maandag 1 juli 2013

Vertrek van station Atocha

Het  boek dat deze titel draagt is geschreven door een Amerikaanse debutant van in de dertig. Volgens de achterflap gaat het over de relatie tussen kunst en taal, waarheid en werkelijkheid. Voor mij trigger genoeg om het te lezen. De thema’s lijken heel zwaar, maar worden in het verhaal door de hoofdpersoon met een zekere kritische houding en slag om de arm benaderd.

Het verhaal draait om de Amerikaanse dichter in wording Adam, die een beurs voor onderzoek in Madrid heeft gekregen. Ben Lerner zet de dichter neer als een mengeling tussen een loser en een profiteur aan de ene, en een intelligente jonge man met potentie aan de andere kant. De schrijver balanceert knap tussen beide polen, zodat je als lezer niet goed weet welke kant de wijzer uiteindelijk uit zal slaan.   

Wat Adam heel goed kan is de schijn ophouden. Hij verschuilt zich vaak achter zijn slechte Spaans en een diepzinnig zwijgen, wat door jonge Spaanse vrouwen in- en aangevuld kan worden tot iets wezenlijks. Maar dat lukt niet altijd: ‘… het stilzwijgen dat we in stand hielden was slechts het ontbreken van geluid, niet het uitdijen van potentiële betekenissen.’ Ook beschikt Adam over een levendige fantasie. Als hij na een nacht met een vrouw niet zeker weet wat er is voorgevallen tussen hen denkt hij: ‘… hoewel ik eraan twijfelde, kon ik het me zodanig voorstellen dat het als herinneren voelde.’

Onderwerp van zijn  onderzoek zou de invloed van de Spaanse Burgeroorlog moeten zijn op de poëzie, maar daar komt Adam met  zijn liederlijke levensstijl niet echt aan toe. Dan belandt hij middenin de terroristische aanslagen op Madrid. Die maken dat hij een keuze moet maken tussen zich afzijdig houden of betrokken zijn.

Zijn lamlendige houding en zijn sterke preoccupatie met hoe hij overkomt boven hoe hij daadwerkelijk is, maken hem bij de lezer niet direct sympathiek. Toch weet Lerner deze kanten van zijn hoofdpersoon te nuanceren, lijkt deze toch wel iets te presteren en gloort er aan het eind van het verhaal hoop voor de toekomst van de dichter. Maar dat kan ook de afspiegeling zijn van zijn bloemrijke taalgebruik en grote verbeeldingskracht… Ontdek het zelf!  

zaterdag 22 juni 2013

Gevaarlijke literatuur

Nu ik het laatste boek van Virginia Woolf aan het lezen ben, terwijl ik bezig ben met mijn eigen verhaal, realiseer ik me hoe gevaarlijk het is als je tegelijkertijd zo’n klassieker leest. Want valt mijn eigen schrijven daarbij niet automatisch in het niet? Heeft het wel zin om mijn eigen verhaal vorm te geven als je zoiets groots leest? Zo groot en tot voor kort alleen nog bekend onder de naam ‘Between the acts’  en nu vertaald in het nog onwennige ‘Tussen de bedrijven’?  Vertaald door een Belg die er mooi Nederlands van heeft gemaakt.

En Erwin Mortier, de vertaler, schrijft er ook nog eens een dusdanig imponerend voorwoord bij, dat je duidelijk bij voorbaat laat merken dat dit een groot werk is dat ook als zodanig beschouwd moet worden, voor zover je dat al niet van plan was. Want hoe moeiteloos maakt Virginia Woolf van een groep van mensen die bijeen is op een landgoed vlak voor de Tweede Wereldoorlog een soort van gezamenlijke hoofdpersoon, met meer stemmen die het verhaal dragen. Hoe vluchtig en wezenloos beweegt de onbekende vertelster tussen de personages door om hun woorden en bewegingen voor de lezer te vangen. Met wat een gemak gaan de gedachtestromen leven voor de lezer. Ook weet de schrijfster de aanstaande oorlog voelbaar te maken middels het gezelschap.
Ik dacht altijd dat ik debuten las om te zien hoe deze beginnende schrijvers het doen. Nu denk ik dat het misschien vooral een veilige manier is om te kijken hoe je het zou kúnnen doen voor een eerste keer, op zo’n manier dat het de moeite waard is. Terwijl het lezen van een klassieker het gevaar in zich draagt je eigen schrijven sterk minderwaardig te vinden en je de neiging voelt opkomen om ermee te stoppen. Maar misschien schrijf ik dan op geen enkele manier ‘Woolfiaans’, maar dan toch wel op mijn eigen manier. Want ik blijf schrijven, hoe dan ook.

