zondag 24 november 2013

De beslissing

Britta Böhler is advocaat en heeft in de politiek gezeten. Na enkele publicaties over rechtspraak heeft zij nu haar romandebuut gemaakt. Hierin volgt zij in 1936 drie dagen lang het leven van Thomas Mann. Hij staat in die tijd voor de moeilijk keus om zich al dan niet uit te spreken tegen het regime van Hitler. De lezer wordt meegenomen in zijn twijfels en zijn dagelijkse levensgang tijdens zijn verblijf in Zwitserland.

De schrijfster heeft ervoor gekozen het op waarheid gebaseerde verhaal een roman te noemen, wat haar meer vrijheid gaf om het verhaal van Mann kleur te geven. In zijn dagboeken heeft Thomas Mann het niet over de open brief die hij uiteindelijk naar een Zwitserse krant stuurt. Dit boek lijkt daarmee in een lacune te voorzien. Vanuit het buitenland is dan ook al veel interesse getoond voor de uitgave ervan.   

Mann wordt neergezet als een man met een kwetsbare gezondheid die zeer gehecht is aan orde en structuur. Als hij met zijn vrouw een tripje naar Zwitserland maakt, blijken ze door de situatie in hun thuisland Duitsland, niet naar huis te kunnen. Terwijl Thomas Mann nog lang uitgaat van hun terugkeer naar Duitsland, heeft zijn vrouw een reëlere visie en overtuigt ze hem ervan dat ze een vaste verblijfplaats in Zwitserland moeten zoeken. Enkele bezittingen kunnen nog worden overgebracht. De rest vormt een pijnlijk gemis voor Mann, naast het gemis van een zeker comfort.

Het Duitsland van toen in de gedachten van Mann: ‘De brute en reactionaire krachten hebben een verbond gesloten met alles wat vijandig staat tegenover intellect en cultuur, een duivels verbond van angst en verbittering. (…) In de verste verte valt er niets groots of nobels te ontwaren.’ De rationele gedachten van Mann komen meer naar voren dan zijn gevoelens tijdens zijn moeilijke beslissing. Hiermee lijkt het meer een boek geworden over de tijd van de macht van Hitler dan over de persoon van Thomas Mann zelf. Hij denkt en twijfelt veel in het verhaal, maar komt niet echt over als een mens van vlees en bloed. Het tijdsbeeld is wel sterk, met veel typerende details.
Frappant detail is dat Mann uiteindelijk zelf terecht kwam in het Zwitserland dat het decor had gevormd voor zijn roman ‘De toverberg’. Over de onmogelijkheid van terugkeer naar Duitsland schrijft Britta Böhler: ‘Zijn heimwee is een pijn  in de tijd, niet in de ruimte, en in Duitsland blijven had daar niets aan veranderd.’ Zijn thuisland is zijn thuisland niet meer. Een indrukwekkend boek over een historisch moment.    

zondag 17 november 2013

Handel in veren

‘Handel in veren’ is de laatste roman die Rascha Peper in haar leven af heeft kunnen ronden. Oorspronkelijk had ze voor ogen dat dit een deel van een groter geheel zou gaan vormen, maar de tijd ontbrak haar daarvoor. Aan sommige aanzetjes kun je merken dat deze roman de gelegenheid bood om er een nog uitgebreider verhaal van te maken. Bij aanvang van het project was ze heel enthousiast over de ontdekking van het op zo’n manier te schrijven dat ze de lezer zo min mogelijk bij de hand neemt en hem zelf conclusies te laten trekken. Ze kiest hiervoor een bijzondere vorm.

Ieder hoofdstuk heeft een hoofdpersoon, een plaats en een tijd die in de titel ervan genoemd worden. Zo leer je als lezer steeds andere personages kennen. Deze hebben in eerste instantie zo weinig verband met elkaar dat het aparte verhalen lijken. Zo lees je het ene moment over een vogelkenner in Nieuw Guinea eind jaren vijftig en het volgende over een meisje dat anno nu naar haar oma gaat in Bilthoven. Langzamerhand krijgt de lezer een idee van hoe de personages onderling verbonden zijn en begint het  verhaal als geheel te leven.
Rascha Peper weet in elk subverhaal een zekere spanning op te bouwen. Als lezer kun je dan naar het vervolg van juist dat deel verlangen, terwijl het boek eerst doorgaat met een ander deel. Met deze cliffhangers houdt ze haar lezers in de greep. Ze doseert de kennis van de lezer heel goed over de verschillende verhalen en vertelt niets te veel.  

