Patti Smith zet zichzelf neer als een jong provinciaaltje in de grote stad, maar wel eentje die zich niet gek liet maken. Ze schrijft luchtig, maar toch met diepgang. Met de nodige weemoed, maar niet overromantisch. Ook wordt het verhaal nergens een verslag, het blijft een interessante vertelling. Het moge duidelijk zijn dat ik bewondering heb voor haar manier van schrijven! Het fijnste is om haar boek te lezen met haar muziek op de achtergrond. En dan daarna met hernieuwde inspiratie aan mijn eigen verhaal verder te schrijven in de hoop dat het net zo goed wordt! Of nou ja, bijna dan…
zondag 20 januari 2013
Just kids
Na de mooie muziek die Patti Smith de afgelopen decennia de wereld in heeft
gestuurd, komt ze nu met een boek. Een autobiografisch verhaal over haar tijd
met Robert Mapplethorpe, de latere fotograaf. Want dat was hij nog niet toen ze
elkaar rond hun twintigste in New York ontmoetten. Beiden voelden dat ze
kunstenaar waren of in elk geval zouden worden, maar in welke vorm was nog niet
duidelijk. Vooralsnog waren ze ´just kids´ zoals een voorbijganger hen eens
noemde. Het is een verhaal over armoede, geploeter en baantjes om een plaats om
te overnachten te kunnen betalen. Maar ook over de gang die ze maakten naar hun
uiteindelijke kunst, via tekenen, dichten, voordragen en het maken van installaties.
Het mooie van dit verhaal vind ik dat ze vanaf het begin overtuigd waren dat
kunst hun roeping was. De rest was bijzaak en noodzaak om te overleven. Ze hadden een creatieve geest en wilden die
uitdragen. En dat is ze uiteindelijk gelukt!
Patti Smith zet zichzelf neer als een jong provinciaaltje in de grote stad, maar wel eentje die zich niet gek liet maken. Ze schrijft luchtig, maar toch met diepgang. Met de nodige weemoed, maar niet overromantisch. Ook wordt het verhaal nergens een verslag, het blijft een interessante vertelling. Het moge duidelijk zijn dat ik bewondering heb voor haar manier van schrijven! Het fijnste is om haar boek te lezen met haar muziek op de achtergrond. En dan daarna met hernieuwde inspiratie aan mijn eigen verhaal verder te schrijven in de hoop dat het net zo goed wordt! Of nou ja, bijna dan…
Patti Smith zet zichzelf neer als een jong provinciaaltje in de grote stad, maar wel eentje die zich niet gek liet maken. Ze schrijft luchtig, maar toch met diepgang. Met de nodige weemoed, maar niet overromantisch. Ook wordt het verhaal nergens een verslag, het blijft een interessante vertelling. Het moge duidelijk zijn dat ik bewondering heb voor haar manier van schrijven! Het fijnste is om haar boek te lezen met haar muziek op de achtergrond. En dan daarna met hernieuwde inspiratie aan mijn eigen verhaal verder te schrijven in de hoop dat het net zo goed wordt! Of nou ja, bijna dan…
zondag 13 januari 2013
Gras
Nadat ik mijn verhaal even heb laten liggen omdat ik niet telkens een rotgevoel wilde hebben als
ik er weer eens niet voldoende mee opschoot, heb ik toch alweer twee kleine oplevingen
gehad. Eén ingegeven door een muziekstuk wat ik erin verwerkt heb en één door
er weer even rustig voor te gaan zitten, zonder al te hoge verwachtingen. Beide
zorgden voor een bescheiden bijdrage aan mijn verhaal. Mijn voornemen om me
niet te laten ontmoedigen lijkt te werken. Niet letten op de verstreken tijd of
de hoeveelheid geschreven tekst helpt bij het verder komen met het verhaal. Ik
zit dan in mijn verhaal en kan van daaruit verder denken. Dat geeft goede moed!
