donderdag 28 juni 2018

Boud


Wat een mooie titel koos Eva Rovers voor de biografie over Boudewijn Büch: Boud, het verzameld leven van Boudewijn Büch. Tijdens het lezen van dit boek wordt steeds duidelijker hoezeer dat ‘verzameld leven’ op dat van Büch van toepassing was. Rovers heeft hem niet in een makkelijk hokje van pathologische leugenaar willen plaatsen, maar heeft geprobeerd een waarachtig verhaal van zijn leven te maken.

Dat viel niet mee, want zijn leven lijkt inderdaad bij elkaar geraapt, op zo’n manier dat het fictieve er intens mee verweven raakte. Uiteindelijk speelde hij zijn zelfgeschreven rol en moest zich soms in bochten wringen om zijn eer te redden. Het was zijn drijvende kracht en veroordeling tot eenzaamheid tegelijk.

De schrijver heeft in de biografie songteksten en -titels verwerkt, omdat deze zo’n groot deel uitmaakten van Büchs leven, en vaak zijn gevoelens beter omschreven dan cliché-termen als somber of weemoedig. Dat is een mooie vondst die zijn levensverhaal recht lijkt te doen. Verder gaat ze wel enigszins chronologisch te werk, maar bespreekt zijn leven aan de hand van voor hem belangrijke thema’s.   

Zo beschrijft ze hoe Büch zijn kinderjaren vertaalde naar een sterk gedramatiseerd verhaal. Goed om te vertellen, altijd interessant. Hij was uit op aandacht en applaus. Voor een roman is dat natuurlijk geen probleem. Maar hij deed dit met steeds meer situaties uit zijn leven, waarbij ook anderen betrokken waren en deed voorkomen of zijn fictie sterk verbonden was met de waarheid. Van degenen die zijn verhaal dreigden door te prikken, keerde hij zich eenvoudigweg af. Hij had schrijvers altijd al interessanter gevonden dan hun boeken en wilde voor zichzelf ook zo’n majestueus aura creëren.

Rovers neemt je mee in Büchs gang naar de roem die hem ten deel viel toen hij naast schrijver ook tv-persoonlijkheid werd. Deze bracht hem niet de verwachte bekoring. Maar de opbrengsten waren goed en die had hij ook nodig omdat hij steeds meer een boekenverzamelaar werd. Zijn temperament en gedrevenheid maakten dat hij steeds meer mensen van zich af stootte en eindigde in zijn burcht van boeken. Mooi verteld levensverhaal, dat uiteindelijk onttoverd werd door de achterblijvers.


zaterdag 23 juni 2018

Schrijven over een ander dan jezelf


Het lijkt er soms op alsof de waarheid de schrijver in de weg zit. Welk stukje van hem zit in zijn verhaal? En heeft hij voor al het andere wel voldoende levenservaring? Mag je over een fictieve persoon schrijven? Ja, natuurlijk. Maar ook als deze tot een andere etniciteit of sekse als hij zelf behoort? Mag een blanke schrijver zich het thema van de donkere mens zich niet toe-eigenen? Kan een vrouw niet vanuit het perspectief van een man schrijven? Mag Nina Weijers niet schrijven over een nog niet meegemaakte zwangerschap? De vraag is hoever je hierin moet gaan of überhaupt wilt gaan.

Schrijft een schrijver niet altijd of tenminste heel vaak over een ander dan zichzelf? Is het geschrevene dan niet gewoon gebaseerd op zijn inlevingsvermogen en levenservaring? Het zou juist een aparte behandeling zijn van personages langs de scheidslijnen van etniciteit, sekse of welk onderscheidend kenmerk dan ook. En zelfs al schrijf je over een ander, als schrijver benader je je personage altijd op je eigen manier. De invalshoek, de accenten op de eigenschappen van het personage, zijn manier van doen, vloeien allemaal uit jouw pen en zeggen dus zeker iets over de schrijver. Met jouw blik en jouw thema’s beschrijf je je personage. The personal gaze.

Het kan natuurlijk zijn dat iemand die zich gerepresenteerd weet door een schrijver als iemand behorend bij een bepaalde groep, het gevoel heeft dat de schrijver de groep geen recht doet. Dat er bij wijze van spreken ‘een witte huist in een zwart hoofd’. Maar dan haal je juist de scheidslijn aan die je niet wilt hebben. Simpel beschouwd zou je kunnen zeggen dat er dan eigenlijk sprake is van een verhaal van een blanke, en dat het donkere verhaal dan door iemand die in de groep met donkere mensen valt geschreven zou moeten worden. Maar bestaat dan niet hetzelfde gevaar dat anderen zich niet goed vertegenwoordigd voelen? Zijn de individuele verschillen binnen een groep niet veel groter dan de verschillen tussen groepen onderling? En hoe lang is het geleden dat we dit voor het eerst bedachten?

