zaterdag 12 juli 2014

Echte vrouwen reizen beter

De schrijfsters in deze bundel vertellen over hun reizen waarbij ze niet de makkelijkste weg kozen en zich duidelijk buiten hun comfort zone begaven. Als lezer reis je niet alleen mee naar verre oorden, maar vaak ook terug in de tijd. Hiermee komen de koetsen en dragers van toen weer in beeld. Maar ook de achttienjarige Tania maakt het zich in de huidige tijd niet makkelijk door in haar eentje de wereld rond te zeilen. Bij pech en ongemakken houdt ze het hoofd koel en beredeneert ze wat ze moet doen. Zo komt het telkens weer goed, al zit je ‘m als lezer vaak te knijpen. Zo ondervinden alle schrijfsters onderweg problemen die ze het hoofd moeten zien te bieden.

Deze reisbundel is begin deze eeuw uitgekomen. Er waren toen al meer titels met ‘Echte vrouwen’ verschenen. Hiermee werden opmerkelijke vrouwen eens extra in beeld gebracht. Zo koken, beminnen en denken ze anders, volgens de titels in deze reeks. Je kunt je afvragen wat een ‘echte vrouw’ is en of ‘gewone’ vrouwen dan minder zijn, of dat deze vrouwen misschien beter zijn dan mannen, maar ik denk dat de bundels vooral ter inspiratie bedoeld zijn voor iedereen die geïnteresseerd is in de mensen om zich heen, die wellicht wat verder reiken dan gebruikelijk. Ook nu nog, zoveel jaren later, moeten vrouwen zich volop bewijzen in de literatuur, dus vind ik dit een sympathieke poging hen juist eens extra aan het woord te laten.

De vrouwen in de bundel reisden in de negentiende en twintigste eeuw. Onder hen vrouwen die vooral reiziger waren, maar ook enkele grote literaire namen zoals George Sand en Anaïs Nin. De laatste wilde altijd nieuwe situaties verkennen en haar dromen zoveel  mogelijk werkelijkheid laten worden. George Sand was een eigenzinnig persoon die een verhouding had met de jongere Chopin en interessant vertelt over haar verblijf op Mallorca. Maar ook de verhalen van de minder bekende schrijfsters zijn de moeite van het lezen waard!      

zaterdag 5 juli 2014

Alleen maar nette mensen

Voordat Robert Vuijsje in 2008 debuteerde met ‘Alleen maar nette mensen’ heeft hij heel wat afwijzingen van uitgeverijen gehad. Toen het boek er eenmaal was, had het echter veel succes. Vuijsje is hiermee voor diverse literatuurprijzen genomineerd en heeft de Gouden Uil gewonnen en de literaire jongerenprijs De Inktaap. Die laatste prijs is niet zo verwonderlijk, omdat zijn boek een coming of age verhaal is, dat veel jongeren aanspreekt. Ik heb het dan ook gekocht op de Vrijmarkt van een stel jonge meiden in een uitgave speciaal voor de leeslijst. Neemt niet weg dat ik er ook van genoten heb.

De schrijver begint het verhaal met een flirt tussen David en Rowanda. David is een Joodse jongen die voor Marokkaan wordt aangezien. Rowanda is een donker meisje, het type waarop David valt. Dan volgt een opsomming van alle mogelijke vooroordelen die tussen diverse etnische groepen bestaan. Vuijsje spreekt over ‘de mensen die ze allochtonen noemen’. Voor Hollanders zijn die mensen allemaal hetzelfde, maar de mensen die in die groep vallen, willen weten wat je precies bent. Dit bevestigt de cliché’s, maar brengt er ook nuances in aan. Verscheidenheid in eenheid.   

David, sterk gebaseerd op Vuijsje zelf, woont in Oud-Zuid en heeft het gymnasium afgerond. Zijn ouders en klasgenoten bewegen zich tussen wat zijn moeder noemt: ‘alleen maar nette mensen’. Hij heeft een vriendin op stand, Naomi, maar verlangt naar een donkere vrouw, bij voorkeur wulps en intellectueel. Zijn zoektocht neemt de lezer mee naar diverse plekken in de multiculturele samenleving, waar de meeste Hollanders nooit komen. Zo ontmoet hij Rowanda, die ongegeneerd geld en spullen van hem vraagt. Zij geeft hem immers ook iets, namelijk haar lijf. Ook raakt David verzeild op plekken waar dingen gebeuren die Hollanders schokkend vinden.

