De schrijfsters in deze bundel vertellen over hun reizen waarbij ze niet de
makkelijkste weg kozen en zich duidelijk buiten hun comfort zone begaven. Als
lezer reis je niet alleen mee naar verre oorden, maar vaak ook terug in de
tijd. Hiermee komen de koetsen en dragers van toen weer in beeld. Maar ook de
achttienjarige Tania maakt het zich in de huidige tijd niet makkelijk door in
haar eentje de wereld rond te zeilen. Bij pech en ongemakken houdt ze het hoofd
koel en beredeneert ze wat ze moet doen. Zo komt het telkens weer goed, al zit
je ‘m als lezer vaak te knijpen. Zo ondervinden alle schrijfsters onderweg
problemen die ze het hoofd moeten zien te bieden.
Deze reisbundel is begin deze eeuw uitgekomen. Er waren toen al meer titels met
‘Echte vrouwen’ verschenen. Hiermee werden opmerkelijke vrouwen eens extra in
beeld gebracht. Zo koken, beminnen en denken ze anders, volgens de titels in
deze reeks. Je kunt je afvragen wat een ‘echte vrouw’ is en of ‘gewone’ vrouwen
dan minder zijn, of dat deze vrouwen misschien beter zijn dan mannen, maar ik
denk dat de bundels vooral ter inspiratie bedoeld zijn voor iedereen die
geïnteresseerd is in de mensen om zich heen, die wellicht wat verder reiken dan
gebruikelijk. Ook nu nog, zoveel jaren later, moeten vrouwen zich volop
bewijzen in de literatuur, dus vind ik dit een sympathieke poging hen juist
eens extra aan het woord te laten.
De vrouwen in de bundel reisden in de negentiende en twintigste eeuw. Onder hen
vrouwen die vooral reiziger waren, maar ook enkele grote literaire namen zoals
George Sand en Anaïs Nin. De laatste wilde altijd nieuwe situaties verkennen en
haar dromen zoveel mogelijk
werkelijkheid laten worden. George Sand was een eigenzinnig persoon die een
verhouding had met de jongere Chopin en interessant vertelt over haar verblijf
op Mallorca. Maar ook de verhalen van de minder bekende schrijfsters zijn de
moeite van het lezen waard!
Voordat Robert Vuijsje in 2008 debuteerde met ‘Alleen maar nette mensen’ heeft
hij heel wat afwijzingen van uitgeverijen gehad. Toen het boek er eenmaal was,
had het echter veel succes. Vuijsje is hiermee voor diverse literatuurprijzen
genomineerd en heeft de Gouden Uil gewonnen en de literaire jongerenprijs De
Inktaap. Die laatste prijs is niet zo verwonderlijk, omdat zijn boek een coming
of age verhaal is, dat veel jongeren aanspreekt. Ik heb het dan ook gekocht op
de Vrijmarkt van een stel jonge meiden in een uitgave speciaal voor de
leeslijst. Neemt niet weg dat ik er ook van genoten heb.
De schrijver begint het verhaal met een flirt tussen David en Rowanda. David is
een Joodse jongen die voor Marokkaan wordt aangezien. Rowanda is een donker
meisje, het type waarop David valt. Dan volgt een opsomming van alle mogelijke
vooroordelen die tussen diverse etnische groepen bestaan. Vuijsje spreekt over
‘de mensen die ze allochtonen noemen’. Voor Hollanders zijn die mensen allemaal
hetzelfde, maar de mensen die in die groep vallen, willen weten wat je precies
bent. Dit bevestigt de cliché’s, maar brengt er ook nuances in aan.
Verscheidenheid in eenheid.
David, sterk gebaseerd op Vuijsje zelf, woont in Oud-Zuid en heeft het
gymnasium afgerond. Zijn ouders en klasgenoten bewegen zich tussen wat zijn
moeder noemt: ‘alleen maar nette mensen’. Hij heeft een vriendin op stand, Naomi,
maar verlangt naar een donkere vrouw, bij voorkeur wulps en intellectueel. Zijn
zoektocht neemt de lezer mee naar diverse plekken in de multiculturele
samenleving, waar de meeste Hollanders nooit komen. Zo ontmoet hij Rowanda, die
ongegeneerd geld en spullen van hem vraagt. Zij geeft hem immers ook iets,
namelijk haar lijf. Ook raakt David verzeild op plekken waar dingen gebeuren
die Hollanders schokkend vinden.