Voor een schrijver is het schrijven vanuit zijn eigen positie een persoonlijke exercitie. Je stopt je ziel en zaligheid in je boek en dat verlaat de schrijftafel en gaat de wijde wereld in. Wie lezen jou? En denken zij jou te kennen? En laat de schrijver zich kennen? Hella Haasse zei dat je een keuze hebt tussen fictie schrijven en een gelijkenis. Maar de genres vervagen. Feit en fictie krijgen afwisselend voorrang en zijn vaak moeilijk te herleiden naar de ‘waarheid’ waar we zo aan hechten. Maar als het goed is, zit de waarheid een mooi verhaal niet in de weg. Laten we dan ook steeds in gedachten houden dat ook de schrijver een dichterlijke vrijheid geniet.


zaterdag 16 juni 2018

Wachten op Godot


Als we wachten in het licht
houden we twee vingers tegen onze hals
om ons ervan te vergewissen dat we leven
want enkel wie kan leven kan ook wachten.

Mild bitter is de vrouw die ons zal redden

uit landschappen waar we ooit liefhadden, huizen waarin

we dachten gelukkig te zijn, een bed met een spiegel waarin
we opgekruld sliepen met de rug naar elkaar, tijmwolken waarin
we lagen te kauwen op de eenzaamste versie van onszelf.

Wat hadden we graag geleefd om te vergeten, herinneringen
zonder geheugen, landschap waaruit niemand op ons af zou rennen,
maar we leven in een wereld
waar alles is wat het lijkt.

Ik heb een boom gebouwd, een tuin,
met platte stenen de omtrek van een huis om in te wachten.

Boven de asfaltstrook trilt soms de vrouw
in een fontein van spiegelingen.

Telkens als ze niet komt, blijft de hoop. 

Peter Verhelst 



Beeld: Megan Duncanson

donderdag 7 juni 2018

Levenslang


Zilt water heeft me gedragen
het borrelde zachtjes in mij door
deining van een nieuw leven
ik gaf eenvoudigweg gehoor

Omringd door warmte
nog niet bezwangerd
van enig verlangen
vrij van gewicht
dreef ik rond
in de kern onbevangen

Tot ik met horten en stoten
aan het daglicht verscheen
een schreeuw me ontsnapte
de wrange smaak
van bloed in mijn mond

Er werd gezegd dat ik bestond





               




vrijdag 1 juni 2018

De afwezigen


De afwezigen is een mooi gecomponeerd debuut over levens die elkaar raken of juist net niet. En hoe degenen die er niet meer zijn het leven van de achterblijvers kunnen bepalen. Hun afwezigheid is voelbaar. Lieke Kézér heeft gekozen voor meerdere personages en schrijft telkens vanuit het perspectief van een van hen. Soms een beetje verwarrend, maar uiteindelijk heel mooi als blijkt hoe hun onderlinge relaties zijn. Die reiken soms ver, tot in andere delen van de wereld, weg van elkaar.

Centrale figuur is Joshua, een jongen die opgroeit zonder vader en met een moeder die in de war is, veel drinkt en niet goed voor hem kan zorgen. Een buurman die net zijn vrouw heeft verloren, neemt de zorg voor hem over en wijdt hem in in de kunst van het saxofoon spelen. Het wordt de passie die hem drijft en overal brengt in zijn leven. Vanuit de onzichtbaarheid aan het begin van zijn leven komt hij tot grote hoogten als stersaxofonist. Ook de hem rakende levens kennen hun eigen toppen en dalen. Over een van hen meldt de schrijver: ‘Hij was niet van plan te sterven zonder verhaal.’

Kézér heeft meer van dat soort mooie vondsten, zoals iemand die opgeruimd denkt dat hij een ander iets heeft laten weten en zich dan realiseert dat hij ‘Lucy tussen de regels door had laten lezen en na tien jaar verdiende ze toch wel meer dan dat.’ Er volgen nog meer pareltjes, die je wat mij betreft vooral moet gaan lezen of misschien al hebt ontdekt.    

Door het weerzien met iemand uit de oorsprong van zijn leven, neemt het leven van Joshua uiteindelijk weer een totaal andere wending. In alle voorbijkomende levensverhalen lees je the struggle for life die iedereen doormaakt. Het boek heeft een verrassend einde. In elk geval sterft er niemand zonder verhaal. 

vrijdag 25 mei 2018

Beminnen


In de serie Nieuw Licht, een initiatief van Frank Meester en Coen Simon, komen in kleine boekjes actuele thema’s aan bod die vanuit filosofisch perspectief worden bekeken. Telkens een ander thema, telkens een andere hedendaagse denker aan het woord. Zo schreef Bas Heijne onlangs over onbehagen, Marja Pruis over eigenliefde en Joke Hermsen over de kracht van verbeelding. Nu is Marli Huijer gevraagd om haar licht te laten schijnen over de waarde van de erfenis van de seksuele revolutie uit de zestiger jaren. Is het inderdaad een bevrijding geweest of is het een onder het mom van vrijheid opgedrongen normenstelsel, zoals Foucault al oppert in De Geschiedenis van de seksualiteit (1976)?