Zijn zoektocht brengt David uiteindelijk naar de VS met  het idee dat daar intellectuele donkere vrouwen zullen zijn waar hij op valt. Dit blijkt een illusie, hij heeft een ideaalbeeld voor ogen waar geen enkele vrouw aan kan voldoen. Om zich na terugkomst weer veilig bij Naomi in zijn oude leventje te storten blijkt echter niet meer mogelijk. Vuijsje sluit af met weer een flirt van David met een volgende donkere schone.

Een goed beeld van een jongen die buiten de gangbare indelingen valt en niet voldoet aan de verwachtingen van zijn ouders en die van zijn afkomst. De multiculturele samenleving van binnenuit en hoe wat je lijkt te zijn bepaalt hoe je wordt benaderd. Een serieus onderwerp met de nodige humor benaderd. Kortom een goed en lekker leesboek.     

zaterdag 28 juni 2014

De tedere onverschilligen

Oscar van den Bogaard geeft zijn hoofdpersoon volop reden om zijn leven in Nederland vaarwel te zeggen. Hij is betrapt op een intiem moment met de dochter van zijn minnares, waarop hij ontslagen is, zijn minnares hem niet meer wil zien en zijn vriendin hem verlaten heeft. De troost van zijn benedenbuurvrouw voldoet niet. Ze is niet zijn moeder. Hij wil wel aandacht, maar geen verantwoording afleggen. Met zijn familie heeft hij geen hechte band. Zijn zus begrijpt hem niet, zijn vader is ver heen en zijn moeder is er niet meer. Zijn zus vindt het erg voor hem dat hij geen kinderen heeft. Maar hij denkt niet dat het hebben van kinderen gelukkiger maakt. ‘Ik vind het een zegen om een punt te kunnen zetten  achter een geschiedenis die zich steeds maar weer herhaalt.’ Zijn ex-vriendin vindt hem een loser die geen keuzes kan maken.

Toch is dat wat hij doet na op zijn  manier afscheid te hebben genomen van de mensen om zich heen: hij besluit dat hij naar Napels gaat. Van den Boogaard schetst een beeld van een man die nergens bij hoort, een buitenstaander die niets heeft te verliezen en opnieuw wil beginnen. In Napels is hij in zijn jeugd zijn moeder verloren. Herinneringen aan haar dood komen boven drijven. De ontkenning van zijn vader dat ze  er zelf de hand in had gehad. Zijn vader die toen nog sterk en helder was en nu in een verpleeghuis verblijft.

In Napels ontmoet de ik-figuur Dario, een sympathieke Italiaan die hem verzorgt nadat hij gewond is geraakt bij een overval. Er ontstaat een bijzondere en heel natuurlijke intieme band tussen de mannen, die in een leven buiten de tijd lijken te bivakkeren. Dario geeft hem een nieuw leven dat heel basaal is. Ze genieten van de zon en vissen voor hun avondmaal. De schrijver toont een bijzondere vertrouwdheid tussen de twee, los van het feit dat ze eigenlijk niets weten van elkaars achtergrond. Het is een waardevolle band en de hoofdpersoon realiseert zich nadat hij gehoord heeft dat zijn vader is overleden: ‘Zolang je niet dood bent, leef je. Dat voelt als een opdracht.’

Een boek dat je meesleept in een aanvankelijk triest verhaal dat langzaamaan steeds mooier wordt. Het verhaal van een overlever dat tot nadenken stemt en bij je binnenkomt. Een aanrader!

zondag 15 juni 2014

Ware verhalen

‘Ware verhalen’ klinkt als de zoveelste reality soap om onze honger naar gluren bij de buren te stillen. Toch dienen de verhalen die Ton Rozeman voor deze bundel heeft verzameld een ander, en wellicht ook hoger doel. Met deze verhalen wordt geprobeerd een schaduwgeschiedenis van Nederland in de afgelopen tachtig jaar te vormen. De ondertitel luidt dan ook ‘Een persoonlijke geschiedenis van Nederland in verhalen’. De verhalen zijn geschreven in het kader van het Ware verhalen-project van Club Schrijven, Trouw en de KRO. Ton Rozeman heeft hieruit een selectie gemaakt en de verhalen op thema gepresenteerd. Zo komen bijvoorbeeld liefde, bekentenissen en de oorlog aan bod.

