Adam Foulds volgt in dit verhaal de wegen van enkele
personages in hun zoektocht naar zin in hun leven, vooruitgang, liefde,
vrijheid. Clare heeft zijn geliefde verloren en zoekt zijn heil bij zigeuners
die hij stiekem bezoekt. Hannah worstelt met haar verlangen weg te komen via
verschillende potentiële huwelijkskandidaten, waarvan er geen een lijkt te
kunnen voldoen. Haar vader vindt een houtbewerkingsmachine uit waarmee
patiënten zouden kunnen werken, maar die faalt in de praktijk en richt hen ten
gronde.
Alle lijnen in dit verhaal lijken
dood te lopen. ´De dwaaltuin van een leven zonder uitgang, met paden die waren
genomen en plekken bezocht,´ denkt Clare als hij opgesloten in zijn kamer zit. Een
sombere slotsom, terwijl het verhaal toch geen benauwende sfeer ademt, zoals
bijvoorbeeld het boek ´Camille & Paul´, over de langdurige opname van
Camille Claudel. Het lijkt erop dat de schrijver vooral een sfeer heeft willen
schetsen, zonder de echte rauwe randen op te zoeken. Een treurige vertelling
die niet echt diep doordringt, maar zich manifesteert als een kabbelend
stroompje. Mooie boeken
woensdag 23 mei 2012
De dwaaltuin
In dit historische verhaal, dat speelt in de negentiende
eeuw op het terrein van een psychiatrische inrichting in Engeland, is eigenlijk
geen duidelijke hoofdpersoon aan te wijzen. Het gaat over John Clare, een
dichter die opgenomen is, over dokter Allen, die de inrichting leidt en over
zijn dochter, Hannah, die hoopt door met een buitenstaander te trouwen van het
terrein van de inrichting af te komen. Misschien vervult de locatie wel de
belangrijkste rol. ´De dwaaltuin´ (in 2011 in het Nederlands verschenen) geeft
een enigszins poëtisch beeld van hoe het er hier aan toe ging.
zondag 13 mei 2012
Siddhartha
In Siddhartha verhaalt Hermann Hesse van een jongen in India
die op zoektocht gaat naar de essentie van het leven. Hij schreef het in 1922
toen hij al meer dan twintig romans op zijn naam had staan en er nog vele
zouden volgen. Naast proza schreef hij ook gedichten en schilderde hij. Later
in zijn carrière (in 1946) ontving hij de Nobelprijs voor de literatuur. Uit
Siddhartha spreekt een grote mensenkennis en ervaring. Hesse schreef het toen
hij halverwege de veertig was. Hij leidt de lezer aan de hand van de
hoofdpersoon door verschillende fasen in diens leven, die je tegen kunt komen
als je op zoek bent naar de zin ervan. Hij doet dit met eenvoudige woorden, die
toch een grote kracht hebben door hun wezenlijke inhoud.
Siddhartha is de zoon van een Brahmaan, een soort priester
in het geloof van de god Brahma, en verlaat zijn vader op zoek naar meer in zijn leven. Hij besluit zijn leven op
ascetische wijze te leven, zonder de vervulling van aardse behoeften en
genoegens. Dit lukt hem goed, maar stemt hem nog niet tevreden. Dan komt hij
bij Boeddha terecht. Die spreekt hem wel aan, maar hij vindt dat hij zelf een
wijsheid in zich moet voelen en wil niet een zogenaamde ‘wijze’ volgen.
Vervolgens stuit hij op de liefde, die
van hem vraagt om aan een zekere standaard te voldoen. Daarvoor gaat hij aan
het werk. De verkregen overdaad maakt hem hebzuchtig en verslaafd. Ook de
liefde is niet meer puur en zuiver en hij verlaagt zich weer tot de bedelstaf. Hij
belandt uiteindelijk op een plek waar hij in harmonie is met zijn leven.
Ondertussen is hij een oude man geworden.
De schrijver heeft een meeslepende schrijftrant en zet de
opeenvolgende fasen in het leven van Siddhartha met overtuiging neer. Mooi in
het verhaal is de terugkeer van bepaalde personen in het leven van de
hoofdpersoon, die hem telkens iets te zeggen hebben, hem tot een bepaald
inzicht brengen of die hij zelf van goede raad voorziet. Vele perspectieven van
waaruit je het leven kunt benaderen worden benoemd en de boodschap lijkt te zijn
dat je de essentie in jezelf moet zoeken. Maar ook dat je dat zelf moet ervaren en misschien wel door schade en
schande wijs zult worden. Al zal het lezen van dit boek wel een klein beetje
helpen. zaterdag 5 mei 2012
Engel en andere muziekverhalen
In 2004 verraste Christine Otten met haar roman over ‘The last poets’. Hun
raps vormden de oorsprong van de latere geëngageerde hip hop. Hoewel haar
manier van schrijven ongrijpbaar lijkt,
weet Christine Otten toch telkens sferen en ideeën op zo’n manier aan te raken,
dat een poëtisch beeld ontstaat. Ze heeft een voorliefde voor het creatieve
proces dat muzikanten doormaken en vergelijkt dit met haar eigen schrijfproces.
