zaterdag 31 augustus 2013

Niets weerstaat de nacht

Het door DWDD tot succesnummer gebombardeerde nieuwe boek van Delphine de Vigan is wat  mij betreft zeer de moeite waard, maar ik raak er nou ook weer niet van in een hallelujastemming. Omdat gelijk al duidelijk is dat haar moeder in deze autobiografische roman zelfmoord pleegt, zat ik daar al lezend een beetje op te wachten en was ik verbaasd welke leeftijd zij nog heeft bereikt.

Ik had nog niet eerder iets van Delphine de Vigan gelezen en was aangenaam verrast door haar stijl die heel naturel is alsof ze het verhaal zo even uit haar mouw schudt. Dat het echt  niet allemaal vanzelf gaat blijkt wel uit de intermezzo´s waarin de schrijfster reflecteert op haar eigen boek. Daarin geeft ze de lezer een kijkje in wat haar bronnen zijn en hoe ze deze verwerkt in haar tekst. Dit geeft het  verhaal een eerlijk karakter, hoewel ze ook toegeeft dat elke beschreven werkelijkheid onvermijdelijk fictie wordt.   
Na de dood van haar moeder gaat de schrijfster terug in het verleden en beschrijft de ouders van haar moeder. Omdat ze overwegend voornamen gebruikt is het als lezer steeds even bedenken wat de relatie van de genoemde personen tot de schrijfster is. Tussen de gelukkige scenes uit de goede oude tijd schemeren enkele tergend tragische familiemomenten door die door de luchtige verteltrant minder erg lijken dan ze geweest moeten zijn. Smetten op het verleden zonder in zwaarte te vervallen. Zoals het thema van Pierre Soulages voorin ook aangeeft: ´Mijn werktuig was niet meer het zwart, maar dat geheime licht dat door het zwart werd voortgebracht.´

De slechte tijden van haar moeder worden realistisch beschreven. Ook de schrijfster zelf heeft haar moeilijke tijden, zoals wanneer ze anorexia ontwikkelt. Achteraf schrijft ze daarover: ´Beetje bij beetje leerde ik in mijn vaart, mijn roes te temperen, om te gaan met mijn te grote ontvankelijkheid, het verlangen om te leven dat me had verteerd hanteerbaar te maken.´ In bescheiden woorden roert ze grote levenszaken aan. De geschiedenis van een familie, met al haar ups en downs en haar uitgesproken, maar ook verborgen gebeurtenissen. Het eindigt weer met de dood van haar moeder, die daar zelf over zegt: ´Ik ga liever dood terwijl er nog een beetje leven in me zit.´ Al met al een mooi boek.    

woensdag 21 augustus 2013

Schrijfweekend

Hoge venen, het dak van België
Ik zie de vlakte uitgestrekt voor me liggen
Volop weidsheid en openheid
Ik hoor de stilte en voel me geborgen
Volop rust en ruimte
Op het verende turf voel ik me gedragen
Leven en laten leven
Is wat de tijd hier zegt
Je laten omgeven
Je pad kiezen
Levenslang
Onderweg

Dit gedicht kwam in mij op na een bezoek aan de Hoge venen in de Belgische Ardennen. Onze schrijfclub was hier dan ook om inspiratie op te doen. Niet alleen voor gedichten zoals hierboven, maar ook voor elk van onze schrijfprojecten waar we mee bezig zijn, ieder op haar eigen manier. Zo schrijft de een kinderverhalen, de ander autobiografisch getinte verhalen, de volgende een novelle en een van ons zelfs een roman. Een hele opgave voor onze docent om ons gezamenlijk een programma op te stellen!