Hoewel sommige verhalen kenmerkend zijn voor Nederland, met name die over de oorlog, zijn ook andere verhalen opgenomen over persoonlijke gebeurtenissen die meer universeel lijken te zijn. Toch hangt er een sfeer in het boek die typisch Nederlands is. Dat zit ‘m waarschijnlijk in de details en de achterliggende normen en waarden. Juist deze persoonlijke verhalen ademen de geest van de tijd van de oorlog en die daarna. Afgaande op de herinneringen aan de oorlog en de ervaringen met de dood van een eerdere generatie, lijken de verhalen voornamelijk door babyboomers geschreven, de zeventigers van nu.

Ook al zit er hier en daar een onbeholpen zin in de verhalen, ze zijn overwegend de moeite waard. Zoals het verhaal over een vader die één kanonslag wil kopen en er met tien stuks en twee zoons die zich voor hem generen thuiskomt. De slagen slaan dood in de sneeuw, maar gelukkig heeft de buurman écht goed vuurwerk. Van de ‘knallers’, zoals de vader ze noemt, zijn er nog een paar over waarvan het lontje lang genoeg is om nogmaals af te steken. ‘Zo’, zei mijn vader, ‘en deze drie bewaren we mooi voor volgend jaar.’ De naoorlogse zuinigheid zit er diep in.

De verhalen zijn zonder uitzondering kort, maar mooi rond, en doen deze vorm van schrijven recht, net zoals de verhalen van Rozeman zelf dit doen. Op naar zijn eigen volgende bundel na dit uitstapje naar de Nederlandse geschiedenis.  

maandag 9 juni 2014

Grijze zielen

‘Ik heb nog nooit een schoft of een heilige gezien. De dingen zijn nooit helemaal zwart of helemaal wit, alles is grijs. Mensen en hun zielen ook… Je ziel is grijs, behoorlijk grijs, zoals die van ons allemaal…’ Dit zegt een dorpeling tegen de hoofdpersoon van het verhaal die zijn vrouw is verloren en zich haar gezicht niet meer voor de geest kan halen. Daar schaamt hij zich voor.

Philippe Claudel laat in zijn roman zien hoe mensen tot bepaalde daden kunnen komen, door de omstandigheden, hun afkomst of hersenkronkels. Hij schetst eerst de sfeer in een Frans plaatsje tijdens de eerste wereldoorlog. Een dorp dat zich aan de rustige kant van een heuvel bevindt, terwijl aan de andere kant mannen vechten en sterven in de loopgraven.

Toch gebeurt er in het dorp ook van alles. Een jong meisje wordt vermoord. Het verhaal lijkt in eerste instantie te gaan over de vraag wie dit op zijn geweten heeft, maar ontpopt zich gaandeweg steeds meer tot een bespiegeling op het leven door de hoofdpersoon. Claudel wekt de tijd van een eeuw terug beeldend tot leven. Klassenverschillen vieren hoogtij en rechtvaardigheid is ver te zoeken.

De vrouw van de verteller overlijdt tijdens de geboorte van hun kind in zijn afwezigheid. Hij voelt zich daar schuldig over. Zijn verdere leven staat in het teken van zijn vrouw. De zoektocht naar de moordenaar van het meisje biedt hem een houvast en een afleiding in zijn leven. Tot het moment dat blijkt dat er zich geen verdere details meer zullen openbaren. ‘Ik heb een vlam brandend gehouden en het donker ondervraagd, zonder ooit meer dan onvolledige , weinigzeggende flarden van antwoorden te krijgen.’ Zijn taak zit erop nadat hij zijn vrouw in gedachten zijn grote geheim opbiecht dat hij jarenlang met zich mee heeft gedragen. Claudel heeft zijn verhaal diepte en kleur gegeven. Het einde is zeker niet happy, maar wel mooi rond.

zaterdag 31 mei 2014

Een minuut stilte

In deze novelle beschrijft Siegfried Lenz de ontluikende liefde tussen een achttienjarige jongen en zijn docente Engels. Op een indringende, maar toch onnadrukkelijke manier maakt  de schrijver de spanning tussen beiden voelbaar. De jongen dweept niet met haar, maar koestert warme gevoelens, die zij met haar vrolijke aanwezigheid en liefdevolle aandacht beantwoordt. Het fysieke contact tussen hen verloopt als vanzelfsprekend. Lenz verstaat de kunst van het vertellen van een verhaal dat heel natuurlijk aandoet.