De schrijfster heeft zich uitgebreid verdiept in de vogelkunde om de expeditie van de ornitholoog in Nieuw Guinea geloofwaardig neer te kunnen zetten. Maar niet alleen de harde feiten tellen in haar verhaal, maar vooral ook de beweegredenen van haar personages. Zo voelt de vogelkenner zich nergens echt thuis; thuis heeft hij moeite met alle plichtplegingen en op expeditie wordt hij moe van het constant onder de mensen verkeren. Zijn levensdoel is een uitgestorven gewaande vogel ontdekken en als dit niet lukt, houdt het voor hem op. Ook het meisje en haar oma hebben hun eigen geheimen en drijfveren in hun leven.  
Al met al is het een divers boek geworden dat nieuwsgierig maakt naar wat het was geworden als de schrijfster meer tijd was gegund. Maar nu toch een interessant boek, waarvan ze zelf zei dat het haar beste is.

zondag 10 november 2013

Mélodie d’amour

Margriet de Moor zet met haar laatste boek vooral een sfeer neer. Een sfeer waarin liefde allesbepalend is, maar waarin sommige ongelukkige situaties ook onafwendbaar zijn. Het gaat over liefdes tussen minnaars, tussen echtgenoten, maar ook over de liefde tussen broer en zus. Over  hoe verschillende liefdes naast elkaar kunnen bestaan en elkaar versterken en hoe ze mensen uit elkaar kan drijven. En hoe ziekte en dood een mensenleven kunnen bepalen. Het boek gaat dus over het hele leven.

Maar het is niet echt een verhaal. Het zijn meer een paar portretten. Luuk vormt hierin de centrale persoon. In het eerste deel komen zijn ouders in beeld. Een jong gelukkig stel met vier zoons. Totdat de moeder een vrouwelijke huurder in huis haalt, waarmee ze achteraf bezien haar eigen ongeluk binnen heeft gehaald. Ze wordt ziek en wil haar man nooit meer zien. De manier waarop De Moor dit portret beschrijft is een kunst. Ze doet dit bijna terloops, terwijl het toch om grote thema’s gaat.

Het tweede portret gaat in op de minnares van de, inmiddels getrouwde, Luuk, door de schrijfster ‘zijn jammerlijk stuk vrouwmens’ genoemd. Het is een enigszins onevenwichtige vrouw die bij de eerste aanblik op hem valt en hem, ondanks haar zogenaamde verlegenheid, weet te strikken. Als het  uiteindelijk toch niet loopt zoals ze had gewild, lijkt ze in staat hem te doden.

Het derde portret biedt een blik op de minnares en haar broer. Ze verliezen op jonge leeftijd hun ouders en zijn al vroeg zelfstandig geworden. Hun onderlinge liefde is heel sterk. Als zij een beste vriendin krijgt, wordt dit de vriendin van haar broer, zonder dat dit tot scheve gezichten leidt. Als ze uiteindelijk ook haar broer verliest aan de dood, vlucht ze zo snel mogelijk een huwelijk in, dat niet lang stand houdt.

Tot slot lezen we het verhaal bam Myrte, de vrouw van Luuk. Ook zij heeft haar eigen zoektocht in de liefde en voelt een enorme hartstocht voor de vader van haar vriendin. Als je het zo allemaal op een rijtje zet, lijkt het een onwaarschijnlijk verhaal. Toch is dat niet zo. Margriet de Moor weet alles levensecht te verwoorden en grijpt de onderlinge verbanden van de hoofdpersonen aan om een beeld te geven van de diverse gedaantes die de liefde kan aannemen.
De tijd verstrijkt gedurende het boek van de jaren vijftig vorige eeuw tot het heden. Ook de plaatsen waar de personages zich bevinden veranderen. Het is symbolisch dat de een baggeraar is, de ander archeoloog en de volgende docent klassieke talen. Het leven gaat tenslotte ook om het ploeteren in de modder en het duiden van het gebeurde. Het boek is een mooie aaneenschakeling van portretten in een meanderende verteltrant.  

zaterdag 2 november 2013

Mijn leven is mooier dan literatuur

‘Mijn leven is mooier dan literatuur’ vormt de aantrekkelijke titel van een filosofisch getint verhaal van Jannah Loontjens. Helaas wordt de titel al in het voorwoord ontkracht doordat de schrijfster gelijk zegt dat het leven en literatuur niet te scheiden zijn. Lezen vormt voor haar een wezenlijk onderdeel van het leven. Dat dit niet voor iedereen geldt blijkt later in het boek, als een man de boektitel bezigt om te rechtvaardigen dat hij nooit leest.