Ze is benieuwd naar hun drijfveren en naar waar ze hun inspiratie vandaan
halen. In ‘Engel en andere muziekverhalen’(2000) reist ze in de voetsporen van
diverse musici en interviewt enkele van hen om daarachter te komen.
De idolen van Christine Otten zijn onder anderen John Cale, Nico, Siouxsie Sioux en Nick Cave. Het zijn de wat meer alternatieve sterren van de jaren ’70 en ’80, haar tiener- en twintigerjaren. Als puber heeft ze een hechte band met haar broer, die later zelf muzikant wordt. Hij wijdt haar in in de muziek. In haar jonge jaren gaat ze vooral op de melodie van de muziek af. Later, als ze gaat schrijven, krijgt de tekst voor haar een grotere rol. Maar de magie van de muziek blijft voorop staan. Die magie vindt ze op een hoger plan staan dan wat woorden in de literatuur kunnen doen. Daardoor is ze enigszins jaloers op muzikanten. Haar streven is dan ook om in haar verhalen iets te raden over te laten, waarmee die magie zoveel mogelijk benaderd wordt. Waarschijnlijk kan ze dit streven tegenwoordig, beter nog dan in haar boeken, in haar performances kwijt.
Met deze bundel muziekverhalen vertelt Christine Otten niet alleen verhalen over muzikanten, maar ook over zichzelf. Het is haar persoonlijke zoektocht naar de zin en datgene wat zich verheft in dit leven. Hoewel ik er in het begin wel even in moest komen, werd ik toch uiteindelijk meegesleept in deze beeldende verhalen.
De idolen van Christine Otten zijn onder anderen John Cale, Nico, Siouxsie Sioux en Nick Cave. Het zijn de wat meer alternatieve sterren van de jaren ’70 en ’80, haar tiener- en twintigerjaren. Als puber heeft ze een hechte band met haar broer, die later zelf muzikant wordt. Hij wijdt haar in in de muziek. In haar jonge jaren gaat ze vooral op de melodie van de muziek af. Later, als ze gaat schrijven, krijgt de tekst voor haar een grotere rol. Maar de magie van de muziek blijft voorop staan. Die magie vindt ze op een hoger plan staan dan wat woorden in de literatuur kunnen doen. Daardoor is ze enigszins jaloers op muzikanten. Haar streven is dan ook om in haar verhalen iets te raden over te laten, waarmee die magie zoveel mogelijk benaderd wordt. Waarschijnlijk kan ze dit streven tegenwoordig, beter nog dan in haar boeken, in haar performances kwijt.
Met deze bundel muziekverhalen vertelt Christine Otten niet alleen verhalen over muzikanten, maar ook over zichzelf. Het is haar persoonlijke zoektocht naar de zin en datgene wat zich verheft in dit leven. Hoewel ik er in het begin wel even in moest komen, werd ik toch uiteindelijk meegesleept in deze beeldende verhalen.
zaterdag 28 april 2012
Apen
Ik was op zoek naar een lekker ‘wegleesboek’ en de titel ‘Apen’ (in het
Nederlands uitgegeven in 2005) sprak me niet gelijk aan. Maar dit boek is
geschreven door Elisabeth Barillé die een paar mooie titels op haar naam heeft
staan, zoals ‘Lijfelijkheid’, ‘De kleur van woede’ en een boek over Anaïs Nin.
Daarmee leek ze eind jaren ’80, begin jaren ‘90 een grote belofte voor de
Franse literatuur. Die heeft ze met haar latere werk, dat mondjesmaat door de
jaren heen verscheen, niet helemaal waargemaakt. Haar latere boeken kenmerkten
zich door een sterk aanwezige luchtigheid. Toch waren ze niet echt
oppervlakkig. Ik gunde ‘Apen’ het voordeel van de twijfel en het las inderdaad
lekker weg en het ging ook nog ergens
over.