Strijdbaar gaat Marli Huijer dit thema te lijf zonder haar eigen vooroordelen te schuwen. Als ze tijdens een lezing in Berlijn een van oorsprong Oost-Duitse vrouw ontmoet die aangeeft fel tegen het homohuwelijk te zijn, voelt ze weerstand tegen haar ouderwetse opvatting en gaat er hard tegenin door het simpelweg te veroordelen. Later vraagt ze zich af wat de westerse visie op dit thema eigenlijk boven andere visies stelt en waar haar democratische zin tot discussie op dat moment was gebleven.

In het vervolg van haar betoog gaat ze verder in op de vaak vermeende superioriteit van het westen. Ze stelt zinnige vragen zoals of het homohuwelijk wel zo’n teken van emancipatie is. Misschien eerder het halen van een gelijk ten opzichte van de hetero’s, waarvan maar de vraag is of ze van dat hele huwelijk nu wel zo gelukkig worden. En waarom dit als wapenfeit wordt gebruikt voor vrije westerse landen. En niet alleen door een PVV die het goed uitkomt om dit in te zetten tegen mensen die van buiten Nederland komen, maar door heel de politiek. Die bewering gaat ver, maar ze onderbouwt hem goed. Dan is de zogenaamde seksuele vrijheid niet langer een mooie verworvenheid, maar een instrument om je eigen systeem superieur te maken.

Ook het zogenaamde kleur bekennen of uit de kast komen qua seksuele voorkeur heeft volgens Huijer negatieve consequenties. Hiermee schaart ze zich achter Foucault. Namelijk dat mensen zich door de samenleving verplicht voelen zich te bekeren tot één bepaalde identiteit zonder daar ooit van af te kunnen wijken. Ze vraagt zich af waarom je niet gaandeweg andere ontdekkingen zou kunnen doen buiten je eigen hokje. Wat ze heel mooi doet is mensen buiten de cliché hokjes plaatsen, op een moment dat je als lezer al onbewust hun geslacht of etniciteit had ingevuld. Ze eindigt in stijl in haar dankwoord: Ook tegenspraak hoort bij de liefde.            

donderdag 17 mei 2018

Een verhaal uit de zonnestad



Een verhaal uit de zonnestad lijkt op het eerste gezicht een liefdesverhaal, maar op de achtergrond speelt steeds meer de grimmige realiteit mee van Damascus, hoofdstad van Syrië. John-Alexander Janssen schreef deze debuutroman geïnspireerd op een reis die hij in 2009 maakte naar Syrië. Zijn achtergrond in de geschiedenis en filosofie is hem van pas gekomen bij het schrijven van dit boek. Maar het vertelt toch vooral het persoonlijke verhaal van een Syrische jongen die in zijn gang naar volwassenheid het leven en de liefde ontdekt. En uiteindelijk de realiteit van de politieke situatie in zijn land en de consequenties daarvan voor hem persoonlijk.  

Het boek begint met twee motto’s waarvan de eerste van Rutger Kopland, die gelooft dat het land van herkomst vooral in je hoofd ligt en je omgeving je vreemd voor kan komen (naar Pessoa). In het tweede stelt Milan Kundera dat je niet de schrijver verbanden en toevalligheden in zijn verhaal kan verwijten, maar eerder de mens in zijn dagelijks leven, die deze toevalligheden niet ziet en daardoor de schoonheid van het leven mist. Beide motto’s verwijzen naar de manier van leven van hoofdpersoon Hamza.

De schrijver laat hem zijn ouderlijk gezin ontstijgen als hij gaat studeren. Tegelijkertijd verliest hij langzaam maar zeker zijn vader. Ook dat maakt hem volwassener en vrijer in zijn keuzes. Het toeval is hem goedgezind als hij het meisje van zijn dromen terugvindt. Alle omstandigheden lijken in zijn voordeel te werken, maar op een bepaald moment keren zijn kansen zich. Zijn onschuldige gang in het leven van alledag brengt hem uiteindelijk in moeilijkheden.

Janssen laat zien hoe de aanvankelijke naïviteit van Hamza overgaat in realiteitszin. Maar niet zonder dat hij zijn romantische inslag verliest. Het einde van het najagen van zijn droom vormt het begin van een nieuw pad. Dat wat op je pad komt leidt altijd weer tot een volgend pad. Maar het pad is niet oneindig.