Loontjens geeft aan dat het voor haar na haar promotie op het gebied van de literatuur een verademing is om in dit boek juist ook haar persoonlijke ervaringen te kunnen gebruiken. Ervaringen die toch als een voedingsbodem voor haar wetenschappelijke werk hebben gefungeerd, maar vanwege hun subjectieve karakter onbenoemd zijn gebleven.
Het persoonlijke maakt haar boek prettig leesbaar; je kunt als lezer makkelijk met haar gedachtegangen laten meevoeren. En toch betreffen dit geen ongefundeerde gedachten, gezien de verwijzingen naar diverse literaire werken, maar ook naar secundaire literatuur en zelfs muziek.

Al vragend naar het hoe en waarom behandelt de schrijfster enkele essentiële vragen binnen het schrijverschap. Interessant voor gevestigde , maar vooral ook voor beginnende schrijvers. Zo heeft ze het over de eeuwige twijfel van de schrijver bij het begin van een verhaal die hem totaal kan blokkeren. Ook bij het einde van een verhaal komt een dergelijke twijfel weer opduiken. Zelf krijgt ze het benauwd als haar boek is gedrukt: zal het te licht bevonden worden?
Ze gaat in op de aard van het lezerspubliek dat je als schrijver nastreeft. Zelf heeft ze eens getwijfeld aan mogelijke aandacht via de Libelle. Zou dit afbreuk doen aan haar boek? Toch heeft ze ervoor gekozen met het idee dat haar lezerspubliek daardoor alleen maar vergroot zou worden. Maar je weet natuurlijk nooit of er ander publiek juist door afhaakt.

Ze zet kritische kanttekeningen bij het zogenaamde literaire publiek, want bestsellers kunnen ook literair zijn en massale aandacht is niet inherent aan slechte kwaliteit. Zo tipt ze ook het eeuwige onderscheid tussen fictie en autobiografie aan, waartussen de scheidingslijn niet heel eenduidig te trekken is. Verder is in haar optiek een makkelijk leesbaar boek vaak juist grondig gecomponeerd. De veelgenoemde stream of consciousness is dan ook niet de gedachtegang van de schrijver, maar betreft de associaties van het personage. Ook gaat ze in op de schrijver als zijn eigen reclamemaker; de hedendaagse schrijver heeft een publiek ik.
Al met al een interessant boek dat vele vragen opwerpt en overdenkt. Met tal van verwijzingen om desgewenst verder te lezen.   

woensdag 23 oktober 2013

De helleveeg

‘Feeks, kwaadaardig wijf, serpent’ meldt Van Dale bij ‘helleveeg’. En dat is allemaal typerend voor de tante van Albert Egberts. Hij is de hoofdpersoon en verteller in het gelijknamige boek van A.F.Th. van der Heijden. Het boek vormt momenteel het laatste deel in de serie ‘De tandeloze tijd’ waarin de schrijver een beeld oproept van het leven door de jaren heen van mensen uit de jaren vijftig en zestig.      

Albert heeft een dubbele houding tegenover zijn tante, ook wel ‘Tientje Poets’ genoemd. Ze is altijd aan het poetsen en sloven en weet alle gebeurtenissen in haar leven in het negatieve te trekken en anderen hierover verwijten over te maken. Ze kan geen kinderen krijgen en beschuldigt haar ouders, zus en man ervan dat het zover gekomen is. Na een tienerzwangerschap en een onbetrouwbare abortus was het gedaan met haar vruchtbaarheid. De gang van zaken in haar  verleden weet ze altijd zo te draaien dat ze er zelf geen enkele schuld aan heeft.
Je zou denken dat iemand die altijd en eeuwig zo in de slachtofferrol zit geen prettig leesbaar boek op kan leveren. Toch weet Van der Heijden hier een vermakelijk en levensecht verhaal van te maken. Slechts een enkele keer draaft ze wel erg door en is het wat veel van het goede, maar haar levenshouding en tirades zijn overwegend goed gedoseerd.

Bovendien gaat het behalve over zijn tante ook over Albert zelf. Hoe hij opkijkt tegen zijn tante en haar in zijn pubertijd tegen de familie wil beschermen wat hem in een loyaliteitsconflict brengt. Hoe hij haar zelfs eens verleidt en in de loop van zijn leven steeds meer last krijgt van haar manier van doen die haar omgeving opzadelt met een schuldgevoel, zelfs over haar dood heen. De tirades en beschuldigingen hebben de levens van haar familieleden aardig bepaald en verziekt.
Van der Heijden zet het portret van Albert en zijn tante geloofwaardig neer, wat een kunst op zich is, omdat het verhaal behoorlijk over the top is. Het maakt nieuwsgierig naar het autobiografische gehalte, hoewel dit eigenlijk niet ter zake doet. ‘De waarheid is geen excuus’. Wie zei dat ook al weer?

woensdag 16 oktober 2013

Vader

Het is alweer twee jaar geleden dat het eerste deel van de zesdelige serie autobiografische boeken van Karl Ove Knausgard in de Nederlandse vertaling verscheen. Het is even een  hype geweest, dit grote project van de Noorse schrijver, die met de zes boeken zijn levensverhaal vertelde om vervolgens te besluiten nooit meer een roman te schrijven. Wekenlang prijkte zijn indringende portret in zwart wit in de etalages van de boekhandel. Pas toen ik de aflevering van ‘Boeken op reis’ met hem als hoofdpersoon zag, dacht ik dat dit toch wel een fascinerende man lijkt, die vast ook veel zinnigs te melden heeft. Ik begon aan ‘Vader’, het eerste van de tot nu toe vier vertaalde delen.