Zijn zoektocht brengt David uiteindelijk naar de VS met het idee dat daar intellectuele donkere
vrouwen zullen zijn waar hij op valt. Dit blijkt een illusie, hij heeft een ideaalbeeld
voor ogen waar geen enkele vrouw aan kan voldoen. Om zich na terugkomst weer
veilig bij Naomi in zijn oude leventje te storten blijkt echter niet meer
mogelijk. Vuijsje sluit af met weer een flirt van David met een volgende
donkere schone.
Een goed beeld van een jongen die buiten de gangbare indelingen valt en niet
voldoet aan de verwachtingen van zijn ouders en die van zijn afkomst. De
multiculturele samenleving van binnenuit en hoe wat je lijkt te zijn bepaalt
hoe je wordt benaderd. Een serieus onderwerp met de nodige humor benaderd.
Kortom een goed en lekker leesboek.
Oscar van den Bogaard geeft zijn hoofdpersoon volop reden om zijn leven in
Nederland vaarwel te zeggen. Hij is betrapt op een intiem moment met de dochter
van zijn minnares, waarop hij ontslagen is, zijn minnares hem niet meer wil
zien en zijn vriendin hem verlaten heeft. De troost van zijn benedenbuurvrouw
voldoet niet. Ze is niet zijn moeder. Hij wil wel aandacht, maar geen
verantwoording afleggen. Met zijn familie heeft hij geen hechte band. Zijn zus
begrijpt hem niet, zijn vader is ver heen en zijn moeder is er niet meer. Zijn
zus vindt het erg voor hem dat hij geen kinderen heeft. Maar hij denkt niet dat
het hebben van kinderen gelukkiger maakt. ‘Ik vind het een zegen om een punt te
kunnen zetten achter een geschiedenis
die zich steeds maar weer herhaalt.’ Zijn ex-vriendin vindt hem een loser die
geen keuzes kan maken.
Toch is dat wat hij doet na op zijn
manier afscheid te hebben genomen van de mensen om zich heen: hij
besluit dat hij naar Napels gaat. Van den Boogaard schetst een beeld van een
man die nergens bij hoort, een buitenstaander die niets heeft te verliezen en opnieuw
wil beginnen. In Napels is hij in zijn jeugd zijn moeder verloren.
Herinneringen aan haar dood komen boven drijven. De ontkenning van zijn vader
dat ze er zelf de hand in had gehad. Zijn
vader die toen nog sterk en helder was en nu in een verpleeghuis verblijft.
In Napels ontmoet de ik-figuur Dario, een sympathieke Italiaan die hem verzorgt
nadat hij gewond is geraakt bij een overval. Er ontstaat een bijzondere en heel
natuurlijke intieme band tussen de mannen, die in een leven buiten de tijd
lijken te bivakkeren. Dario geeft hem een nieuw leven dat heel basaal is. Ze
genieten van de zon en vissen voor hun avondmaal. De schrijver toont een
bijzondere vertrouwdheid tussen de twee, los van het feit dat ze eigenlijk
niets weten van elkaars achtergrond. Het is een waardevolle band en de
hoofdpersoon realiseert zich nadat hij gehoord heeft dat zijn vader is
overleden: ‘Zolang je niet dood bent, leef je. Dat voelt als een opdracht.’
Een boek dat je meesleept in een aanvankelijk triest verhaal dat langzaamaan
steeds mooier wordt. Het verhaal van een overlever dat tot nadenken stemt en
bij je binnenkomt. Een aanrader!
‘Ware verhalen’ klinkt als de zoveelste reality soap om onze honger naar gluren
bij de buren te stillen. Toch dienen de verhalen die Ton Rozeman voor deze bundel
heeft verzameld een ander, en wellicht ook hoger doel. Met deze verhalen wordt
geprobeerd een schaduwgeschiedenis van Nederland in de afgelopen tachtig jaar
te vormen. De ondertitel luidt dan ook ‘Een persoonlijke geschiedenis van Nederland
in verhalen’. De verhalen zijn geschreven in het kader van het Ware
verhalen-project van Club Schrijven, Trouw en de KRO. Ton Rozeman heeft hieruit
een selectie gemaakt en de verhalen op thema gepresenteerd. Zo komen bijvoorbeeld
liefde, bekentenissen en de oorlog aan bod.