Marion is een jonge, alleenstaande, Parijse vrouw die een
beetje terugschrikt voor het leven. ‘Ja, het dagelijks leven verlamde haar,
terwijl het onmogelijke haar als het ware elektriseerde.’ Zo komt het dat ze op
verzoek van haar vriendin die zelfmoord heeft gepleegd, alleen naar Indië reist
om haar as te vestrooien op de Ganges. Eenmaal daar ontmoet ze een andere
Franse vrouw, die terug naar huis moet, en haar vraagt om op zoek te gaan naar
haar man die ze er is kwijtgeraakt. Marion stort zich kranig op haar twee
missies.
Ze maakt kennis met een Indië dat veel armen, ongelukkigen
en smerigheid in zich draagt. Maar ze sluit haar ogen niet voor de
zoektocht van velen naar een zinvolle
vervulling van het leven, hoewel ze haar reserves heeft bij de vraag of ze dit
hier voor zichzelf zal kunnen vinden. Haar missies, die ze beide niet zal
voltooien, brengen haar uiteindelijk dichter bij zichzelf. Als een vrouw met
hervonden kracht reist ze terug naar Parijs.
‘Apen’ blijken te staan voor ‘gedachten’ in Indië en de
dieren zelf sturen ook één van de missies van Marion in de war. ‘Het is
met boeken soms net als met bepaalde mensen, van wie we hopen dat ze ons
tot rust zullen brengen, inzicht zullen geven, ons aan onszelf zullen
ontrukken, ja zelfs redden, …’ Dit boek is geen enorme hoogdraver, maar neemt
je wel mee op de inspirerende zoektocht van Marion naar een zekere rust in dit
leven. Helaas wel met een nogal zoetsappig eind. Maar als je van filosofische
bespiegelingen houdt, is dit boek zeker de moeite waard.
zondag 22 april 2012
Begeerte heeftons aangeraakt
‘Begeerte heeft ons
aangeraakt’ is een regel uit het lied dat Lucas vroeger met zijn beste vriend
zong als ze na een nacht stappen ’s ochtends naar huis gingen, terwijl andere mensen
naar hun werk gingen. Die onbezorgde tijden zijn voorgoed voorbij. Lucas heeft zijn vriend, die kunstenaar was, verloren
aan de vuurwerkramp. De recalcitrante kunstenaar had op zeker moment plaatsgemaakt voor de commerciële, tot
ongenoegen van Lucas. Zelf is hij grote kenner van oude klavecimbels en volgt zijn
hart door een reis te ondernemen naar de
bezitter van een waarschijnlijk waardevol klavecimbel. Vrijwel direct wordt hij
opgenomen in de dorpsgemeenschap, waar zich bijzondere gebeurtenissen voordoen.
Debutant Bert Natter neemt de lezer in dit boek (2008) mee in de
belevenissen van Lucas. Thema’s als vriendschap, platonische liefde, leven en
dood komen hierbij voorbij. Ook de kunstenaarswereld wordt kritisch belicht. Lucas
ontmoet een jonge vrouw die verpletterend mooi op het oude klavecimbel kan
spelen. Hij raakt in haar ban maar merkt dat ze ongrijpbaar is. Ze daagt hem uit
en manipuleert hem, zodat hij tot daden wordt gedreven die onverantwoordelijk
lijken. Natter weet genuanceerd haar zogenaamde ‘gekte’ te verwoorden.
Met Lucas, de ik-figuur, beleef je zijn verhaal mee, van hoe
het eerder in Enschede tijdens de vuurwerkramp is misgegaan tot hoe hij zich
heeft gestort op zijn eigen verworven kundigheid van oude klavecimbels tot de
apotheose waarin hij de jonge vrouw los moet laten. Natter beschrijft de dingen
des levens op serieuze, maar vaak ook humoristische wijze. Dit debuut maakt nieuwsgierig
naar de twee maanden geleden verschenen
opvolger ´Hoe staat het met de liefde?´zondag 15 april 2012
Dienstreizen van een thuisblijver
‘Dienstreizen van een thuisblijver’ (2011) is overal aangekondigd als een van de luchtigere boeken van Maarten ’t Hart. En luchtig zijn de verhalen dan ook in dit tweede autobiografische boek van zijn hand. De titel schept de verwachting dat het gaat om reizen die hij, met de nodige tegenzin, maakt ter promotie van zijn werk. Voor een deel van de verhalen in dit boek gaat dit op, maar voor een deel ook niet. Hij maakt zogenaamde lesereisen als hij succesvol is in Duitsland en gaat met een groep schrijvers naar Zweden. Maar ook de lezers die hem weten te vinden op zijn thuishonk of het gastschrijverschap in Leiden, vlakbij huis, vormen onderwerp van zijn boek.