Het is niet voor niets dat ze zeggen: ‘Het gras groeit niet harder door eraan te trekken.’
zondag 6 januari 2013
Debutant
Ik las pas geleden het eerste boek van Anna Drijver, getiteld: ‘Je blijft’. In
het begin verliep het verhaal wat stroef en moest ik moeite doen om er in te
komen. Je kunt wel merken dat ze een debutant is, dacht ik onwillekeurig. Maar
op een bepaald moment werd ik meegesleept in haar verhaal en wist ze goed de
spanning op te bouwen. Ze gebruikt soms mooie metaforen en maakt diverse
details onderdeel van het verhaal van de hoofdpersoon, hiermee kleurt ze haar
verhaal en wordt het waarachtig. Ze komt met zoveel treffende gedachten en
situaties dat je je afvraagt hoe hoog het autobiografische gehalte is. Maar in
feite doet dat niet ter zake. Ze heeft gewoon een verhaal goed verteld oftewel
een goed verhaal verteld. Ziedaar een mooi debuut.
Het verhaal gaat over een meisje anno nu in haar twintiger jaren die de twee belangrijkste mannen in haar leven verliest; haar vader en haar vriend. Beide verliezen hebben zo’n impact op haar gehad dat ze zich de toedracht niet meer kan herinneren. Samen met de lezer krijgt ze stukje bij beetje haar beeld weer helder. Door veel omtrekkende bewegingen houdt het verhaal de lezer wel wat te lang in spanning. Het eind is quasi happy, voor zover dat kan, na alles wat gebeurd is. In elk geval biedt het een opening naar een nieuw begin voor de hoofdpersoon.
Hopelijk heeft Anna Drijver met dit mooie verhaal niet al haar kruit verschoten en heeft zij ons nog meer te vertellen. Ik dacht van haar boek te leren dat je alle gedachten, herinneringen en associaties van de hoofdpersoon goed kunt gebruiken om je verhaal steviger te maken. Met dit idee in mijn achterhoofd heb ik mijn eigen verhaal nogmaals gelezen. Ik moest echter concluderen dat dit inderdaad niet haar verhaal is, maar mijn eigen verhaal met mijn eigen stijl en verteltrant. Wel heeft een stukje muziek me ertoe gebracht om een passage te schrijven waarin de twee hoofdpersonen nader tot elkaar komen. Wordt vervolgd!
Het verhaal gaat over een meisje anno nu in haar twintiger jaren die de twee belangrijkste mannen in haar leven verliest; haar vader en haar vriend. Beide verliezen hebben zo’n impact op haar gehad dat ze zich de toedracht niet meer kan herinneren. Samen met de lezer krijgt ze stukje bij beetje haar beeld weer helder. Door veel omtrekkende bewegingen houdt het verhaal de lezer wel wat te lang in spanning. Het eind is quasi happy, voor zover dat kan, na alles wat gebeurd is. In elk geval biedt het een opening naar een nieuw begin voor de hoofdpersoon.
Hopelijk heeft Anna Drijver met dit mooie verhaal niet al haar kruit verschoten en heeft zij ons nog meer te vertellen. Ik dacht van haar boek te leren dat je alle gedachten, herinneringen en associaties van de hoofdpersoon goed kunt gebruiken om je verhaal steviger te maken. Met dit idee in mijn achterhoofd heb ik mijn eigen verhaal nogmaals gelezen. Ik moest echter concluderen dat dit inderdaad niet haar verhaal is, maar mijn eigen verhaal met mijn eigen stijl en verteltrant. Wel heeft een stukje muziek me ertoe gebracht om een passage te schrijven waarin de twee hoofdpersonen nader tot elkaar komen. Wordt vervolgd!
zaterdag 29 december 2012
Afleidingsmanoeuvres
Rond de tijd om te schrijven aan een groot verhaal moet je wat loze tijd
hebben. Je kunt niet schrijven in een uurtje dat je vrij hebt tussen de
boodschappen en het huishouden door. Je moet in het verhaal komen en jezelf je
kleine afleidinkjes gunnen, die je nodig hebt om door te kunnen gaan. Voor de
effectieve schrijftijd heb je dus meer tijd eromheen nodig. Daarom schrijf ik
alleen op vrije dagen. Dan weet ik dat ik daar de rust voor heb. Of in elk
geval kan proberen deze te creëren. Maar wat als het zelfs dan niet lukt?