Hoewel sommige verhalen kenmerkend zijn voor Nederland, met name die over de
oorlog, zijn ook andere verhalen opgenomen over persoonlijke gebeurtenissen die
meer universeel lijken te zijn. Toch hangt er een sfeer in het boek die typisch
Nederlands is. Dat zit ‘m waarschijnlijk in de details en de achterliggende
normen en waarden. Juist deze persoonlijke verhalen ademen de geest van de tijd
van de oorlog en die daarna. Afgaande op de herinneringen aan de oorlog en de
ervaringen met de dood van een eerdere generatie, lijken de verhalen
voornamelijk door babyboomers geschreven, de zeventigers van nu.
Ook al zit er hier en daar een onbeholpen zin in de verhalen, ze zijn
overwegend de moeite waard. Zoals het verhaal over een vader die één kanonslag
wil kopen en er met tien stuks en twee zoons die zich voor hem generen thuiskomt.
De slagen slaan dood in de sneeuw, maar gelukkig heeft de buurman écht goed vuurwerk.
Van de ‘knallers’, zoals de vader ze noemt, zijn er nog een paar over waarvan
het lontje lang genoeg is om nogmaals af te steken. ‘Zo’, zei mijn vader, ‘en
deze drie bewaren we mooi voor volgend jaar.’ De naoorlogse zuinigheid zit er diep
in.
De verhalen zijn zonder uitzondering kort, maar mooi rond, en doen deze vorm
van schrijven recht, net zoals de verhalen van Rozeman zelf dit doen. Op naar zijn
eigen volgende bundel na dit uitstapje naar de Nederlandse geschiedenis.
‘Ik heb nog nooit een schoft of een heilige gezien. De dingen zijn nooit
helemaal zwart of helemaal wit, alles is grijs. Mensen en hun zielen ook… Je
ziel is grijs, behoorlijk grijs, zoals die van ons allemaal…’ Dit zegt een
dorpeling tegen de hoofdpersoon van het verhaal die zijn vrouw is verloren en
zich haar gezicht niet meer voor de geest kan halen. Daar schaamt hij zich voor.
Philippe Claudel laat in zijn roman zien hoe mensen tot bepaalde daden kunnen
komen, door de omstandigheden, hun afkomst of hersenkronkels. Hij schetst eerst
de sfeer in een Frans plaatsje tijdens de eerste wereldoorlog. Een dorp dat
zich aan de rustige kant van een heuvel bevindt, terwijl aan de andere kant
mannen vechten en sterven in de loopgraven.
Toch gebeurt er in het dorp ook van alles. Een jong meisje wordt vermoord. Het
verhaal lijkt in eerste instantie te gaan over de vraag wie dit op zijn geweten
heeft, maar ontpopt zich gaandeweg steeds meer tot een bespiegeling op het
leven door de hoofdpersoon. Claudel wekt de tijd van een eeuw terug beeldend
tot leven. Klassenverschillen vieren hoogtij en rechtvaardigheid is ver te
zoeken.
De vrouw van de verteller overlijdt tijdens de geboorte van hun kind in zijn
afwezigheid. Hij voelt zich daar schuldig over. Zijn verdere leven staat in het
teken van zijn vrouw. De zoektocht naar de moordenaar van het meisje biedt hem
een houvast en een afleiding in zijn leven. Tot het moment dat blijkt dat er
zich geen verdere details meer zullen openbaren. ‘Ik heb een vlam brandend
gehouden en het donker ondervraagd, zonder ooit meer dan onvolledige ,
weinigzeggende flarden van antwoorden te krijgen.’ Zijn taak zit erop nadat hij
zijn vrouw in gedachten zijn grote geheim opbiecht dat hij jarenlang met zich
mee heeft gedragen. Claudel heeft zijn verhaal diepte en kleur gegeven. Het
einde is zeker niet happy, maar wel mooi rond.