Ik had een beeld in mijn hoofd van een boek à la Bob den Uyl over de onzekerheden en angsten tijdens zijn reizen en reisjes. Daar gaat het bij ’t Hart echter niet over. Ooit gezakt voor zijn rijexamen en veroordeeld tot het openbaar vervoer gaat hij vaak met frisse tegenzin op pad. Bij lezing kan ik me echter niet aan de indruk onttrekken dat hij wel degelijk gevleid is door de vraag naar zijn komst. Maar een reis naar Canada gaat hem echt te ver en die gaat hij dan ook niet ondernemen.
Achterliggend romantisch idee van de schrijver is dat hij idealiter vanuit zijn zolderkamer wil schrijven om zo met zijn lezers te kunnen communiceren. Dat voldoet in deze tijd echter niet meer. Een schrijver moet zichzelf verkopen. En dat valt niet mee voor ´een geestelijk eenpittertje´, zoals zijn vader hem noemde. ´Als ik contact wil met een medemens zet ik wel een cantate van Bach op´, zegt de schrijver zelf.
Kunst van deze verhalenbundel is de humor en zelfspot waarmee Maarten ’t Hart deze geschreven heeft. Ook zijn collega-schrijvers ontkomen niet aan zijn scherpe pen. Zo heeft hij het over ‘peutertje Palmen’ en ‘de Schrijfster’ als hij doelt op Anna Enquist die hem gedurende een reis met schrijvers stelselmatig negeert. Over Hanneke, zijn vrouw, komen we weinig te weten. Wel poneert hij de volgende liefdevolle stelling: ´Verliefdheid wist heimwee uit, omdat verliefdheid heimwee is naar de geliefde, en waar de geliefde is, daar ben je thuis.´ Al met al een verzameling boeiend vertelde verhalen die een beeld geven van hoe Maarten ´t Hart in het leven staat. zaterdag 7 april 2012
De zomer van Justus en Octavia
Van Frans Vogels kwam in 2010 de roman ‘De zomer van Justus en Octavia’ uit. Eerder verscheen van hem een verhalenbundel en de novelle ‘De negende generatie’. Op de covers prijken zijn eigen schilderijen. De roman vormt een volgende stap in zijn schrijverscarrière. Hierin schetst hij een beeld van een onalledaags duo. Justus, een gescheiden man met een zorgeloze manier van leven, trekt met Octavia, zijn dochter, naar het zuiden. De twee vrijbuiters zien wel wat ze tegenkomen onderweg.
Toch blijft het niet bij een simpel reisverhaal wat rustig doorkabbelt. Op het kasteel van een wijnboer in Zuid Frankrijk waar het stel terechtkomt en vervolgens ook aan het werk gaat, blijken onder alle luchtigheden enige verwikkelingen te spelen. De boer en zijn personeel hebben door het verleden aangetaste relaties, die alle betrokkenen uiteindelijk parten spelen. Ook voor het reislustige duo heeft dit gevolgen en het biedt hen uiteindelijk een onverwachte toekomst. Een onderhoudend verhaal met een onverwachte wending!
Gelijk op de eerste pagina wordt je als lezer het verhaal in getrokken. Justus, stookt op straat een vuurtje met overbodige spullen, voor hij met Octavia afreist naar Frankrijk. Levensechte dialogen met toegestroomde buurtbewoners en de plaatselijke politieagent (‘Waar zijn wij mee bezig?’) kleuren het verhaal. De moeder van Octavia kon niet tegen de laconieke levenshouding van haar man en dochter en heeft hen daarom verlaten. Samen kunnen ze het echter prima vinden.
Met de nodige humor en een lichtvoetige verteltrant verhaalt Vogels over de reis van het tweetal en wie ze onderweg zoal ontmoeten. Met een kapotte Jeep stranden ze bij een boer, die ze op zijn land blijken te kunnen helpen. Een voorbij komende dandy wil zijn eend ruilen voor de Jeep en zo kunnen ze weer voort. ‘De koren- en zonnebloemvelden beginnen al te kleuren. De eend pruttelt rustig langs de Franse Route National.’ Met eenvoudige streken schildert de schrijver zijn aangenaam leesbare verhaal. Toch blijft het niet bij een simpel reisverhaal wat rustig doorkabbelt. Op het kasteel van een wijnboer in Zuid Frankrijk waar het stel terechtkomt en vervolgens ook aan het werk gaat, blijken onder alle luchtigheden enige verwikkelingen te spelen. De boer en zijn personeel hebben door het verleden aangetaste relaties, die alle betrokkenen uiteindelijk parten spelen. Ook voor het reislustige duo heeft dit gevolgen en het biedt hen uiteindelijk een onverwachte toekomst. Een onderhoudend verhaal met een onverwachte wending!
Abonneren op:
Berichten (Atom)