dinsdag 11 juni 2013

Leesvoer

Ik lees en ik lees en ik lees. Na ‘Pure waanzin’ ook ‘Meermin’ en ‘Trance’. Allemaal getuigenissen van de gekte die een normaal mens kan bevangen. En ook bewijzen van hoe dun de scheidslijn tussen beide statussen van zijn kan zijn. Elke gek heeft zijn  eigen logica, alleen begrijpt niet iedereen die direct. Gekken onderling kunnen echter tot grote hoogten stijgen als het gaat om onderling  begrip. Exemplarisch hiervoor is de volgende conversatie: ‘Ik hou niet van madammen in een bontjas.’ ‘Nee, ik schaak ook liever.’ Het is maar net wat je als uitgangspunt neemt.

Ook de motorrijder in ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’ geeft een inkijkje in zijn eigen gekte. Hij houdt deze op veilige afstand door zijn vroegere ik een andere naam te geven en over hem te schrijven in de derde persoon. Achteraf probeert hij diens logica te duiden en om te smeden in een beschouwende visie op het leven zelf en de benadering daarvan. In deze poging blijkt dat zijn oude ik een hoop zinnige dingen heeft bedacht, ook al is hij eertijds enigszins door de bocht gevlogen. Zijn logica werd te individueel, niemand kon hem meer volgen. Was hij gek of geniaal?    

In mijn verhaal raakt de helft van een stel in de war. De vraag is hoe de andere helft daarop reageert en in hoeverre hun relatie deze gekte kan verdragen. Ik heb geloof ik al eerder verklapt dat dit verhaal geen eenduidig happy end kent. Maar wat dan wel?

zondag 2 juni 2013

Schrijven over schrijven

Zoals A.F.Th. van der Heijden zei in Collegetour dat hij zijn schrijversambities tijdens zijn studie vooralsnog stil hield, zo  moet ik misschien nu voorlopig mijn  mond houden over mijn verhaal en het eerst maar eens afschrijven. Want het gevaar van het schrijven over  het schrijven is dat het oorspronkelijke verhaal op de achtergrond raakt. Het meta-gewauwel op de weblog wordt belangrijker dan het eigenlijke verhaal waar het feitelijk om draait. Maar dat wil niet zeggen dat ik er helemaal niks meer over mag zeggen. Toch? Als ik maar wel blijf schrijven, op beide fronten, met de nodige zwaarte op het oorspronkelijke werk.

Het lezen van de achtergronden voor mijn verhaal is meer naar de achtergrond geweken en ik ben weer meer daadwerkelijk aan het verhaal aan het schrijven. Saillant detail  hierbij is dat mijn docent en schrijfclubje andere opvattingen hebben over het perspectief van het verhaal. Betekent dus dat ik hierin gewoon mijn eigen keuze moet  maken.

Vanaf een cruciaal punt in het verhaal wijzigt het perspectief van de vrouwelijke hoofdpersoon naar de mannelijke hoofdpersoon. Hiermee hoop ik in beeld te brengen hoe hun werelden verschillen vanaf dat moment. Het is nog een beetje zoeken naar zijn toon, maar gaandeweg krijg ik die wel te pakken. Dan is het een kwestie van het stel uit elkaar laten drijven, hoe close ze eens ook waren. Geen happy end dus, maar wel een nieuw begin in twee verschillende levens.  

maandag 20 mei 2013

Achtergronden

Mijn schrijfdocent gaf mij als aandachtspunt mee dat ik het perspectief van waaruit ik mijn verhaal vertel ook anders aan zou kunnen pakken. Namelijk  vanuit een belevende en een beschouwende ik-persoon. Dat zou het volgens haar meer kracht geven. Ik zag het nut er niet direct van in en schreef vrolijk op de oude voet verder. Maar toen raadde ze me een boek aan, waarin ook een dergelijke tweedeling in het gebruikte perspectief wordt gebruikt: ‘De Nederlandse maagd’.  

Ik moest even wennen aan het technisch lezen van dit boek van Marente de Moor, maar het werd me al gauw duidelijk dat de twee ik-perspectieven het verhaal goed doen. Soms is het verschil tussen beide perspectieven echter heel minimaal en subtiel. Dat wordt nog een hele klus om mijn verhaal daarnaar te herschrijven, maar dat ga ik zeker doen.
Maar behalve voor  mijn eigen verhaal heb ik ook aandacht voor de verhalen van de schrijvers van mijn schrijfclubje. Vandaag heb ik van een van de deelnemers een drieluik gelezen en serieuze feedback daarop genoteerd. Het is een filosofisch verhaal over de sporen die de oorlog nog in het heden nalaat in een gedragen schrijfstijl. Het is mooi om te zien dat ieder van onze groep zo zijn eigen stijl heeft. Naamloos zouden we elkaars stukken herkennen.   