Van het begin af aan weet de lezer dat Stella, de lerares, overleden is, maar niet hoe dit is gebeurd. Het verhaal wordt verteld door Christian, haar geliefde leerling. Doordat hij soms als hij het over Stella heeft in plaats van het over ‘zij’ te hebben, ineens ‘jij’  gebruikt wordt zij direct aangesproken terwijl ze er al niet meer is. Dat maakt het heel confronterend en illustreert zijn gemis en onmacht.

Christian gaat terug in de tijd door hun gezamenlijke belevenissen terug te halen. Hoe ze gingen zeilen met zijn vader die als schipper werkt, hoe ze samen naar het strand gingen en daar betrapt werden door zijn  medeleerlingen, waar Stella hen dan weer met het grootste gemak uit redde. Hoe ongemakkelijk het was bij haar thuis, waar ze haar oude vader verzorgde. Tegelijkertijd spoorde ze hem aan om goede Engelse literatuur te lezen en daaruit lessen voor het leven te trekken. Dat klinkt heel zwaar maar ze deed het, zoals bij alles, met een grote luchtigheid. Stella komt naar voren als een vrouw met veel geduld en empathie.   


Langzamerhand ontvouwt zich de loop van hun liefdesrelatie en kom je als lezer te weten hoe zij om het leven is gekomen. Net op het moment dat Christian zijn moed bij elkaar had verzameld om haar een gezamenlijke toekomst voor te stellen. Sommige mensen hebben wel in de gaten dat Christian een bijzondere band had met Stella, maar van hoe diep dit ging hebben ze geen idee. Dit maakt zijn rouwproces heel eenzaam. Een mooi en treurig verhaal.

zaterdag 24 mei 2014

Echt iets voor jou

Thomas Verbogt weet een snaar te raken met zijn persoonlijke verhalen  in ‘Echt iets voor jou’. Dagelijkse situaties vangt hij in onderkoelde woorden en met de nodige ironie. Het feit dat hij zijn eigen leven zo goed observeert, is een ware traktatie voor de lezer. Hij verstaat ook de kunst om een grappige of absurde draai aan zijn belevenissen te geven. Hij spaart hierbij zichzelf niet en komt over als iemand die sterk hecht aan taal en zich vaak verwondert over het gebruik ervan. Ook lijkt hij een beetje een buitenstaander die moeite heeft met gangbare sociale conventies. Een echte schrijver dus.

Verbogt loopt geregeld tegen vragen aan die hem onmogelijk te beantwoorden lijken. Vragen zoals: ‘Waar bent u van?’ of ‘Heeft u iets bij zich waaruit blijkt dat u bent wie u bent?’ Verder botst hij vaak tegen het feit aan dat hij geen doorsneeburger is met een van negen tot vijf baan. Dus als een klusjesman vraagt hoe laat  hij altijd opstaat, denkt hij er goed aan te doen om half acht te zeggen, terwijl hij normaal veel later is. Vervolgens blijkt zelfs half acht niet goed genoeg. De klusjesman zegt: ‘Ik ben om zeven uur hier’ en staat voor zevenen al voor de deur.

Over dat hij ziek en met koorts enige tijd eenzaam op bed ligt, verhaalt hij met verve over zijn koortsdromen. De vreemdste dingen komen bovendrijven, gevoed door de op de achtergrond aanstaande televisie. Zo leidt de zin:  ‘Als u problemen heeft met hondenkoekjes, pak de telefoon!’ bij hem tot allerlei overpeinzingen. Als hij zich na een paar weken ineens beter voelt, is hij blij dat hij weer naar buiten kan. Hij gaat langs zijn welbekende adresjes in de buurt voor wat inkopen en de praatjes hier en daar trekken hem weer het leven in en maken dat hij zich weer gerustgesteld voelt, bevestigd en aanwezig. Zijn verhalen zijn dan ook getuigen van zijn schrijversbestaan, waarvan je als lezer mee mag genieten.