Maar dit verliep prima. Eerst bespraken we in het schrijfatelier van elk van onze schrijfprojecten hoe de stand was. Hoever ben je, waar wil je heen, wat voor feedback kun je nog gebruiken? Vervolgens kregen we een oefening in meervoudig perspectief waarvoor we enkele scenes moesten schrijven, die we later met elkaar konden verbinden. Omdat ik mijn hoofdpersonen had opgevoerd in deze opdracht, kwam er weer materiaal uit wat ik voor mijn verhaal kan gebruiken.
Tijdsprongen, vertragingen en versnellingen kunnen een verhaal schwung geven. Terugkijkend naar mijn verhaal tot nu toe, zag ik dat ik deze werkwijzen af en toe al toepas. Maar het is goed dit te herkennen zodat je het in het vervolg ook bewust kunt toepassen. Dus alweer een goede oefening.
De oefeningen waren allemaal voorbodes van het verder schrijven aan ons project. Op een zonnige dag ging elk op een eigen plekje zitten schrijven in de ruime tuin met veel zithoekjes bij het huis met studio´s van onze docent. Voor een persoonlijk consult hield zij voor ieder van ons een half uur spreekuur. Hiermee konden we weer verder vooruit. Al met al een inspirerend en gezellig lang weekend, net als vorig jaar voor herhaling vatbaar!

woensdag 7 augustus 2013

Fictieve werkelijkheid

Irvin D. Yalom was me al eerder opgevallen met interessante titels als ‘De Schopenhauer-kuur’ en ‘Het raadsel Spinoza’. Nu had ik ‘Nietzsches tranen’ te pakken, één van de boeken uit deze ‘serie’. Yalom is zelf psychiater met interesse in de filosofie. Deze achtergrond weet hij goed te combineren in deze boeken. Hij noemt ze romans, maar ze hebben wortels in de werkelijkheid door het opvoeren van personen die werkelijk hebben bestaan. In ‘Nietzsches tranen’ komen dokter Breuer, een jonge Sigmund Freud en uiteraard Nietzsche zelf aan bod. De manier waarop is pure fantasie en prikkelt de verbeelding.

In dit verhaal wordt Nietzsche een bijzonder voorstel gedaan door dokter Breuer, een vooraanstaand arts in het eind negentiende-eeuwse Wenen. De arts zal Nietzsche lichamelijk behandelen op voorwaarde dat Nietzsche hem geestelijk behandelt. Dit bijzondere aanbod is ingegeven door tussenkomst van een jonge Russische vrouw. Nietzsche accepteert het en wordt meer en meer de behandelaar van de arts, die steeds dieper wegzakt in zijn aanvankelijk aangedikte wanhoop. Yalom beschrijft mooi hoe de rollen tussen arts en patiënt langzamerhand worden omgedraaid.
Het verhaal biedt de lezer een goed inzicht in de praktische toepassing van de filosofie van Nietzsche. Breuer hamert ook steeds op concrete aanwijzingen in plaats van alleen maar theoretische inzichten. Het is een gedurfd experiment dat plaatsvindt in de tijd waarin de oorsprong van de psychotherapie in de kiem aanwezig is. Freud, die als jonge student contact heeft met de gearriveerde Breuer, zal hier later de vruchten van plukken.

Het is aardig gedurfd om bestaande figuren met zoveel fantasie op te voeren, maar Yalom doet het op een manier die respectvol is ten aanzien van hun gedachtengoed, wat daardoor ook een breder publiek kan bereiken dan zijn non-fictie boeken. Hij is nu al 82 jaar en ik ben benieuwd of er nog meer moois van zijn hand zal verschijnen. Maar het eerst maar eens doen met zijn bestaande oeuvre.

zondag 28 juli 2013

Op het randje

Ik heb net twee heel verschillende boeken gelezen met een overeenkomstig euvel; ik had bij beide enige moeite met de geloofwaardigheid van hetgeen het hoofdpersonage doet of uitdraagt. Het gaat om het tweede boek van Iris Koppe, ‘De man met de schaar’ en ‘Door mijn schuld’ van Désanne van Brederode.

In ‘De man met de schaar’ doen twee studentes allerlei pogingen om snel aan geld te komen om hun uitbundige levensstijl te kunnen bekostigen. Ze zijn ‘partners in crime’, maar als een van de twee er vandoor dreigt te gaan met haar nieuwe vriend, begaat de ander een gruweldaad. Wat die behelst zal ik hier niet zeggen, want het is de climax aan het eind van het spannende verhaal, maar wel wil ik kwijt dat ik het amper kan geloven. Nou, nog net dan, maar het is wel extreem.