Er is altijd wel wat waardoor ik niet aan schrijven toekom. Hele plausibele redenen. Lunchafspraken, naar de film, boodschappen, inkopen, noem het maar op. En het schrijven komt altijd pas daarna. Als er nog tijd over is. En ik nog niet te moe ben. Maar dan is er de kerstvakantie met zeeën van tijd en als ik dan eenmaal achter mijn computer zit dan stromen de woorden uit mijn vingers! Niet dus. Er blijft iets wat me er vanaf houdt. Ik zit wel en ik lees en ik denk en ik schrijf wat verder, maar echt stromen doet het dus niet. Ik moet eerst een kop koffie hebben of een crackertje kaas, dan kan ik weer verder. Of even naar de wc of even uit het raam hangen. Uiteindelijk schrijf ik wel wat, maar niet zoveel als ik had gehoopt. Mijn verhaal is nog graatmager, het moet duidelijk meer body krijgen. Morgen weer een dag. Een vrije nog wel!
Er is altijd wel wat waardoor ik niet aan schrijven toekom. Hele plausibele redenen. Lunchafspraken, naar de film, boodschappen, inkopen, noem het maar op. En het schrijven komt altijd pas daarna. Als er nog tijd over is. En ik nog niet te moe ben. Maar dan is er de kerstvakantie met zeeën van tijd en als ik dan eenmaal achter mijn computer zit dan stromen de woorden uit mijn vingers! Niet dus. Er blijft iets wat me er vanaf houdt. Ik zit wel en ik lees en ik denk en ik schrijf wat verder, maar echt stromen doet het dus niet. Ik moet eerst een kop koffie hebben of een crackertje kaas, dan kan ik weer verder. Of even naar de wc of even uit het raam hangen. Uiteindelijk schrijf ik wel wat, maar niet zoveel als ik had gehoopt. Mijn verhaal is nog graatmager, het moet duidelijk meer body krijgen. Morgen weer een dag. Een vrije nog wel!
zondag 16 december 2012
Geen schrijfmachine
Professionele schrijvers zeggen altijd dat je
niet op inspiratie moet wachten om te gaan schrijven, maar dat je discipline
moet opbrengen en het gewoon doen. Rust, je computer voor je neus, een stevige
kop koffie en schrijven maar. Zonder gelijk heel kritisch te zijn, dat kan
later altijd nog. Bepaalde schrijvers verstaan de kunst om hun verhaal in eerste
instantie in één grote flow eruit te knallen en pas daarna uitgebreid gaan
slijpen en schrappen. Zo’n schrijver ben ik dus niet. Bij mij is het toch wat
bedachtzamer en compacter. Het lijkt dan alsof er maar weinig voortgang zit in mijn
verhaal, maar ik heb dan waarschijnlijk achteraf ook minder modelleerrondes
nodig. Hoop ik dan maar.
En de nodige inspiratie geldt in mijn geval niet zozeer het
verhaal, want dat zit in grote lijnen wel in mijn hoofd, maar meer de kapstok
waaraan ik het op kan hangen. Welke praktische vertaling maak ik voor het
overbrengen van mijn vrij abstracte verhaal? Waar kan het concreet mee verteld
worden? Bij het begin van mijn verhaal
ontdekte ik gelijk hoeveel je kunt vertellen in dialogen. Maar daar moet je ook
weer niet teveel in blijven hangen, want dan mis je de diepte. Kortom: het is
nog zoeken en uitproberen voor mij. En langzaam maar gestaag vormt zich het verhaal.
En ik moet veel geduld hebben, want ik ben zeker geen ‘schrijfmachine’!
zondag 9 december 2012
Beginnersperikelen
Wat als het prille begin van je verhaal zowel met lovende woorden als met
onverbloemde kritiek besproken wordt? Je gaat niet gelijk naast je schoenen
lopen, maar ook niet direct verder schrijven op de ingeslagen weg. Je twijfelt
aan jezelf. Aan het begin van het verhaal, aan het hele verhaal, aan je
schrijfaspiraties. Moet ik hier wel mee doorgaan? Is dit wel mijn ding? Of doe
ik er beter aan om eerst aan een substantieel verhaal te werken voor ik het
anderen laat lezen? Moet ik me in dit stadium niet teveel aantrekken van de meningen
van anderen?