Verder ben ik begonnen met het lezen van achtergrondliteratuur om mijn verhaal wellicht meer kleur te kunnen geven. Zo kwam tijdens het schrijven ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’  bovendrijven en ik realiseerde me dat ik me het verhaal niet meer zo goed kon herinneren, terwijl het voor één van de hoofdpersonen een belangrijk boek is. Herlezen dus. Ook ben ik begonnen in ‘Pure waanzin’. Dus dan weet je wel welke kant het op gaat!

woensdag 15 mei 2013

Debuut

Ter inspiratie lees ik graag debuten om te kijken hoe beginnende schrijvers het doen. Ze hoeven niet per se heel goed te zijn om er iets van op te steken. Maar als het wel zo is, is dat natuurlijk mooi meegenomen.  Nu had ik ‘De verjaardagen’ van Hanneke Hendrix te pakken. Positieve kritieken over gelezen en een enkele kritische noot van de NRC. Reden genoeg om dit boek, dat de schrijfster in een café heeft geschreven, te lezen en er iets zinnigs over te zeggen.

De twee hoofdpersonen zijn een jongen en een meisje in de hechte gemeenschap van een dorp die beiden eenlingen zijn. Dat doet denken aan de twee outsiders in ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ (ook een debuut). Ook in dit verhaal leidt dat niet tot een goed einde. Het meisje heeft een ernstige huidziekte waardoor ze in afzondering leeft en de jongen slaat op tilt als hij hoort dat hij een bastaard is. Hun isolement trekt ze naar elkaar toe.

Het verhaal maakt af en toe een sprong in de tijd en eindigt met de volwassen vrouw en man die ze geworden zijn. Ze krijgen zelfs een kind. Maar ook dat maakt nog geen happy end. De man wil het kind zijn ouders besparen en trekt zich terug, terwijl de vrouw steeds meer last heeft van haar ziekte.
Hanneke Hendrix weet met verve het beklemmende leven in het dorp te verbeelden, waar beide hoofdpersonen buitenbeentjes blijven. Als lezer leef je mee met de pijnen van de vrouw en de diepe agressie van de man. Door vrij directe en geloofwaardige dialogen schept de schrijfster de wereld van het stel en de dorpelingen. Een mooi verhaal met soms een absurde en soms een poëtische twist. De moeite waard!

zondag 5 mei 2013

Herbeginnen

Gisteren was het veel te mooi weer om binnen te gaan zitten schrijven. Toen moest er dus genoten worden van de zon! Vandaag had ik besloten dat mijn verhaal voorrang zou krijgen op het mooie weer. Dus lekker schrijven met eventuele pauze op het balkon. En zie daar, er zijn vandaag beduidend meer wolken dan gisteren!  

Maar ik kan mijn verhaal niet zomaar oppakken. Het laatst geschreven stuk zit nog niet in mijn hoofd, is me nog  niet echt eigen. Dus daar kan ik niet zomaar achteraan doorgaan met schrijven. Eerst iets teruglezen, nog iets verder terug en nog iets… Totdat ik weer weet waar ik was en mijn gedachten over de mogelijke verandering in de chronologie weer bovenkomen. Zoals Hanna Bervoets dat zo mooi heeft gedaan in ‘Alles wat er was’.
Vanaf het moment dat een groep mensen in een school zit opgesloten na een harde knal die waarschijnlijk een ramp aankondigde, houdt één van hen een logboek bij. Ze nummert de dagen op volgorde. Dus eerste dag, zoveelste dag; data doen er niet meer toe. Uiteindelijk worden de dagen door elkaar geschud en is de volgorde verstoord. Dat maakt het verhaal spannend. Je vraagt je telkens af of de mensen in de groep dit of dat nu al van elkaar weten en wat dat betekent voor hoe het verder gaat. Bervoets verstaat de kunst om de personages in haar verhaal geloofwaardig neer te zetten en ze gezamenlijk op het onnavolgbare einde te laten afstevenen. Net als in ‘Lieve Céline’ weer een geweldig unhappy end.

Dat wil ik uiteindelijk ook met mijn verhaal; het wordt geen sprookje, maar harde realiteit. Alleen moet ik daarvoor misschien nog iets achter houden om pas aan het eind van het verhaal te openbaren. Die moeilijke chronologie. Dat de hoofdpersoon uiteindelijk weemoedig terugkijkt op alles wat er was. Nog genoeg te doen dus aan dit verhaal!