'Door mijn schuld’ gaat over een man die een moord heeft begaan en daarvoor de gevangenis in moet, terwijl iedereen in zijn omgeving gelooft dat hij onschuldig is, tot zijn vrouw aan toe. Hij komt uit een intellectueel gezin en het gezin waar zijn vrouw vandaan komt is daar de tegenhanger van. Uit een soort van luiheid of een manier van niet kiezen heeft hij altijd onder zijn niveau geleerd en gewerkt en zelfs zijn achtergrond op sommige momenten verloochend. Hij houdt wel van zijn vrouw, maar ik kan me niet voorstellen dat hij zo serieus blijft als hij haar gezellige hobby’s beschrijft en in haar geen gelijkwaardige gesprekspartner mist.

Maar misschien suggereert Van Brederode dit wel bewust en is hij één grote leugenaar met zijn verhaal dat hij nergens over oordeelt. Maar dan wel een slimme en nadenkende. Maar wat maakt dan dat hij zijn beste vriend vermoordt? Ook daar wijdt hij veel gedachten aan maar kan ik me niet voorstellen en neigt voor mij weer naar het ongeloofwaardige. Hoe kan een man zo in de schaduw van zijn eigen gedachten leven? Wederom op het randje.
Zowel iris Koppe als Désanne van Brederode verdient lof voor haar gedurfde verhaal. En toch wringt het een beetje. Ik heb nu wel nog meer bewondering voor Esther Gerritsen die haar lezers laat geloven dat een gewoon meisje op cruciale momenten in een iedereen reddende ‘superduif’ transformeert! Dat verzin  je toch niet?  

zaterdag 20 juli 2013

Samenkomst

Op een zomerse dag komt ons schrijfclubje weer samen. We praten bij over wat er zoal in onze levens gebeurt. Soms leuke, soms heftige dingen. Het is goed om elkaar weer te zien. Maar wat ons bindt, is het schrijven. Ditmaal ben ik de enige die wat te lezen heeft rondgestuurd. Dus krijg ik alle aandacht.

Er zijn vragen over de personages. Wat drijft hen, hoe vallen bepaalde gedragingen van hen met elkaar te rijmen? Kunnen bepaalde zaken niet terugkomen op het einde om het verhaal meer rond te maken? Mogen we wat meer te weten komen over de vriend van een van de hoofdpersonen? Wie is hij, wat doet hij, kan hij  niet meer een mooi tegenwicht voor die hoofdpersoon?
Ik heb er een handje van om mijn hoofdpersonen diverse boeken te laten lezen en dat te vermelden in mijn verhaal, maar dat is soms wat teveel van het goede. Wellicht kan ik beter één bepaald verhaal terug laten komen als thema. Bij voorkeur ‘Wachten op Godot’, wat overigens niet van Steinbeck is maar van Beckett! Grove fout, maar dat krijg je met een boek dat je honderd jaar geleden hebt gelezen. Ik prijs mij gelukkig met een oplettende lezer.

We eten en drinken nog wat en aan het eind van het verhaal kan ik weer verder met mijn verhaal. Wat mogelijk bijna afgelopen is en zoals geopperd kan eindigen in een interne monoloog van de laatste hoofdpersoon. Die optie had ik nog niet bedacht, maar klinkt zo gek nog  niet. Wel moet ik even slikken bij het idee dat mijn verhaal ten einde komt, dat zat nog  niet in mijn hoofd. Ik zal het langzaam af gaan schrijven, zodat ik er nog een tijdje plezier van kan hebben!
   

maandag 1 juli 2013

Vertrek van station Atocha

Het  boek dat deze titel draagt is geschreven door een Amerikaanse debutant van in de dertig. Volgens de achterflap gaat het over de relatie tussen kunst en taal, waarheid en werkelijkheid. Voor mij trigger genoeg om het te lezen. De thema’s lijken heel zwaar, maar worden in het verhaal door de hoofdpersoon met een zekere kritische houding en slag om de arm benaderd.