Vooralsnog ben ik een beetje lamgeslagen, maar heb wel de intentie om met het verhaal door te gaan, zodra mijn gevoel daarover weer wat positiever is. De lovende woorden kwamen toch ook ergens vandaan. Stort me voorlopig even op het levensverhaal van Helene Kröller-Müller. Interessant om te lezen wat haar motiveert en drijft in haar leven. Misschien doe ik al lezende wel inspiratie op.
Vooralsnog ben ik een beetje lamgeslagen, maar heb wel de intentie om met het verhaal door te gaan, zodra mijn gevoel daarover weer wat positiever is. De lovende woorden kwamen toch ook ergens vandaan. Stort me voorlopig even op het levensverhaal van Helene Kröller-Müller. Interessant om te lezen wat haar motiveert en drijft in haar leven. Misschien doe ik al lezende wel inspiratie op.
zaterdag 1 december 2012
Afkijken en klem raken
Hoe inspirerend kan het zijn om debuten te lezen? Ik las pasgeleden ‘Blauwe
maandagen’, het bejubelde debuut van Arnon Grunberg, en was onder de indruk. Nu
hij met vele fantastische verhalen zijn naam heeft waargemaakt en de pers zijn debuut
gelijk als voorbode zag van een prachtig oeuvre, vraag ik me toch af of zijn
succes uit zijn eerste boek te voorzien is geweest. Want was het niet een van
de vele autobiografische puberverhalen (of moet ik zeggen ‘coming of age’ verhalen?)
waarna de debutant geen stof tot verder schrijven meer vindt? In zijn geval
blijkbaar niet.
Hij kijkt dan ook verder dan zijn eigen arena. Hij verplaatst zich in figuren die zich aan de rand van het sociaal wenselijke gedrag in onze samenleving begeven door het extrapoleren van zijn eigen gedachtegangen. Deze zijn op zichzelf vaak al enigszins excentriek en leiden bij het uitbouwen ervan tot bizarre en hilarische situaties. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan ‘De asielzoeker’, ‘Tirza’ en ‘Huid en haar’. Je merkt in zijn verteltrant dat hij plezier beleeft aan deze ‘uitwassen’ van zijn geest. Dat geldt als het goed is ook voor de lezer.
Al wijken zijn verhalen zo af van de gangbare werkelijkheid, alles wat hij schrijft, weet hij geloofwaardig over te brengen. Zijn verhalen lezen alsof hij ze zo even achteloos op papier heeft gezet, met een grote onnadrukkelijkheid. En dat is waarschijnlijk de kracht van een echt talent; de vanzelfsprekendheid van zijn verhaal. Je leest ‘Blauwe maandagen’ en denkt onwillekeurig: o, maar dat kan ik ook! Je schrijft en leest nog eens wat van hem en denkt: waar is mijn onbevangenheid in deze worsteling? In deze fase van het schrijven zit ik dus nu, de worsteling met woorden (of moet ik zeggen ´struggle for life´?).
Hij kijkt dan ook verder dan zijn eigen arena. Hij verplaatst zich in figuren die zich aan de rand van het sociaal wenselijke gedrag in onze samenleving begeven door het extrapoleren van zijn eigen gedachtegangen. Deze zijn op zichzelf vaak al enigszins excentriek en leiden bij het uitbouwen ervan tot bizarre en hilarische situaties. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan ‘De asielzoeker’, ‘Tirza’ en ‘Huid en haar’. Je merkt in zijn verteltrant dat hij plezier beleeft aan deze ‘uitwassen’ van zijn geest. Dat geldt als het goed is ook voor de lezer.
Al wijken zijn verhalen zo af van de gangbare werkelijkheid, alles wat hij schrijft, weet hij geloofwaardig over te brengen. Zijn verhalen lezen alsof hij ze zo even achteloos op papier heeft gezet, met een grote onnadrukkelijkheid. En dat is waarschijnlijk de kracht van een echt talent; de vanzelfsprekendheid van zijn verhaal. Je leest ‘Blauwe maandagen’ en denkt onwillekeurig: o, maar dat kan ik ook! Je schrijft en leest nog eens wat van hem en denkt: waar is mijn onbevangenheid in deze worsteling? In deze fase van het schrijven zit ik dus nu, de worsteling met woorden (of moet ik zeggen ´struggle for life´?).
Abonneren op:
Posts (Atom)