naar het leven van Fjodor, het alter ego van de schrijver zelf. Hij heeft het gevoel dat na de moord zijn leven hem is afgenomen. Hij zet zijn eigen personage met de nodige zelfspot neer en ten opzichte van Wassenaar toont hij zich de mindere. Het beste is Holman als hij hun discussies in heftige dialogen weergeeft. Het is dan bijna alsof je Van Gogh zelf hoort. Toch heb je als lezer zeker ook waardering voor de hoofdpersoon, met zijn goede ideeën en de nodige nuance die hij de regisseur biedt.

De schrijver roept een hele groep van sleutelfiguren op in zijn verhaal. We herkennen Ayaan in de hoedanigheid van zangeres, die anti islam teksten heeft gezongen in een clip onder regie van Wassenaar, de aanleiding tot zijn moord. Zij heeft een opvallend kleine rol, evenals de fanatieke moslim die de moord heeft gepleegd. Deze laat Holman zichzelf van het leven beroven, zodat hij daar geen woorden meer aan vuil hoeft te maken. Verder dacht ik Hans Teeuwen te herkennen en de acteurs Tara Elders, Katja Schuurman en Thijs Römer. De schrijver voorkomt dat het een zielig waargebeurd verhaal wordt en laat af en toe kritische geluiden horen over het eigen verhaal. Het gegeven dat hij een droste-effect creëert, door het verhaal binnen het verhaal door de psychiater van de hoofdpersonen te laten schrijven, maakt zijn afstand tot het  verhaal nog wat groter.

Cynisme is in de tekst van Holman nooit ver weg. Maar hij heeft ook zijn poëtische momenten, zoals bijvoorbeeld wanneer  hij schrijft: ‘Ik rende op het ritme van mijn hart dat achteruit wilde hollen’. Naast Fjodor voert hij een tweede ik-persoon op waarvan onduidelijk is wie hij is. Is het Fjodor zelf of één van hun vrienden? Hij leest ‘Het gestolen leven’ terwijl hij zijn geheugen kwijt is. Hij herkent niemand in het boek en weet niet of hij het zelf geschreven heeft. Met deze ingrepen heeft Theodor Holman een mooie vorm gevonden, waarbinnen hij de diverse aspecten van hem zelf met de nodige fantasie gestalte kan geven. Een boek van een man die uit de schaduw is gestapt.

zaterdag 8 november 2014

Buitenwereld, binnenzee

Auke Hulst is reiziger om verhalen te ontdekken en te maken. Hij interviewt anderen op reis, maar gebruikt zijn reizen ook als inspiratie voor zijn andere schrijfwerk. Hij oppert dat professionele reizigers misschien hun binnenwereld willen ontvluchten door zich te begeven in een wereld vol nieuwe impulsen. Ook kunnen deze reizigers hun verantwoordelijkheden thuis ontvluchten door weg te gaan naar verre oorden, waar ze zich in een soort tussentijd bevinden. En tussentijd telt voor het gevoel niet echt mee, ook al kan het de essentie van iemands leven blijken te zijn. Wat voor Auke Hulst zelf in elk geval geldt is dat reizen hem leert relativeren. Anderen met minder middelen en een kleinere actieradius kunnen heel trots en tevreden zijn. Wie is hij dan als globetrotter en schrijver die er met hun verhaal vandoor gaat?

In persoonlijk getinte verhalen laat Hulst de lezer met hem meegaan op zoek naar zijn verhalen. Verhalen over de reis op zich, maar ook verhalen over de weg naar het afnemen van een interview. Hij schetst de omgeving, de achtergrond van een locatie en hetgeen hem daarin aanspreekt. Hij zegt met relatief weinig woorden heel veel, wat lezen van dit boek een intense leeservaring maakt. Je moet erbij blijven, maar dan kom je ook ergens. Zowel reizen als lezen bieden een mens een essentiële ervaring in zijn optiek. Hij is liever reiziger dan toerist, vanwege de bijbehorende diepgang van zijn verhaal en de erkenning van een reiziger dat je jezelf meeneemt. En ook juist door te reizen dwingt hij zichzelf uit zijn eigen hoofd te treden door gesprekken met anderen aan te gaan. Binnen en buiten vullen elkaar aan en moeten een balans zien te vinden.

Zijn kennis van zaken en autobiografische insteek maken dat zijn verhalen me erg aanspreken. Hij doet zich niet beter voor dan hij is en weet in veel zaken de nuance te vinden. Dit alles in mooie woorden. Hij verwijst en passent ook naar zijn prille journalistieke ervaringen en de daarbij horende onzekerheid, die hij nog steeds wel ondervindt. Ook komt af en toe zijdelings zijn moeilijk jeugd ter sprake. Dit maakt me benieuwd naar ‘Kinderen van het Ruige Land’, een eerder autobiografisch boek van hem. Vooral omdat dit ook eerlijk geschreven zal zijn en hij zichzelf niet als het ultieme slachtoffer zal neerzetten.