Het verhaal draait om de Amerikaanse dichter in wording Adam, die een beurs voor onderzoek in Madrid heeft gekregen. Ben Lerner zet de dichter neer als een mengeling tussen een loser en een profiteur aan de ene, en een intelligente jonge man met potentie aan de andere kant. De schrijver balanceert knap tussen beide polen, zodat je als lezer niet goed weet welke kant de wijzer uiteindelijk uit zal slaan.   

Wat Adam heel goed kan is de schijn ophouden. Hij verschuilt zich vaak achter zijn slechte Spaans en een diepzinnig zwijgen, wat door jonge Spaanse vrouwen in- en aangevuld kan worden tot iets wezenlijks. Maar dat lukt niet altijd: ‘… het stilzwijgen dat we in stand hielden was slechts het ontbreken van geluid, niet het uitdijen van potentiële betekenissen.’ Ook beschikt Adam over een levendige fantasie. Als hij na een nacht met een vrouw niet zeker weet wat er is voorgevallen tussen hen denkt hij: ‘… hoewel ik eraan twijfelde, kon ik het me zodanig voorstellen dat het als herinneren voelde.’

Onderwerp van zijn  onderzoek zou de invloed van de Spaanse Burgeroorlog moeten zijn op de poëzie, maar daar komt Adam met  zijn liederlijke levensstijl niet echt aan toe. Dan belandt hij middenin de terroristische aanslagen op Madrid. Die maken dat hij een keuze moet maken tussen zich afzijdig houden of betrokken zijn.

Zijn lamlendige houding en zijn sterke preoccupatie met hoe hij overkomt boven hoe hij daadwerkelijk is, maken hem bij de lezer niet direct sympathiek. Toch weet Lerner deze kanten van zijn hoofdpersoon te nuanceren, lijkt deze toch wel iets te presteren en gloort er aan het eind van het verhaal hoop voor de toekomst van de dichter. Maar dat kan ook de afspiegeling zijn van zijn bloemrijke taalgebruik en grote verbeeldingskracht… Ontdek het zelf!  

zaterdag 22 juni 2013

Gevaarlijke literatuur

Nu ik het laatste boek van Virginia Woolf aan het lezen ben, terwijl ik bezig ben met mijn eigen verhaal, realiseer ik me hoe gevaarlijk het is als je tegelijkertijd zo’n klassieker leest. Want valt mijn eigen schrijven daarbij niet automatisch in het niet? Heeft het wel zin om mijn eigen verhaal vorm te geven als je zoiets groots leest? Zo groot en tot voor kort alleen nog bekend onder de naam ‘Between the acts’  en nu vertaald in het nog onwennige ‘Tussen de bedrijven’?  Vertaald door een Belg die er mooi Nederlands van heeft gemaakt.

En Erwin Mortier, de vertaler, schrijft er ook nog eens een dusdanig imponerend voorwoord bij, dat je duidelijk bij voorbaat laat merken dat dit een groot werk is dat ook als zodanig beschouwd moet worden, voor zover je dat al niet van plan was. Want hoe moeiteloos maakt Virginia Woolf van een groep van mensen die bijeen is op een landgoed vlak voor de Tweede Wereldoorlog een soort van gezamenlijke hoofdpersoon, met meer stemmen die het verhaal dragen. Hoe vluchtig en wezenloos beweegt de onbekende vertelster tussen de personages door om hun woorden en bewegingen voor de lezer te vangen. Met wat een gemak gaan de gedachtestromen leven voor de lezer. Ook weet de schrijfster de aanstaande oorlog voelbaar te maken middels het gezelschap.
Ik dacht altijd dat ik debuten las om te zien hoe deze beginnende schrijvers het doen. Nu denk ik dat het misschien vooral een veilige manier is om te kijken hoe je het zou kúnnen doen voor een eerste keer, op zo’n manier dat het de moeite waard is. Terwijl het lezen van een klassieker het gevaar in zich draagt je eigen schrijven sterk minderwaardig te vinden en je de neiging voelt opkomen om ermee te stoppen. Maar misschien schrijf ik dan op geen enkele manier ‘Woolfiaans’, maar dan toch wel op mijn eigen manier. Want ik blijf schrijven, hoe dan ook.