In deze novelle beschrijft Siegfried Lenz de ontluikende liefde tussen een
achttienjarige jongen en zijn docente Engels. Op een indringende, maar toch
onnadrukkelijke manier maakt de
schrijver de spanning tussen beiden voelbaar. De jongen dweept niet met haar,
maar koestert warme gevoelens, die zij met haar vrolijke aanwezigheid en
liefdevolle aandacht beantwoordt. Het fysieke contact tussen hen verloopt als
vanzelfsprekend. Lenz verstaat de kunst van het vertellen van een verhaal dat
heel natuurlijk aandoet.
Van het begin af aan weet de lezer dat Stella, de lerares, overleden is, maar
niet hoe dit is gebeurd. Het verhaal wordt verteld door Christian, haar
geliefde leerling. Doordat hij soms als hij het over Stella heeft in plaats van
het over ‘zij’ te hebben, ineens ‘jij’
gebruikt wordt zij direct aangesproken terwijl ze er al niet meer is.
Dat maakt het heel confronterend en illustreert zijn gemis en onmacht.
Christian gaat terug in de tijd door hun gezamenlijke belevenissen terug te
halen. Hoe ze gingen zeilen met zijn vader die als schipper werkt, hoe ze samen
naar het strand gingen en daar betrapt werden door zijn medeleerlingen, waar Stella hen dan weer met
het grootste gemak uit redde. Hoe ongemakkelijk het was bij haar thuis, waar ze
haar oude vader verzorgde. Tegelijkertijd spoorde ze hem aan om goede Engelse
literatuur te lezen en daaruit lessen voor het leven te trekken. Dat klinkt
heel zwaar maar ze deed het, zoals bij alles, met een grote luchtigheid. Stella
komt naar voren als een vrouw met veel geduld en empathie.
Langzamerhand ontvouwt zich de loop van hun liefdesrelatie en kom je als lezer
te weten hoe zij om het leven is gekomen. Net op het moment dat Christian zijn
moed bij elkaar had verzameld om haar een gezamenlijke toekomst voor te
stellen. Sommige mensen hebben wel in de gaten dat Christian een bijzondere
band had met Stella, maar van hoe diep dit ging hebben ze geen idee. Dit maakt
zijn rouwproces heel eenzaam. Een mooi en treurig verhaal.
Thomas Verbogt weet een snaar te raken met zijn persoonlijke verhalen in ‘Echt iets voor jou’. Dagelijkse situaties
vangt hij in onderkoelde woorden en met de nodige ironie. Het feit dat hij zijn
eigen leven zo goed observeert, is een ware traktatie voor de lezer. Hij
verstaat ook de kunst om een grappige of absurde draai aan zijn belevenissen te
geven. Hij spaart hierbij zichzelf niet en komt over als iemand die sterk hecht
aan taal en zich vaak verwondert over het gebruik ervan. Ook lijkt hij een
beetje een buitenstaander die moeite heeft met gangbare sociale conventies. Een
echte schrijver dus.
Verbogt loopt geregeld tegen vragen aan die hem onmogelijk te beantwoorden
lijken. Vragen zoals: ‘Waar bent u van?’ of ‘Heeft u iets bij zich waaruit
blijkt dat u bent wie u bent?’ Verder botst hij vaak tegen het feit aan dat hij
geen doorsneeburger is met een van negen tot vijf baan. Dus als een klusjesman
vraagt hoe laat hij altijd opstaat,
denkt hij er goed aan te doen om half acht te zeggen, terwijl hij normaal veel
later is. Vervolgens blijkt zelfs half acht niet goed genoeg. De klusjesman
zegt: ‘Ik ben om zeven uur hier’ en staat voor zevenen al voor de deur.
Over dat hij ziek en met koorts enige tijd eenzaam op bed ligt, verhaalt hij
met verve over zijn koortsdromen. De vreemdste dingen komen bovendrijven,
gevoed door de op de achtergrond aanstaande televisie. Zo leidt de zin: ‘Als u problemen heeft met hondenkoekjes, pak
de telefoon!’ bij hem tot allerlei overpeinzingen. Als hij zich na een paar
weken ineens beter voelt, is hij blij dat hij weer naar buiten kan. Hij gaat
langs zijn welbekende adresjes in de buurt voor wat inkopen en de praatjes hier
en daar trekken hem weer het leven in en maken dat hij zich weer gerustgesteld
voelt, bevestigd en aanwezig. Zijn verhalen zijn dan ook getuigen van zijn
schrijversbestaan, waarvan je als lezer mee mag genieten.