Het boek  begint met een verhandeling over de dood waarbij de lezer meteen de diepte in gaat en even op het verkeerde been wordt gezet. Er zit veel inhoud in zijn compacte vertelstijl. Op een bepaald moment schakelt hij als vanzelf over naar zijn eigen situatie en neemt je mee in zijn verhaal. Dit doet hij op een heel natuurlijke manier. Met vlagen is het gênant, omdat je weet dat het puur autobiografisch is en de mensen om hem heen en hijzelf er niet altijd even goed vanaf komen. Maar juist dat pure en rauwe is de kracht van het boek.
Hij snijdt met een grote vanzelfsprekendheid thema’s aan als de werking van het geheugen,  liefde en afstand binnen  het gezin, jeugdliefdes, eenzaamheid en de zoektocht naar woorden van hemzelf als schrijver. De roman waar hij mee bezig was voordat hij aan deze serie begon, beschrijft hij zodanig dat je denkt: maar goed dat die niet is uitgegeven. Het zou een nogal heen en weer slingerend verhaal zijn. Toch is ‘Vader’ ook niet vrij van een zekere onvaste hand van de schrijver.

Hij weet je als lezer overwegend goed mee te nemen in het verhaal van zijn leven, alleen op sommige momenten vervalt hij onnodig in details. Dit gebeurt met name wanneer hij met zijn broer het huis van hun oma opknapt, nadat hun vader er daar een puinhoop van heeft gemaakt en overleden is. Wellicht zijn koken en schoonmaken voor deze man bijzondere werkzaamheden, maar globale verwijzingen daarnaar zouden wat mij betreft wel volstaan. Toch is het over het geheel genomen een indrukwekkend verhaal. Een verhaal waar je tijdelijk in kunt ‘wonen’. Toch heb ik even adempauze nodig voordat ik het volgende deel zou willen lezen. Het verhaal grijpt in. Je wordt deelgenoot van een zekere zwaarte in het leven van de schrijver.  

zondag 6 oktober 2013

Een eeuwig doorgaand verhaal

Mijn grote  verhaal waaraan ik al een tijd lang schrijf dreigt tot een einde te komen. Tot een paar maal toe liet ik mijn vorderingen lezen aan mijn schrijfclub en telkens zei een van de deelnemers: Dit is een mooi eind. En dat terwijl ik zelf nog de illusie had een eeuwigheid vooruit te kunnen met dit verhaal zonder einde.

Nu lijkt het echter dat ze toch gelijk krijgt. De beide hoofdpersonen zijn aan het woord gekomen, het verhaal heeft zijn licht over de thema’s geschenen en de laatste woordvoerder kan het mooi afsluiten met een uitgebreide overdenking van het gebeurde. Dat blijkt een loutering te zijn voor beiden die vervolgens elk hun eigen weg vervolgen.
Maar wat dan? Heb ik nog wel een volgend verhaal te vertellen? Wat wil ik met mijn grote verhaal als het eenmaal echt afgerond is? Proberen het te laten uitgeven? Er een mooi eigen kunstzinnig boekje van maken waarvan er maar één bestaat om te laten zien aan mijn dierbaren? Moet het veel gelezen worden of is het te persoonlijk? Ik weet dat toch allemaal niet!

Vandaar dat ik nu nog enkele kleine onderwerpen heb die ik erin wil laten terugkomen. Die probeer ik nu op een natuurlijke manier in het bestaande verhaal te verweven. Zodat het één groot verhaal wordt met een brede inhoud. Beter en toch nog iets meer. En zelfs in dit laatste proces lukt het me mezelf in de weg te zitten. Ik heb weerstand om aan het verhaal door te werken, het moment is niet goed, ik kan het niet in loze uurtjes, maar moet er ruim de tijd voor hebben. En dan ook nog over de nodige inspiratie beschikken.
Kortom: ik ben tegen het einde van mijn verhaal aan het aanhikken. Om maar niet tot de slotsom te hoeven komen dat dat alles was of dat ik er niet mee naar buiten durf te komen. Ik vrees dat ik dit uitstellen van executie heel lang vol kan houden… Maar ergens zal het toch wel zijn einde vinden?